Deel 1: Inleiding
Hoofdstuk 1: Van handelsrecht naar ondernemingsrecht
▪ Ontwikkeling in 3 fasen
➀ Handelsrecht (‘19e-eeuws’)
Wetboek van koophandel van 10 september 1807
‘Handelaar’ = “Kooplieden zijn zij die daden uitoefenen, bij de wet daden van
koophandel genoemd, & daarvan, hoofdzakelijk of aanvullend, hun gewoon
beroep maken” (art. 1 W.Kh.)
└ Objectieve ‘daden van koophandel’ limitatief (& arbitrair) opgesomd
in art. 2 W.Kh.
Vb. 1
✓ Aankoop van koopwaar om (ev. na verwerking) te
verkopen of verhuren
✓ Aan- & verkoop van onroerend goed (makelaar)
Aankoop & verhuur van onroerend goed
Vb. 2
✓ Dienstprestatie van materiële aard indien levering van
koopwaar
Landbouwactiviteiten, ambachtsdaden,
delfstoffennijverheid, vrije beroepen etc.
Vrij beroep: beroepen die zekere onafhankelijkheid hebben
van OH, maar ook altijd een tuchtorde hebben (artsen,
advocaten, architecten)
└ Subjectieve ‘daden van koophandel’ weerlegbaar vermoed INDIEN:
gesteld door handelaar
Gerechtelijk Wetboek
‘Rechtbank van koophandel’ bevoegd voor “geschillen tussen kooplieden, die
handelingen betreffen die de wet als daden van koophandel aanmerkt & die
niet onder de algemene bevoegdheid v/d vrederechter [of onder de
bevoegdheid v/d politierechtbanken] vallen”, ook indien de eiser geen
handelaar is (oud art. 573 Ger.W.)
➁ (Handels- &) economisch recht (’20ste-eeuws’)
Wetboek van koophandel van 10 september 1807 (‘uitgekleed’)
Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013 (inw. 12 december 2013)
‘Onderneming’ = “Elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een
economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen” (oud art. I.1, 1° WER)
Gerechtelijk Wetboek gewijzigd door Wet Natuurlijke Rechter van 26 maart 2014 (inw. 1
juli 2014)
‘Rechtbank van koophandel’ bevoegd voor “geschillen tussen ondernemingen
als bedoeld in art. I.1, 1° WER, die niet vallen onder de bijzondere bevoegdheid
van andere rechtscolleges en die, wat betreft natuurlijke personen, betrekking
hebben op een handeling die niet kennelijk vreemd is aan de onderneming”, ook
indien de eiser geen onderneming is (nieuw art. 573 Ger.W.)
,2 Ondernemingsrecht
➂ Ondernemingsrecht (’21ste-eeuws’)
Wetboek van economisch recht gewijzigd door Wet Hervorming Ondernemingsrecht van
15 april 2018 (inw. 1 november 2018)
‘Onderneming’ (functioneel) = “Elke natuurlijke of rechtspersoon die op
duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen” (art.
I.4/1, I.6, 3°, I.7, 2°, I.8, 39°, I.19, 6°, I.20, 7° & I.21, 8° WER)
‘Onderneming’ (formeel) = “Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een
beroepsactiviteit uitoefent, iedere rechtspersoon & [in beginsel] iedere andere
‘organisatie’ zonder rechtspersoonlijkheid” (nieuw art. I.1, 1°, eerste lid WER)
Gerechtelijk Wetboek gewijzigd door Wet Hervorming Ondernemingsrecht van 15 april
2018 (inw. 1 november 2018)
Ondernemingsrechtbank’ bevoegd voor “geschillen tussen ondernemingen als
bedoeld in art. I.1, 1° WER, die niet vallen onder de bijzondere bevoegdheid van
andere rechtscolleges & die, wat betreft natuurlijke personen, betrekking hebben
op een handeling die niet kennelijk vreemd is aan de onderneming”, ook indien
de eiser geen onderneming is (huidig art. 573 Ger.W.)
Rechtbank van koophandel is ondernemingsrechtbank geworden → geldt voor
alle geschillen tussen ondernemingen
▪ Krachtlijnen Wet Hervorming Ondernemingsrecht (‘WHO’) van 15 april 2018 (inw. 1
november 2018)
➊ ‘Handelaar’ afgeschaft
➋ ‘Wetboek van koophandel’ uitgekleed
➌ ‘Rechtbank van koophandel’ = ‘Ondernemingsrechtbank’
➍ Een nieuw ‘formeel’ ondernemingsbegrip (naast het ‘functionele’)
➥ Zoek-&-vervang ‘handelaar’/‘koopman’ door ‘onderneming’ (door art. 254
WHO)
➥ Ook in gewoonterecht (!) (bv. regel van hoofdelijkheid onder
‘handelaars’ → passieve hoofdelijkheid: aantal schuldenaars
staan allemaal in voor totale schuld ➔ risico spreiden)
MAAR: Geen ‘zoek-&-vervang’ voor beperkingen aan toegelaten
activiteiten van ‘gereglementeerde beroepen’
Hoofdstuk 2: Onderneming
Onderneming in ‘formele’ & in ‘functionele’ zin
‘Onderneming’ in formele zin = ‘undertaking’ (wat men is)
Art. I.1, 1°, eerste lid WER ⇨ REGEL
“Behoudens andersluidende bepaling, wordt voor de toepassing van dit Wetboek
verstaan onder:
1° onderneming: elk van volgende organisaties:
(a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
(b) iedere rechtspersoon; zowel nv als bv maar ook vzw: iedere vzw kan nu dus ook
failliet gaan
(c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.”
Relevant voor:
, 3 Ondernemingsrecht
Bevoegdheid Ondernemingsrechtbank
Inschrijvingsplicht KBO = kruispuntbank voor ondernemen → je kan er
alle ondernemingen met hun info terugvinden
Insolventierecht
Boekhoudplicht
Ondernemingsbewijsrecht
Art. I.1, 1°, tweede lid WER ⇨ UITZONDERINGEN
“Niettegenstaande het voorgaande zijn geen ondernemingen, behoudens voor zover
anders bepaald in de hierna volgende boeken of andere wettelijke bepalingen die in
dergelijke toepassing voorzien:
(a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft
& die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een
beslissende invloed uitoefenen op het beleid v/d organisatie;
(b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt
op een markt;
(c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de
hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de
meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse
Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie & de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn.”
➁ ‘Onderneming’ in functionele zin = ‘business’ (wat men doet)
Art. I.4/1, I.6, 3°, I.7, 2°, I.8, 39°, I.19, 6°, I.20, 7°, I.21, 8° WER
“Voor de toepassing van […] geldt/gelden de volgende definitie(s):
[…] onderneming : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze
een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen.”
Relevant voor:
Mededingingsrecht
Marktpraktijkenrecht
Prijsreglementering
Toepassing op het functioneel ondernemingsbegrip: zie pp dia 14-16
Nmbs: nv van publiek recht, advocaten = altijd zelfstandigen, bestuurder in
vennootschap is geen onderneming
Alle ondernemingen die in dat in formele zin zijn, zijn dat ook in functionele zin.
Andersom niet!
Hoofdstuk 3: Enkele basisverplichtingen van & bijzondere regels voor
ondernemingen
▪ Bijzondere verplichtingen voor ondernemingen in formele zin:
➊ Inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) (art. III.15 e.v. WER)
Wat is de KBO?: Identificatieregister voor ondernemingen (cf. Rijksregister) (art.
III.15 WER)
▪ Uniek ondernemingsnummer
▪ Verschillende vestigingseenheidsnummers (ev.)