Hoorcollege 1 (algemene info)
dia 8: niet alles van handboek wordt behandeld (hfst 2 niet), www.toegepastestatistiek.net ->
oefeningen
dia 11: examenvragen op basis van leerdoelen
Hoorcollege 2
dia 19:
hoorcollege 2 nog heel algemeen
1. Wat is (beschrijvende) statistiek?
dia 22:
( nooit definitie vragen)
voorbeeld statistiek: Bevragen“hoe groot is stress voor beginners statistiek?”
-> enquete laten invullen
-> classificeren = “in hokjes steken” (5 hokjes in dit geval), soms open vragen… meer werk, elk
antwoord moeten analyseren en classificeren
-> samenvatten (%’en overlopen), grafieken maken bv
-> organiseren van gegeven: logica in brengen
-> analyseren, kijken wat het wilt zeggen
-> interpreteren, wat wilt het nu zeggen?
dia 23:
Beschrijvende statistiek
- Verzamelen: STEEKPROEVEN (kleinere groep)
- Samenvatten: kan op vele manieren (grafieken, verslag, kolom, … )
- Analyseren: verbanden leggen, samenhang
dia 24:
Inductieve statistiek (vooral voor statistiek 2)
- Kunnen we een uitspraak doen voor heel de groep? (POPULATIE= volledige groep)
- Bijna in geen elk geval de hele populatie kunnen ondervragen
- Betekenis van deze resultaten in relatie tot de populatie
- Schattingsprobleem!
2. Dit is onderzoek
Doel:
Algemene uitspraken: niet alleen over mezelf
werkelijk: bv niet onderzoeken van wat de cape van superman gemaakt is
waarnemingen: observeren en meten of de onderzoeksvraag waar is of niet
vb:
“assepoester is eenzaam” -> geen goede uitspraak: fictief personage + geen algemene vraag,
gaat over 1 persoon
“mannen zijn inteligenter dan vrouwen” -> ja het is een goede onderzoeksvraag
-> sluit aan bij Empirisme: op basis van waarnemingen uitspraken doen
,kritisch kijken! Zon komt nu op maar morgen misschien niet
Wanneer is een onderzoek wetenschappelijk?
● Objectiviteit -> bewust zijn van eigen vooroordelen (“vrouwen intelligenter dan
mannen” -> vooroordeel antwoord “ja”)
-> Kijken: “Ben ik juiste persoon om dit onderzoek te voeren?”
● Controleerbaarheid -> Verschillende testen doen, vb: antidepressiva testen bij
meerdere personen
● Herhaalbaarheid -> Er gaat normaal hetzelfde resultaat uitkomen
● Systematiek -> onderzoek in logische volgorde, transparant beschrijft hoe het
onderzoek ging
natuurwetenschappers <-> gedragswetenschappers
determinisme <-> probabilisme
- Wetmatigheden
- Gaat elke keer hetzelfde zijn -> zwaartekracht
- “De kans is groot…”
- Geen 100% zekerheid
Ethiek en statistiek?
● Onderzoek publiceren dat pretendeert significante resultaten gevonden te hebben,
terwijl dat niet zo is -> Dit doen ze voor geld om verder onderzoek te kunnen doen, om
het te kunnen publiceren
● De hoofdvraagstelling afstemmen op de resultaten van je onderzoek -> Verkeerde
volgorde! Eerst vraag. De originele vraag kon niet beantwoord worden, maar deden
een andere ondervinding dus ze passen het aan. Gaat tegen de systematiek
● Als opdrachtgever hypothesen hebben en een onderzoeker zoeken die deze
onderbouwd -> vb:” Ik denk dat moeders in mijn bedrijf vaker burnouts hebben”, wilt er
iets aan doen en laten onderzoeken. Zoeken een onderzoeker om dit “buikgevoel” te
bevestigen. Je beïnvloedt de onderzoeker als opdrachtgever en dit is niet meer
objectief
● Proefpersonen geen voorlichting geven -> Als je deelneemt aan onderzoek, moet je op
voorhand de uitleg krijgen over wat het inhoudt, maar ook wat er met de resultaten
gaat gebeuren.
● Causale relaties benoemen, terwijl er geen zijn -> “Als er meer oeievaars zijn, dan zijn
er meer kinderen”, logisch? ja meegegeven door ouder… MAAR is totaal niet de oorzaak
-> MEER OOIEVAARS, meer schoorstenen, meer huizen, meer gezinnen MET
KINDEREN
, Gaat over zelfde onderzoek, toch
andere cijfers
vb:
Gaat over corona cijfers
Links: ze willen een versoepeling
omdat je een daling ziet
Rechts: Het blijft stijgen dus willen
geen versoepeling
Ze denken erover na hoe ze het in
het licht brengen
Wel ethisch als: Ze echt de
dagcijfers laten zien en als ze er de
juiste uitleg bij geven
•Samenhang van variabelen (leeftijd, lengte, gewicht, oogkleur, nationaliteit,
persoonlijkheden, welzijn, stoornissen, IQ, … )
•Variabele = eigenschap/kenmerk van een onderzoekseenheid en kan diverse waarden
aannemen <-> constante
•Onafhankelijke variabele = ‘oorzaak’
•Verschillen in deze variabele wordt gezien als oorzaak van verschillen in de
afhankelijke variabele
-> oorzaak in het verschil
•Afhankelijke variabele = ‘gevolg’
•Verschillen in deze variabele wordt gezien als gevolg van verschillen in de
onafhankelijke variabele
•Variabele ter studie
-> Wat we gaan onderzoeken
VB: “Angst van statistiek afhankelijk was van hoeveel uur wiskunde gehad in lager”
Onafhankelijke: aantal uren wiskunde
Afhankelijke: angst voor statistiek
Is de angst afhankelijk van aantal uren wiskunde
NIET: Is het aantal uren wiskunde afhankelijk van de angst voor statistiek.
Wat is de (on)afhankelijke variabele?
1) Groeien tomaten sneller onder natuurlijk licht, fluorescerend licht of een gloeilamp?
-> Afhankelijke, onafhankelijke: type licht
2) Wat is het effect van het type frisdrank op de bloedsuikerspiegel?
-> Afhankelijke, onafhankelijke: type frisdrank
3) Hoe beïnvloedt telefoongebruik in de avond de nachtrust?
-> Afhankelijke, onafhankelijke: hoeveelheid telefoongebruik
, 4) Wat is de invloed van verschillende voorleesmethoden op de woordenschatontwikkeling bij
kinderen?
-> Afhankelijke, onafhankelijke: verschillende voorleesmethode
Gedragswetenschappen kent twee types van onderzoek:
Experiment:
- Ene helft van groep geef je echte antidepressiva, andere helft geen je tictac =
groepsvergelijkende experiment
-> manipuleren
We verwachten dat groep met tiktok geen effect gaan zien of depressiever worden… Is
dit wel ethisch naar die mensen toe?
Survey:
- Zelf opzoek gaan naar mensen die al van toepassing zijn tot het onderzoek
(vb: Heroïnegebruikers kan je vragen stellen, kan niet hele populatie bevragen)
-> dus nooit causale relaties
-> kan je nooit met zekerheid zeggen dit is de oorzaak of dit is het gevolg
Vier voorwaarden causale relaties
oorzaak en het gevolg moeten in een tijdruimtelijke structuur samen voorkomen -> op
dezelfde moment
•De oorzaak dient vooraf te gaan aan het gevolg -> vb: chronische stress komt eerst, daarna
pas komen de klachten.
•Het gevolg zal nooit optreden zonder het voorkomen van de oorzaak -> vb: “Zonder
blootstelling aan traumatische ervaring gaat PTSD nooit optreden” = DUIDELIJK
Ander vb: Jongen bijt andere kleuter, je denkt dat dat zijn manier van contact is, MAAR dus het
bijten mag nooit voorkomen als hij geen contact probeert te zoeken = geen causale relatie
want hij zal wel al in andere dingen gebeten hebben.
•Indien de oorzaak aanwezig is, moet het gevolg er ook zijn -> “water gaat koken als het 100°
berijkt, gaat water koken” -> natw… “Als je mij geen eten geeft ga ik agressief worden” ->
gedragswetenschappen … geen causale relatie want gaat niet altijd zo zijn
!!VERSCHIL TUSSEN DETERMINISME EN PROBABILISME!!