Samenvatting gemaakt door Ismay Kolijn, student Open Universiteit
,Hoofdstuk 1: Grondslagen en Wetenschappelijke Methode
Vraag 1 Welke stroming in de vroegmoderne filosofie verdedigde de opvatting dat alle
menselijke kennis uitsluitend voortkomt uit zintuiglijke ervaring en externe waarneming?
• A) Rationalisme
• B) Empirisme
• C) Nativisme
• D) Idealisme
Vraag 2 Wat wordt in de methodologie van de psychologie bedoeld met het 'operationeel
maken' (operationaliseren) van een abstracte variabele?
• A) Het statistisch corrigeren van storende variabelen achteraf in de data-analyse.
• B) Het expliciet en meetbaar maken van een theoretisch concept zodat het in de praktijk
geobserveerd en gekwantificeerd kan worden.
• C) Het willekeurig toewijzen van proefpersonen aan experimentele condities.
• D) Het verbergen van de hypothese voor de onafhankelijke waarnemer.
Vraag 3 Welk statistisch kenmerk beschrijft de mate waarin individuele scores binnen een
dataset verspreid liggen rond het rekenkundig gemiddelde?
• A) De correlatiecoëfficiënt
• B) De p-waarde
• C) De standaarddeviatie
• D) De mediaan
Vraag 4 Wat is het voornaamste gevaar van een niet-representatieve of vertekende steekproef
(biased sample) bij psychologisch onderzoek?
• A) Dat de verkregen resultaten onterecht en foutief worden gegeneraliseerd naar de
bredere doelpopulatie.
• B) Dat de p-waarde automatisch groter wordt dan 0.05.
• C) Dat het experiment niet meer dubbelblind kan worden uitgevoerd.
• D) Dat de onafhankelijke variabele niet meer gemeten kan worden.
Vraag 5 Wanneer spreken we in de inferentiële statistiek van een statistisch significant
resultaat?
• A) Als het effect groter is dan de standaarddeviatie van de totale populatie.
• B) Als de kans kleiner is dan een vooraf gekozen drempelwaarde (doorgaans p < 0.05)
dat de gevonden data door puur toeval zijn ontstaan.
• C) Als de correlatie tussen de variabelen exact +1.0 of -1.0 bedraagt.
• D) Als alle proefpersonen unaniem akkoord gaan met de uitkomst van de enquête.
, Vraag 6 Welk type onderzoek is het meest geschikt om een causale (oorzakelijk verband) relatie
aan te tonen tussen twee variabelen?
• A) Een correlationele studie
• B) Een naturalistische observatie
• C) Een gecontroleerd experiment
• D) Een retrospectieve casestudy
Vraag 7 Wat is het specifieke doel van een 'placebo-controlegroep' binnen een
geneesmiddelen- of psychologisch experiment?
• A) Het meten van de natuurlijke genezing zonder enige interventie.
• B) Het controleren voor verwachtingseffecten en suggestie bij de proefpersonen.
• C) Het verhogen van de totale steekproefomvang om uitval te compenseren.
• D) Het blind maken van de onderzoeker voor de statistische analyses.
Vraag 8 Wat houdt het principe van 'informed consent' (geïnformeerde toestemming) in
ethische richtlijnen voor psychologisch onderzoek in?
• A) Dat proefpersonen achteraf altijd financieel worden gecompenseerd voor hun
deelname.
• B) Dat deelnemers vooraf volledig worden geïnformeerd over de aard van het onderzoek,
mogelijke risico's en hun recht om op elk moment te stoppen, waarna ze schriftelijk
akkoord gaan.
• C) Dat de hypothesen van de studie vooraf openbaar worden gemaakt in een
wetenschappelijk tijdschrift.
• D) Dat de identiteit van de onderzoeker geheim blijft voor de instemmingscommissie.
Vraag 9 Wie wordt in de geschiedenis van de psychologie beschouwd als de stichter van het
eerste officiële laboratorium voor experimentele psychologie (in Leipzig, 1879)?
• A) Sigmund Freud
• B) William James
• C) Wilhelm Wundt
• D) John Watson
Vraag 10 Wat wordt bedoeld met de 'replicatiocrisis' in de moderne psychologische
wetenschap?
• A) Het verschijnsel dat veel klassieke experimenten bij herhaling door onafhankelijke
onderzoekers niet dezelfde significante resultaten opleveren.
• B) Het tekort aan proefpersonen met specifieke klinische diagnoses in universitaire
ziekenhuizen.
• C) De wetmatigheid dat hersenstructuren bij herhaalde metingen fysiek veranderen.