INSTITUTIONS
2020-2021
Docent: Geert Gielens & Rudy Vandorpe
1 sur 136
,Part I: Fixed income
Introduction
Macro-economic identity
Samenlevingen hebben instrumenten en instellingen ontwikkeld om de voorwaardelijke overdracht
van “middelen” te organiseren van economische actoren die over een overvloed aan middelen
beschikken naar economische actoren die tijdelijk behoefte hebben aan of een tekort hebben aan
deze middelen.
Wat zijn "middelen"?
Met middelen (means) bedoelen we alles wat in een samenleving wordt aanvaard als:
1. Betaalmiddel → iets waarmee je kunt betalen.
2. Opslag van waarde → iets waarmee je koopkracht kunt bewaren voor later.
In de moderne economie gaat het meestal om fiduciair geld (fiat money), zoals euro's of dollars. Dit
geld heeft waarde omdat mensen en de overheid erop vertrouwen, niet omdat het zelf een
intrinsieke waarde heeft (zoals goud).
→ fiduciair geld (geld waarvan de waarde gebaseerd is op vertrouwen en niet op een intrinsieke
waarde, zoals goud).
Om ervoor te zorgen dat geld van de ene partij naar de andere kan gaan, heeft de samenleving
financiële instellingen en instrumenten ontwikkeld, zoals:
• banken;
• leningen;
• obligaties;
• financiële markten.
Dit noemen we de voorwaardelijke overdracht van middelen.
De overdracht van deze middelen is gebonden aan een reeks regels (voorwaarden), die worden
vastgelegd in een contract. De basisvoorwaarde is dat de middelen in een bepaalde vorm en op een
bepaald tijdstip in de toekomst aan de oorspronkelijke eigenaar moeten worden teruggegeven
De precieze regels zijn afhankelijk van het type transactie, bijvoorbeeld:
• een lening;
• een obligatie;
• een grensoverschrijdende transactie of een binnenlandse transactie;
• Enzovoort.
1 sur 136
, De voorwaarden verschillen per type transactie
1. Lening (loan)
Een bank leent geld aan een persoon of bedrijf. De lener betaalt het geld later terug, meestal met rente.
2. Obligatie (bond)
Een bedrijf of overheid leent geld van investeerders door obligaties uit te geven. Ook hier wordt het geld later terugbetaald, meestal met
rente.
3. Grensoverschrijdende financiering (cross-border)
Het geld wordt geleend tussen partijen uit verschillende landen. Dan kunnen extra regels gelden, zoals wisselkoersen en internationale
wetgeving.
Financial markets and institutions are the operational and practical elaboration of what is behind the
basic macro-economic identity: 𝑌 = 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 + (𝑋 − 𝑀)
Dit betekent dat de totale productie van een economie gelijk is aan de totale bestedingen.
Consider 𝑌 to be the value of everything that is produced, the production side. We say supply equals
demand, but that’s not always the case. There’s an error to it.
We trekken belastingen (T) af van beide kanten:
Waarom?
Omdat gezinnen niet hun volledige inkomen kunnen uitgeven. Een deel gaat naar de overheid via
belastingen.
Het bedrag Y − T noemen we het beschikbaar inkomen.
𝑌 − 𝑇 = 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 − 𝑇 + (𝑋 − 𝑀)
We trekken consumptie (C) af:
Y−T−C=I+(G−T)+(X−M)
De linkerkant is:
S=Y−T−C
waarbij:
S = besparingen (savings).
Dus: S= I + (G-T) + (X-M)
2 sur 136
, Wat betekent deze vergelijking ?
De totale besparingen in de economie worden gebruikt voor:
1. Investeringen (I)
Bijvoorbeeld:
• bedrijven bouwen een nieuwe fabriek;
• aankoop van machines;
• onderzoek en ontwikkeling.
2. Financiering van het overheidstekort (G − T)
Als: G>T
dan geeft de overheid meer uit dan ze aan belastingen ontvangt.
De overheid moet dan geld lenen.
Dat geld komt vaak van de besparingen van gezinnen en bedrijven.
3. Buitenlandse sector (X − M)
Dit laat zien of een land geld uitleent aan of leent van het buitenland.
• X > M → het land heeft een overschot en leent geld uit aan het buitenland.
• X < M → het land heeft een tekort en moet geld uit het buitenland aantrekken.
S=I+(G−T)+(X−M)
This is equal to 𝑆 = 𝐼 plus some other.
𝑆 = 𝐼 + (𝐺 − 𝑇) + (𝑋 − 𝑀)
De term financial plumbing is een metafoor. De economie wordt vergeleken met een huis met
waterleidingen.
• In een huis zorgen leidingen ervoor dat water van een plek waar het beschikbaar is naar een
plek gaat waar het nodig is.
• In een economie zorgen financiële systemen ervoor dat geld (kapitaal) van mensen en
organisaties met een overschot naar mensen en organisaties met een tekort stroomt.
• Probleem: De spaarder en de lener kennen elkaar vaak niet.Jij gaat niet persoonlijk
onderhandelen met dat bedrijf.-->Daarom bestaan financiële instellingen en markten.
• Voorbeelden:
▪ Banken
3 sur 136