Les 1: Generatieve en
taalgebruiksgebaseerde taalkunde
Prewetenschappelijke taalkunde = eerste interesse in taal
Panini (600-300 VC) : Astadhyayi
o Grammatica vh Sanskriet
o 3959 sutra’s (regels) woorden en zinnen vormen op basis van lexicale lijsten
Isidorus van Sevilla (560-636 n. Chr.): Etymologiarum sive originum libri XX,
o Etymologiën als encyclopedie
o Encyclopedie die oorsprong en betekenis van woorden verklaarde
Collegium Trilingue, oftewel College der Dry Tonghen (1517) te Leuven:
o zuiver gewijd aan taalstudie
o Vooral/enkel aandacht voor ‘heilige’ talen (Grieks, Latijn en Hebreeuws), typisch
vanwege literatuur of heilige teksten uit het verleden
Reconstructi etaalkunde = eerste wetenschappelijke benadering v taal
Lambert Ten Kate: Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche
sprake (1723): Europische Tael-boom
o Verwantschap tussen Europese talen in kaart brengen
1786: toespraak William Jones voor de Bengal Asiatic Society:
o Introduceerde het idee van een gemeenschappelijke oorsprong van het Sanskriet,
Latijn en Grieks
o Hij zei dat overeenkomsten in grammatica en woordenschat niet toevallig kunnen zijn
Stammen waarschijnlijk af van een oertaal, die mogelijk niet meer bestaat
Hij denkt dat ook Keltisch, Gotisch en Oud-Perzisch hiertoe horen
Dit allemaal leidde tot de Comparatieve methode:
cognaten herkennen door op zoek te gaan naar systematische verschillen
o cognaten (=woorden met gemeenschappelijke oorsprong in andere talen)
o Door systematische klankverschillen proto-taal reconstrueren
Bv Proto-Indo-Europees
1
,Rasmus Rask, Jakob Grimm, Karl Verner
Wet van Grimm
o Beschrijft systematische veranderingen tussen het Proto-Indo-Europees en
Germaanse talen
Wet van Verner
o Uitzonderingen op wet van Grimm uitleggen door wijzen op effect van klemtoon op
stemhebbendheid van frictatieven
Ontwikkeling
1860: August Schleicher stamboommodel
o Model waarin talen vertakken uit
gemeenschappelijke stam
1872: Johannes Schmidt golfmodel
o Taalverandering gebeurt niet altijd in
vertakkingen, maar verspreidt zich in
golven
o Hugo Schuchart
Bouwde verder + benadrukte
taalcontact als bron van
verandering
Oorsprong Indo-Europees
Kurgan-hypothese
o PIE is ontstaan in Pontisch Kaspische
steppe (4.000 V.C)
Anatolische hypothese
o PIE is ontstaan in Anatolië
(7.000-6.000 V.C)
Vanaf de 19de eeuw: eerste wetenschappelijke benadering van taal:
Systematisch onderzoek, bv. comparatieve methode
Falsifieerbare hypothesen, bv. Wet van Verner (fricatieven ontstaan door de Wet van
Grim worden stemhebbend als de klemtoon binnen het woord op de direct volgende
lettergreep ligt) Ausnahmslosigkeit van de Neogrammatici
2
, Uniformiteitsprincipe, bv. laryngaaltheorie (De Saussure 1879) over ontstaan van lange
klinkers in IE
Scheermes van Ocham, bv. etymologie Duits (vs. Becanus’ Origines Antwerpianae:
d’oudste) voorkeur voor weteschappelijke verklaring boven speculatief
nadruk op ontdekking taalverwantschappen en de reconstructie van eerdere taalfasen, weinig
interesse in levende talen
grote vraag = hoe zagen eerdere taalfasen eruit (=descriptief)
3
, Structuralisme
= eerste wetenschappelijke focus op synchronie en taalsystemen
Vertegenwoordigers:
Ferdinand De Saussure, Cours de Linguistique génerale (1916): posthuum verschenen
o Legde de basis van structuralisme
o Taalteken bestaat uit ‘vorm’ en ‘betekenis’
Praags structuralisme: Roman Jakobson (Rus)
o Nadruk fonologie en functies van taal
Kopenhaagse school: Louis Hjelmslev
o Ging verder op vlak van formalisering en structuur
Algemene opvattingen:
Taal als een systeem, dat op een formele manier beschreven kan worden (~ wiskunde,
logica)
o Taal wordt gezien als gestructureerd geheel, waarbij de onderdelen betekenis
krijgen door onderlinge relaties
o Elk element is gedefinieerd door de positie in het systeem
o Beschreven met methoden vergelijkbaar met wiskunde en logica (abstracte
regels en structuren staan centraal)
Geen verwijzing nodig naar elementen buiten dat systeem
o Focus op interne structuur en dynamiek van taal
Focus op synchronie (nieuw)
o Niet de historische ontwikkeling van taal (diachronie), de nadruk ligt op hoe een
taal op een bepaald moment functioneert
Cours de Linguistique génerale (1916): het arbitraire taalteken als basis van het systeem
= verband tussen betekenisdragende teken (bv. het woord ‘kat’) en het concept dat het
aanduidt (bv. het dier) is willekeurig. Er is geen gemotiveerd verband
Betekenis (concept) van het taalteken wordt bepaald door de relatie tot andere tekens binnen een
systeem en niet door verwijzing naar de realiteit
Bv. Taal met 4 kleuren zijn de grenzen van categorieën anders dan taal met 8 kleuren
Bv. Kinderen (of taalgebruikers) categoriseren nieuwe concepten op basis van bestaande verschillen
in hun mentale systeem (bv. kind noemt een okapi een giraf)
=Die verschillen wil een structuralist beschrijven
4