Literatuur: De maatschappij als ervaring
Kern:
Samenleving is geen object buiten ons, maar bestaat in wat mensen doen, voelen, delen.
Ontstaat in interactie: relaties, taal, gedrag krijgt maatschappij betekenis.
Afhankelijk van perspectief: hoe iemand samenleving beleeft, hangt af van diens achtergrond/positie.
Geen scheiding tussen individu en samenleving: Ze vormen elkaar voortdurend.
Kritiek op afstandelijke theorieën: Objectieve modellen schieten tekort als ze menselijke ervaring negeren.
Auteur roept op om maatschappij niet van buitenaf te bekijken, maar te begrijpen vanuit de manier waarop mensen
haar beleven en betekenis geven.
Individueel gedrag wordt bepaald door erfelijke factoren + leerprocessen, waaronder conditionering en imitatie.
Samenleving speelt daarbij belangrijke rol door bijv. trends.
Patroon: gedrag van individu in samenleving dat uitstijgt boven wat men individueel vindt of doet
Institutie: ‘routine’ uit maatschappij als ervaring (waaruit samenleving is opgebouwd)
- reguleert gedrag (voldoen aan verwachtingen hoe je met elkaar omgaat)
- hierdoor ontstaan netwerken van patronen ‘structuur’ (colleges @HHS)
- docent is agent/actor/vertegenwoordiger systeem…
- …maar kan ook rol spelen in persoonlijke ontmoeting
Dagelijkse leefwereld + instituties maken elkaar mogelijk:
Dagelijks leven kan alleen worden begrepen tegen de achtergrond vd specifieke instituties die er in doordringen +
alomvattende institutionele orde waarin het zijn plaats vindt. Omgekeerd zijn specifieke instituties + institutionele
orde als geheel slechts werkelijk, voor zover zij worden vertegenwoordigd door mensen en gebeurtenissen die een
directe ervaring vormen in het dagelijks leven > Individu + samenleving hebben elkaar nodig.
Perspectieven op samenleving:
1. Samenleving als/van: - conflict (strijd tussen individuen)
- calculerende individuen (eigenbelang)
2. ,, als collectief (functie, interactie): - functie (samenleving als samenwerkend geheel)
- interactie (betekenisvol contact tussen mensen)
Relevantie voor IVK'er
- Gedrag beter verklaren via maatschappelijke processen.
- Beter communiceren over veiligheidsvraagstukken.
- Begrip van actuele sociale problemen en waarom bep. actoren bv. binnen overheid keuzes maken.
- begrijpt beter waarom bepaalde beleidskeuzes gemaakt worden.
- Inzicht in context helpt bij samenwerking en beleidsanalyse.
Trends in samenleving (belangrijk voor IVK):
- Digitalisering/technologisering: doordringen ICT in ons werkzame + dagelijks leven
Voordelen: 1. Gemakkelijke communicatie
2. Informatievermogen (databases, AI)
3. Organisatievermogen
Nadelen: 1. Cybercriminaliteit (hacken, digitale fraude, kinderporno)
2. Cybercrises als gevolg van kwetsbare infrastructuur
3. Moeilijk te controleren virtuele geldstromen
4. Energiebehoefte
- Globalisering: meer onderlinge afhankelijkheid dmv stromen (kapitaal, mensen en info)
- Professionalisering: vei.zorg is inhoudelijk sterker, systematischer geworden + hogere eisen.
- Securi(ti)sering: - Veiligheid is dominanter geworden in beleid en denken.
- Maatschappelijke kwesties steeds vaker als veiligheidsproblemen gezien.
,- Privatisering: Publieke sector is meer op private sector gaan lijken (“new public management”)
- Juridisering: jur. aspect in maatschappelijke relaties steeds dominanter (regels en afdwingen van die regels).
Voordelen: 1. Rechtzekerheid
2. Bescherming
3. Gelijkheid
4. Standaardisering
Nadelen: 1. Lastendruk
2. Claimcultuur
3. Afbraak onderling vertrouwen
4. Productie & innovatie wordt geremd
5. Micro-managen vd samenleving
Oorzaken: - Meer mensen delen dezelfde ruimte
- Groei van kennis over risico’s en effecten.
- Nieuwe technologieën vragen om nieuwe regels
- Veiligheidsdenken: gevaren willen uitsluiten.
- Belangen worden belangrijker gevonden.
- Iedereen vindt dat hij gelijk heeft; minder bereidheid tot compromis.
Relevantie voor IVK’er:
Regels soms bureaucratisch, maar wel belangrijk.
Kritiek op regels (zoals AVG) is begrijpelijk, maar je moet er wel mee werken.
Kennis van regelgeving is noodzakelijk: regels bepalen speelveld.
Dimensies globalisering
1. Schaalvergroting + intensivering van communicatie (beperking van afstanden verminderd)
2. Schaalvergroting economische transacties (multinationals/Vinted /alle autoproductie)
3. Vergroot bewustzijn verstrengeling van wereldproblemen
4. Toegenomen ongelijkheid + regionale spanningen in regio’s, bijv. vluchtelingenproblematiek
Definities:
1. Cyberspace: deel samenleving dat bestaat door interactie via internet.
2. Cybercrime: criminaliteit waarbij ICT cruciaal is om het delict te plegen
3. Cybersecurity: bescherming technologische basis van cyberspace (maatregelen > technisch)
4. Cybersafety: bescherming van mensen tegen online risico’s (maatregelen > gedrag van mensen)
Kritiek op AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)
- Beperkend (‘’je mag niks’’)
- Veel administratieve rompslomp
- Onduidelijk
, W2 GEDRAG
Gedrag: concrete handeling, bewust/onbewust, doen/laten, waarneembaar door jezelf of anderen.
Vb. - boos zijn = staat van zijn (geen gedrag)
- met deur slaan = concrete handeling
- boodschappen doen = combinatie van handelingen
Veiligheid en gedrag
Dagelijkse beslissingen vaak (onbewust) verbonden aan vei (verkeer, gezondheid, online gedrag).
Vei. kent meerdere vormen: persoonlijke, economische, voedsel-, milieu-, gemeenschapsveiligheid.
Psychologie vh beslissen:
In psychologie lange tijd gebaseerd geweest op gedragsintentie: maar zo werkt het niet. Voornemen tot bepaald
gedrag (gedragsintentie) leidt niet automatisch tot het voorgenomen gedrag.
Mensen hebben het beeld van zichzelf dat ze heel consistent zijn en dus voor zichzelf heel voorspelbaar, maar dat
blijkt niet het geval te zijn. (Overheids)beleid is echter wel vaak gemaakt met de rationele mens voor ogen.
Rationeel keuzemodel.
Uitgangspunt: mensen maken optimale keuzes als ze goed geïnformeerd zijn.
Klinkt in theorie mooi, maar praktijk zelden haalbaar, want:
- Mensen missen info of cognitieve vaardigheden.
- Emoties en inconsistentie beïnvloeden keuzes.
- Vaak geen “maximale” keuze, maar “goed genoeg” (satisficing).
Overige kanttekeningen model: - emoties spelen een rol bij rationele beslissingen
- mensen veranderen van preferenties/voorkeuren
Kortom, deze theorie beschrijft ideaaltypische manier van keuzes maken, in praktijk gebeurt dit zelden.
Individueel op (keuze)gedrag:
1. Individueel: - Wilskracht, moraal, automatische piloot.
- Voorlichting heeft beperkt effect als mensen niet gemotiveerd zijn.
2. Omgeving:
1. Sociale normen: - Injunctieve normen (ongeschreven): wat mensen zouden moeten doen.
- Descriptieve normen (onbewust): wat mensen feitelijk doen.
2. Fysieke ruimte beïnvloedt ook gedrag (denk aan openbare orde, verlichting).
Beinvloeden (keuze)gedrag
Mensen zijn niet volledig rationeel, maar wel beïnvloedbaar via:
- Keuzearchitectuur (keuzeomgeving slim inrichten).
- Inspelen op normgedrag en groepsidentiteit.
Individuele verschillen tussen mensen: 1. need for cognition (behoefte aan kennis/nadenken)
2. need for closure (zekerheid)
3. regulation focus (streven - ontwikkeling/veiligheid)
4. self control: zelfdiscipline
**Niet iedereen denkt of kiest hetzelfde. Oftewel, verschillen in: cognitie, emotie, motivatie
Relevantie IVK + beleid
- Beleidsmakers gaan vaak uit van een te “ideale burger” (hoog denkvermogen, veel zelfcontrole).
- In werkelijkheid zijn strategieën nodig die aansluiten bij verschillende typen mensen.
- Voor IVK’er belangrijk gedrag en context te begrijpen bij het ontwikkelen en uitvoeren van vei beleid.