INFERTILITEIT
H1: MEDISCHE ASPECTEN
BASISBEGRIPPEN VAN DE MENSELIJKE VOORTPLANTING
1. HORMONEN EN VOORTPLANTING
3 niveaus
Gonaden:
- eiserstokken en testikels
- produceren progesteron, testosteron en
oestrogeen
Hypofyse: regelt werking van alle andere klieren
- LH en FSH voor gonaden
Hypothalamus
- Neuro-endocriene cellen produceren releasing
factors: GnRH gaat hypofyse gaan stimuleren
Feedback
Definitie menstruatie
- Dissociatie van postovulatoir endometrium
- Baarmoederslijmvlies die afbreekt, door niet bevruchte eicel
- Eicel gaat groeien baarmoederslijmvlies ook groeien, om
eventuele bevruchte eicel te kunnen opvangen
- Stel eicel is bevrucht, geel lichaampje, progesteron produceren
baarmoederslijmvlies in stand houden
Definitie cyclus
- Van 1ste dag van menses tot eerste dag van de volgende menses
Folliculaire fase – luteale fase (ovarium)
Proliferatieve – secretoire fase (endometrium)
2. HORMONALE REGULATOREN
GNRH
Eiwithormoon met 10 aminozuren
Korte halfwaardetijd, snel uit lichaam verdwijnt
Pulsatiele secretie, in golfjes
Man om 2 uur
Vrouw wisselt volgens ogenblik cyclus
AMH
Anti Mulaire hormone
Productie door
- Sertolicellen testis en granulosacellen ovarium
- Regressie gangen van Müller bij mannelijke foetus
- Bij vrouw rol in follikelgroei
- Indicatie over reserve aan follikels
1
,GONADOTROFINEN
FSH
- Halfwaardetijd 240 minuten
- Groei rijpe follikel
- Stimulatie aromataseactiviteit: zet androgenen om in oestrogenen
- Inductie LH-receptoren
= ultieme teken folliculaire maturatie
- Niet kunnen bepalen in ons bloed & ook niet meer medicamenteus
kunnen toedienen
- Hypofyse blijft FSH produceren, FSH zal eisprong stimuleren
- Nadeel van FSH, korte halfwaardetijd, dus je zal bij patiënten elke
dag moeten toedienen
LH
- Halfwaardetijd 60 minuten
- Functie wisselt volgens ogenblik cyclus
- Proliferatieve fase: productie androgenen
- Eens LH-receptoren: rol in eicelmaturatie, follikelruptuur en activiteit
corpus luteum
- Oestrogene piek LH piek (24 tot 36u later eisprong)
Effect van GnRH op gonadotrope secretie
GnRH stimuleert loslating en stimulatie LH en FSH
Oestrogenen bifasisch effect: negatieve en positieve feedback
- Onderdrukken loslating LH en FSH
- Verhogen synthese van LH
- Na enkele dagen verhogen gevoeligheid van gonadotrope cellen
voor GnRH waardoor reserve kan vrijkomen
> LH-piek
Oestrogene gaat stijgen, dus FSH ook piek signaaltje geven naar
hypofyse dus hypofyse jij mag stoppen met FSH te produceren
door het systeem van feedback zorgt ervoor dat mensen ‘meestal’ maar 1
kindje krijgen
Groepje die zich klaarmaakt (AMH zal groot zijn) belangrijk voor IVF
(daar wil je graag een grote groep)
AMH zal klein zijn, groepje niet groot
Sommige pt vragen dan als je hen gaat stimuleren voor IVF, dus je gaat
meer groepjes klaarmaken, ofdat ze dan sneller in de menopauze gaan
geraken, dat is niet waar al de andere eicellen gaan toch sws afsterven
3. DE OVARIËLE CYCLUS
FOLLICULOGENESE
Follikels aangelegd tijdens embryonale
periode = primordiale follikels
Geboorte : 1 miljoen
Voortdurende groeifase
Tot aan puberteit eindigt groei met atresie
Toename LH en FSH: recrutering follikels
FSH drempelwaarde: follikelselectie
Dominantie van één follikel
Na eisprong, progesteron gaat aanhouden, BMslijmvlies ook houden
2
, Oestrogeen stijgt bij eisprong
OVULATIE
Ovulatiefase start met LH-stijging, LH-piek na 24u en
houdt 48u aan
Vermindering oestradiol
Productie progesteron
Cumulus oöphorus komt vrij
Opening in follikelwand
Meiostische deling en uitstoting 1° poolichaampje
Follikelvocht vloeit gedurende verschillende uren
DE LUTEALE FASE
Corpus luteum ziet geel
Opstapeling cholesterol nodig voor progesteroneproductie
Echo: vocht = zwart, lucht = wit
Follikels gaan op echo een zwarte bol zijn
4. STEROÏDEN
OESTROGENEN (PG/ML)
Vrouwelijke hormonen
Geproduceerd door granulosacellen en in vetweefsel
Ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken
Ontwikkeling inwendige geslachtsorganen
Regulatie secretie gonadotropinen
Cervicale mucusproductie, rond de eisprong, slijm zal ook rekbaarder zijn
ANDROGENEN
Testosteron, androsteendion, DHEA
= mannelijk hormoon, maar vrouw produceert dit ook
Testosteronspiegels bij vrouw 10x lager dan bij man
Bij man:
Seksuele beharing
Libido
Rol in zaadcelproductie
Testosteron gaan nemen voor sporten=negatieve reactie op zaadcel
PROGESTERON (NG/ML)
Tussenschakel in synthese androgenen en oestrogenen
Functie na ovulatie
Voorbereiding endometrium op innesteling
Tijdens zwangerschap in stand gehouden door hCG van placenta
Vanaf 8° week overgenomen door placenta
5. SPERMATOGENESE
Hormonale regulatie van de spermatogenese
3
, Productie start bij puberteit
Continu tot oudere leeftijd
Kiemcellen ondergaan 2 reductiedelingen waaruit 4 spermatozoa ontstaan
Kiemcellen ondergaan mitoses waardoor reserve bewaard blijft
Testosteroneproductie door Leydigcellen
Van kiemcel tot ejaculaat
74 dagen
Spermatogenese in omgeving van Sertolicellen
Zaadcel
- Kleine kop gecondenseerd genoom
- Hals met mitochondriën > energie voor staartbewegingen
- Staart
Het ejaculaat
90% uit secreet zaadblaasjes en prostaat
2-5 ml
pH 7,2 tot 7,8
Vruchtbaarheid van ejaculaat enorme variaties binnen eenzelfde persoon
en tussen personen onderling
Minimumkenmerken volgens WHO
Als man vasectomie, gesteriliseerd, wordt zaadleider doorgeknipt, maar
ejaculeert wel nog steeds, sperma bestaat dus uit vocht, secreet, geen
spermacellen
6. BEVRUCHTING EN IMPLANTATIE
OÖGENESE EN SPERMATOGENESE
Onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke wezens begint bij gameten
Zaadcellen en eicellen gelijk aandeel in overdracht genetisch materiaal,
uitzondering mitochondriaal DNA van eicel
Mitochondrieën = energieleveranciers van de eicel
Genetische eindreslultaat eicellen en zaadcellen zelfde, traject heel
verschillend
Eicel:
- Meiose begint voor de geboorte,
afgewerkt bij ovulatie
- Eerste poollichaampje bevat helft van
chromosomen
- Tweede poolichaampje: van diploïde
naar haploïde eicel
- Honderdmaal groter dan zaadcellen
- Nemen tijdens rijpingsfase toe in volume
- Stapelen reservestoffen op voor overleving embryo
Zaadcel:
- 2 meiotische delingen leiden tot 4 haploïde spermatiden
- Tijdens productieproces ontdaan van bijna alle cytoplasma
- Uitzondering centriool
- Kleine mobiele DNA-dragers
Secundaire oocyt= 1e meiotische deling voltoooid, 1 poolichaampje uit
4