WETENSCHAPPEN
HOOFDSTUK 1: DOEL VAN STATISTIEK
1.1 DOEL VAN STATISTIEK
1.1.1 STATISTIEK IS OVERAL
Dataficatie:
Dagdagelijkse acties en interacties worden omgezet in data die kunnen worden
opgevolgd, geanalyseerd en geoptimaliseerd
Kwantitatief onderzoek:
Methodologieën die gebruik maken van data-analyse en statistiek
Data in nummers omgezet zodat ze geanalyseerd kunnen worden door statistische
methoden
Data geletterdheid:
Kwaliteit van bestaand onderzoek kunnen evalueren
Onderzoeksresultaten communiceren
Implicaties van onderzoek interpreteren
Social data science:
Combinatie van:
Domeinspecifieke kennis van sociale wetenschappen
Computerwetenschappen
Datawetenschappen
1.1.2 DOEL VAN DATA-ANALYSE
Data-analyse:
Toepassen van statistische methoden en analysetechnieken in een bepaald
domein
Kunst & wetenschap van het verzamelen, meten, organiseren, presenteren,
analyseren en interpreteren van data
Gebruikt om (sociaalwetenschappelijke) onderzoeksvragen te beantwoorden
Doel = inzicht verwerven op basis van deze data
Inzicht verwerven over bepaalde fenomenen die (deels) te vatten zijn met data
Link met sterk verbonden veld:
Methodologie van het sociaalwetenschappelijk onderzoek
Wetenschappelijke houding hanteren van belang:
Data-analyse moet objectief en onafhankelijk van beoefenaar gebeuren
Data-analyse is een kunst:
, Creatief en interpretatief proces, wel afhankelijk van beoefenaar
1.2 VAN PROBLEEMSTELLING NAAR DATA-ANALYSE
STAPPEN VAN STATISTISCH ONDERZOEK
1.2.1 PROBLEEMSTELLING
Onderzoeksvraag = start statistisch onderzoek
Start vanuit probleemstelling
1.2.2 DATA VERZAMELEN
Data worden verzameld bij onderzoekseenheden:
Eenheden/objecten waarop onderzoek betrekking heeft en waarbij kenmerken
gemeten worden
Niet altijd mensen
Populatie:
Verzameling van alle onderzoekseenheden
Worden gekenmerkt door afbakening in tijd en ruimte
Steekproef:
Deelverzameling van onderzoekseenheden uit populatie
Representatief als kenmerk in gelijke mate voorkomt in steekproef als in populatie
n = omvang, grootte van een steekproef
Aselecte/enkelvoudige/ willekeurige steekproef
o Elke onderzoekseenheid heeft even grote kans op selectie
Gegevens verzamelen:
Nadat populatie is omschreven + steekproefstrategie bepaald
Data kan al beschikbaar zijn of zelf verzamelen
Data:
Omvat informatie en kenmerken gemeten bij onderzoekseenheden
≠ bronnen
Sociaalwetenschappelijk onderzoek:
o Survey
o Experimenten (oorzakelijke verbanden vaststellen)
, Big Data: 3 kenmerken
1. Volume: zeer grote databronnen
2. Veranderlijk: aan sneltempo geproduceerd
3. Verscheidenheid: veel verschillende soorten en vormen
Rekeninghouden met GDPR
1.2.3 METEN VAN GEGEVENS
1.2.3.1 CLASSIFICATIE VAN GEGEVENS
Variabelen = Zinvolle kenmerken
Notatie: hoofdletters
Kunnen verschillende uitkomsten aannemen
Uitkomstenverzameling:
Φ = {…}
Verzameling van alle mogelijke uitkomsten (niet noodzakelijk allemaal echt
geobserveerd)
Aard en omvang (onderliggend meetniveau) uitkomsten grote invloed bij bepalen
statistische analysetechniek
1.2.3.2 MEETNIVEAU
KWALITATIEVE GEGEVENS:
Nominaal meetniveau:
Meetprocedure = classificeren in / benoemen van categorieën
Categorieën niet te interpreteren met meer/minder of groter/kleiner
o Verschil in waarden representeert enkel kwalitatief verschil
- Geen wiskundige berekeningen mogelijk
o Codes van variabelen enkel symbolische betekenis
- Bv. nummer, letters… volgorde geen belang
Meetschaal = eindig, exhaustief en exclusief
o Elke observatie hoort thuis in één categorie
o Alle mogelijke categorieën zijn gegeven
Discreet: eindig
Wanneer slecht twee waarden kunnen aannemen = dichotome maatschaal
Bv. geslacht, nationaliteit, werkloosheidsstatus…
Ordinaal meetniveau:
, Elementen kunnen geordend/geïnterpreteerd worden met meer/minder of
hoger/lager
o Logische volgorde in antwoordenschaal (laag, midden, hoog)
Geen vaste meeteenheid + verschillen niet in vastgelegde hoeveelheid + niet
kwantificeerbaar
o Wiskundige berekeningen niet mogelijk (tenzij gebruik maken van
ordening)
Codes moeten uitdrukking zijn van het ordeningscriterium
o Best met cijfers (bv. 1 = laag, 2 = midden, 3 = hoog)
Meetschaal = eindig, exhaustief en exclusief
Discreet: eindig
Quasi-interval variabelen: enkel wanneer ordinale meetschaal breed genoeg is
o Wel wiskunde berekeningen mogelijk
KWANTITATIEVE GEGEVENS
Interval en ratiomeetniveau:
Meetprocedure = vaste, kwantificeerbare meeteenheid (bv. temperatuur)
Verschillen duiden in meer/minder + hoeveelheid meer/minder
Codes: getallen met numerieke betekenis
o Wiskunde berekeningen mogelijk
o Gebruik statistische maten mogelijk
Kunnen discrete + continue uitkomstenverzameling hebt
Interval:
Hebben kwantificeerbare meeteenheid
Nulpunt arbitrair (= 0 ≠ afwezigheid) verhoudingen tussen waarden
betekenisloos
Wiskundige berekeningen:
o Optellen en aftrekken toegelaten
o Multiplicatie en delingen niet toegelaten (owv arbitrair nulpunt)
Codes: getallen met numerieke betekenis, meetresultaten
Discreet + continue
Bv. temperatuur
Ratio:
Kwantificeerbare meeteenheid
Nulpunt arbitrair (= absoluut nulpunt) verhoudingen tussen waarden wel zinvol
Wiskundige berekeningen:
o Optellen en aftrekken toegelaten
o Multiplicatie en delingen toegelaten
Codes: getallen met numerieke betekenis, meetresultaten
Discreet + continue
Bv. aantal kinderen binnen gezin, lengte in cm
1.2.3.3 GROEPEREN VAN KWANTITATIEVE GEGEVENS
Soms worden kwantitatieve variabelen gegroepeerd tot nominale/ordinale
variabelenµ
o Verlies aan informatie