Wat is ondernemerschap?
Definiëring v/h concept:
• Geen eenduidige definitie van dit brede begrip
• Definitie die in literatuur vaak gebruikt wordt: “Het ontdekken, evalueren & exploiteren
van opportuniteiten om nieuwe goederen & diensten, organisatiemethodes, markten,
processen & materialen te ontwikkelen door het leveren van inspanningen die eerder
niet bestonden.” (Venkataraman, 1997)
➢ Hoe vernieuwender onderneming is, hoe groter kans op succes
➢ Er zijn grote inspanningen nodig, vooral persoonlijke & niet enkel financieel. Je
moet opofferingen maken om te ondernemen, je kan niet alles blijven doen
Enkele terugkerende bouwstenen bij definiëring:
• Opportuniteit
• Middelen: niet enkel financiële middelen, maar ook human resources (kennis,
teamleden, …) technologische middelen (technische tekening, bedrijfsprocessen,
model, …), fysieke middelen (gebouw, materialen, …) & sociale middelen (netwerk, …)
• Risico: ontstaat door de onzekerheid die in het gehele proces kan opduiken. Deze risico’s
zijn niet alleen gerelateerd aan financiële aspecten, maar ook psychologische (leven met
onzekerheid, kans op falen, …) & sociale (balans werk-privé, percepties v/d maatschappij
rond ondernemen)
• Creatie
• individu
Dit model visualiseert het proces waarin bestaande opportuniteiten ontdekt, geëvalueerd &
geëxploiteerd worden. Het zijn ondernemende individuen die opportuniteiten ontdekken &
ideeën ontwikkelen om deze opportuniteiten na te streven (product/ dienst ontwikkelen dat naar
consument gaat). Voor de exploitatie zijn er middelen nodig, die verzameld zullen worden door
de ondernemers. Verder worden er organisaties opgezet ter ondersteuning v/d exploitatie, die
gepaard gaat met een strategie waarin het gehele proces duidelijk omgeschreven staat.
,2 Ondernemerschap
Het gehele proces wordt continu beïnvloed door zowel individuele, sector-gebonden, als
omgevingsfactoren.
Psychologische factoren: vb. Je hebt risico-averse mensen & risico-ondernemende mensen →
deze persoon gaat nog meer initiatieven durven nemen
Demografische factoren: leeftijd, vanwaar je komt,…
• Omgeving: heeft ook een grote invloed → sector bepaalt veel: concurrentie, voor
kledingwinkel minder geld nodig dan voor technologie
• hoe het macro-economisch gesteld is in de wereld: crisis
Entrepreneurial process:
➔ Theory of planned behaviour: Ajzen, I. (1991). Organizational behavior & human decision
processes, 50(2), 179-211.
→ theorie om ondernemerschap te bestuderen
Theorie is met blauwe kader ontstaan.
• Intentation action gap: veel mensen hebben goede intenties, maar weinig mensen die
de actie om onderneming op te starten doen → als veel mensen bij ENT blijven hangen,
is economie er niks mee.
→ Actie nemen betekent geld investeren, misschien job opzeggen, durven risico’s
nemen, eerste jaren niet (veel) loon
• Entrepreneurial behavior: plan opstellen
Ondernemerschap is “planned behavior” :
• Ondernemende intenties
• Eerste stap in het ondernemerschapsproces
• Beste voorspeller van (ondernemend) gedrag
• Ondernemend gedrag
• Implementation intentions
• Strategisch plannen van ondernemende acties (wat, waar, wanneer, hoe)
• Business planning
• Schrijven van business plan
Blok links: alles wat mensen drijft om een intentie te hebben
,3 Ondernemerschap
Antecedenten van ondernemende intenties:
1. Attitude t.o.v. ondernemerschap
• Mate waarin individu een (on)gunstige waardering heeft van ondernemerschap.
• Niet alleen affectieve (“ik vind het interessant, het is aantrekkelijk”) maar ook
evaluatieve overwegingen (“het heeft voordelen/nadelen”)
2. Subjectieve normen
• De sociale druk om ondernemend gedrag wel of niet uit te voeren.
• Mate waarin “belangrijke anderen” (familie, peers, sociaal netwerk) ondernemende
acties goed- of afkeuren
→ hoe omgeving over ondernemen denkt: als je uit ondernemende familie komt, ga je zelf
meer ondernemende intenties hebben. Kerngezin: ouders, broers & zussen = heel bepalend
3. Waargenomen gedragscontrole
• Vertrouwen in het eigen vermogen om ondernemend gedrag uit te voeren
• Perceptie over de controleerbaarheid (mate van succes) v/h ondernemend gedrag
• Ondernemende skills & vaardigheden
→ inschattingsvermogen over eigen kunnen: je moet durven, ondernemerschap is vallen &
opstaan. Als je heel perfectionistisch bent, is de kans groot dat je niet gaat ondernemen
Bouwstenen (determinanten) van ondernemerschap:
• Prior (family business) entrepreneurial exposure
• Indirecte (aanwezigheid ondernemende familie) & directe (werkervaring in startup of
founder experience) blootstelling aan ondernemerschap
• Positief stimulerend effect
• “Mixed findings” bestaan
• Blootstelling kan leiden tot zien van nadelen & keerzijde van
ondernemerschap
• Ondernemende alertheid !!
• Vermogen v/e individu om opportuniteiten te identificeren die onontgonnen zijn door
anderen
• Essentiële vaardigheid gebaseerd op cognitieve capaciteiten, infoverwerkende
processen & sociale interacties waardoor sommige individuen zich meer bewust zijn
van potentiële ondernemende mogelijkheden & van veranderingen in de omgeving
die opportuniteiten kunnen genereren.
= maakbaar door opleiding
→ mate waarin je in staat bent om opportuniteit na te streven. Je kan jezelf meer alert
maken door veel te lezen over economie, start-ups, maar ook door leren
• Ondernemende passie
• “Heart of entrepreneurship”
• Stimuleert creativiteit & de herkenning van nieuwe informatiepatronen die kritisch
zijn voor het ontdekken & exploiteren van beloftevolle ondernemende
opportuniteiten
• Nauw verbonden met doorzettingsvermogen
, 4 Ondernemerschap
→zorg dat je geïnteresseerd bent in wat je doet, in het product wat je maakt → niet
ondernemen om te kunnen overleven. Het is de basis om ondernemende intenties te
hebben
• Risicobereidheid & angst om te falen
Risicobereidheid
• Hogere mate van risicobereidheid leidt tot meer ondernemerschap & dynamisme
• Traditioneel wordt verondersteld dat ondernemers meer bereid zijn om risico’s te
nemen dan niet-ondernemers
Angst om te falen
• Belangrijke factor die ondernemend gedrag remt
• In historisch & internationaal perspectief behoort België tot de slechte leerlingen
v/d klas m.b.t. risicobereidheid & angst om te falen.
→ In welke mate kan je omgaan met falen. Falen & ondernemen hoort bij elkaar → leer
uit je fouten
Macro context voor ondernemerschap: intitutionele aspect van ‘theorie’
• Regelgeving
• “Rules of the game”
• Instituties “reguleren” ondernemerschap
• Bestaat uit verzameling van wetgeving & beleid
• Arbeidsmarkt, vennootschapsbelasting & fiscale stelsel, toegang tot financiering
& kapitaal, procedurele apparaat overheid, etc.
• Creëert de formele randvoorwaarden (ecosysteem) voor ondernemerschap
• Bepaalt zowel de hoeveelheid als kwaliteit van ondernemerschap in een land
→ doorlooptijd om op te starten is korter geworden, als het te lang duurt willen veel
mensen al niet meer starten
• Normatieve (hoe hele maatschappij denkt over ondernemen) & cultureel-cognitieve
dimensie (opvoeding, waarden & normen, cultuur voeding krijgt in de maatschappij)
• De normatieve & cultureel-cognitieve dimensies v/e land/ regio m.b.t. ondernemerschap
vormen een v/d meest fundamentele elementen die nodig zijn om ondernemerschap te
laten gedijen & bloeien.
• Deze dimensies bundelen de maatschappelijke houdingen t.o.v. ondernemerschap &
de inschatting van aanwezige (ondernemende) kennis in een land of regio.
• Bepaalt de voedingsbodem voor het starten & laten groeien van ondernemingen
• Maatschappelijke waardering & een uitgebreide aanwezigheid van
(ondernemende) kennis is cruciaal om individuen in staat te stellen om
ondernemende opportuniteiten te kunnen exploiteren.
• Deze dimensies zijn in staat om negatieve effecten van regelgeving of andere
institutionele hiaten sterk af te zwakken.
• Ons land scoort sterk ondergemiddeld op deze dimensies
Soorten ondernemingen:
Er is een verschil tussen een start-up & een starter:
• Start-up: iets wat nog niet bestaat/ iets innovatief toevoegen aan ‘starter’
• Starter: iets oprichten dat al heel lang bestaat (nieuwe bakker, kapper, kledingwinkel)