• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 69 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Doelgroepen 1 | Lichamelijke beperking | Karel de Grote | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 69 pagina's

Deze studienotities behandelen het eerste onderdeel van Doelgroepen 1 uit de opleiding Orthopedagogie aan Karel de Grote-Hogeschool. Het document gaat in op het stoornisdenken versus diversiteitsdenken, kruispuntdenken (intersectionaliteit), en biedt een gedetailleerde verkenning van lichamelijke beperkingen vanuit het ICF-model. Met praktische definities, etiologie, en de onderscheidingen tussen stoornis, beperkingen en participatieproblemen is dit materiaal onmisbaar voor het begrijpen van doelgroepen in de orthopedagogische praktijk.

Voorbeeld van de inhoud

DOELGROEPEN 1
DEEL 1: WHAT’S IN A NAME

1. LEREN OVER STOORNISSEN

Het “stoornisdenken” focust op de beperking en is gericht op het
“remediëren” en het zo goed mogelijk tegemoet komen aan deze beperking zodat de
persoon (opnieuw) kan aansluiten bij de norm (Vanderplasschen, Vandevelde, Van
Damme, Claes, & & De Pauw, 2017). Binnen het stoornisdenken gaat men er van uit
dat
je heel specialistische kennis nodig hebt over een bepaalde stoornis, om met
bijhorende
specifieke noden om te gaan.

2. KIJKEN NAAR MENSEN

Diversiteitsdenken legt nadruk op de meervoudige identiteiten die elke persoon
heeft en hoe identiteiten elkaar doorkruisen en de levenswandel beïnvloeden. Dé
persoon met een handicap of beperking bestaat niet (Schraepen, 2024). Een persoon
met een verstandelijke beperking is nooit
alleen een persoon met een verstandelijke beperking: het is ook een man of vrouw,
moslim
of christen, oudere of jongere, ... . Hij/zij/die is vooral een unieke combinatie van al die
individuele factoren. Als je kijkt naar een persoon, met welke beperking dan ook, moet
je
veel verder kunnen kijken dan de kenmerken die uit deze beperking volgen. Daarvoor
moet
je holistisch kunnen kijken, naar de hele persoon én niet alleen naar de stoornis die
deze
persoon heeft.




Helma Lutz (Ellavzw, 2023) onderscheidt 14 dimensies of assen van
differentiatie die het
sociale leven van een persoon in hoge mate bepalen.

,  1 van de assen bepalend voor welke positie je inneemt in de samenleving
 Is telkens maar een deeltje van je identiteit
 Kruispuntdenken, ook wel intersectioneel genoemd
 Hoe ze elkaar doorkruisen mee de maatschappelijke positie van een persoon gaan
bepalen



3. WERKEN MET MENSEN

Verder lezen in cursus

DEEL 2: LICHAMELIJKE BEPERKING

1.1 ONTRAFELING DEFINITIE

Personen met een lichamelijke beperking worden door blijvende, tijdelijke of
recidiverende motorische belemmeringen gehinderd in hun groei, ontwikkeling en
handhaving. De lichamelijke beperking heeft tot gevolg dat de persoon hinder ondervindt
bij het gebruiken van het lichaam. De belemmeringen vinden hun oorsprong in
neurologische, musculaire, metabolische (‘stofwisseling’) stoornissen of traumata.
Personen met een lichamelijke beperking vormen geen duidelijk afgebakende groep.
Sommigen hebben een bijkomende beperking (verstandelijk, zintuiglijk) of bijkomende
problemen (gedrags- en/of emotionele
problemen, leerproblemen, communicatieve problemen,...)”


• Personen die hinder ondervinden in hun motorische ontwikkeling of in hun motoriek
op latere leeftijd.
• Hun (dagdagelijkse) functioneren wordt daardoor bemoeilijkt.
• De beperking kan van korte duur zijn (vb. kind dat op jonge leeftijd spalkjes draagtom
misvorming van de beentjes of voeten te verhinderen) of blijvend.
• Een lichamelijke beperking kan ook steeds erger worden, dat noemen we dan een
progressief verloop. En een lichamelijke beperking kan ook een wisselend verloop
hebben. Dan spreken we van een recidiverende aandoening. Een persoon met een
recidiverende aandoening heeft periodes waarin hij geen beperking ervaart, en periodes
waarin hij de beperking wel ervaart.
• De oorzaak kan velerlei zijn: aangeboren, ontstaan tijdens of kort na de geboorte, of
ontstaan op latere leeftijd. We bespreken dit verder in het puntje ‘etiologie’.
• De oorzaak kan (neuro)musculair zijn (spieren) of te wijten zijn aan botten of
gewrichten (dat geheel wordt binnen biomedisch kader motorische beperking genoemd),
maar het kan ook neurologisch of metabolisch ontstaan of door traumata (letsels).
Dat laatste slaat op de doelgroep personen met een NAH

1.2 ICF KIJK OP LICHAMELIJKE BEPERKING

ICF

 Geen algemene omschrijving van een lichamelijke beperking
 Staat toe om nauwkeurig te analyseren welke specifieke (deel)aspecten van het
handelen voor een persoon moeilijk zijn en of dit komt door persoonlijke of door
externe factoren.
 Niet aan stoornis denken doen, persoon in geheel bekijken (holistisch)

,ICF-model deelt de beeldvorming over personen met een beperking in 3 niveaus

- Ziekte of aandoening kan geconcretiseerd worden in lichamelijke eigenschappen
van een persoon. Bepaalde delen van het lichaam kunnen afwijkend zijn qua
structuur = stoornis
- Stoornis heeft gevolgen op de wijze waarop een persoon functioneert in dagelijkse
leven en dat op verschillende activiteiten, op niveau spreekt men van
beperkingen
- Lichamelijke beperking heeft gevolgen voor participatie van persoon aan zijn
sociale omgeving en maatschappelijke leven. Problemen die persoon op niveau
ondervindt = participatieprobleem, vroeger sprak men van een handicap

Ook wisselwerking tussen functioneren van de persoon op deze 3 niveaus en persoonlijke
en externe factoren

- Persoonlijke factoren, bv karakter van een persoon
- Externe factoren, omgeving van de persoon

Belangrijk om onderscheid te zien tussen stoornis, beperkingen die ze dan ervaren in de
activiteiten van het dagelijkse leven

 Nadeel dat ze kunnen ondervinden = participatie
 2 mensen met dezelfde stoornis kunnen heel andere beperkingen, problemen
ervaren
 Belangrijk om er een grondig zicht op te hebben om juiste hulp te bieden

Vanuit diversiteitsdenken, centraal staat met de persoon

 Aandachtspunt; de dimensie van de participatie

Spreken van een handicap of beperking als de stoornis gevolgen heeft voor het
participeren aan het dagelijkse leven en aan de maatschappij

ICF een middel om in de beeldvorming van personen met een lichamelijke beperking te
kijken op welke domeinen het leven van personen kan worden verbeterd.

Lichamelijke beperking

 niet bekeken worden als een statisch persoonskenmerk
 Maar als een concept dat meerdere lagen bevat
 Beelvorming is pas juist als je oog hebt voor die meerdere lagen

Ondersteuning van personen met lichamelijke beperking op 3 dimensies van het ICF

1. Staat de behandeling van de stoornis voorop

, 2. Beperkingen in het dagelijkse leven zo goed als mogelijk verkleinen
3. Aandacht nodig om een persoon de kracht en kansen te geven om te participeren
 Ook staat naast aangepaste maatschappij (externa factor) ook coping bij de
persoon centraal (interne factor)
 Coping; manier waarop je met problemen omgaat




2 ETIOLOGIE

2.1 INDELING VAN MOGELIJKE OORZAKEN

Indeling maken op basis van het moment waarop de factor die zorgt dat er een
gezondheidsprobleem optreedt

 Tweede criterium; aard van de factor die beperking veroorzaakt
 3 mogelijke momenten waarop er iets kan gebeuren dat aan de oorzaak ligt van
beperking
1. Prenataal: oorzaak van het probleem ligt voor de geboorte
2. Perinataal: oorzaak vindt zijn oorsprong rond de geboorte
3. Postnataal: probleem, stoornis of beperking veroorzaakt na geboorte
 Andere opdeling die samenhangt met moment van de ‘oorzaak’ opdelen van
aangeboren VS verworven oorzaken
 Beperking die prenataal werd veroorzaakt = aangeboren beperking
 Beperking die peri of postnataal zijn veroorzaakt = aangeworven beperking
 Oorzaak van een beperking ook bekijken afhankelijk van de aard van de
oorzakelijke factor
1. Biologische factoren, bv wanneer de reden van de beperking te wijten is aan
genetische afwijkingen of medische problemen
2. Sociale factoren, als gevolg van specifiek gedrag of als gevolg van
beperkingen

2.2ETIOLOGIE LICHAMELIJKE BEPERKING

Lichamelijke beperkingen indelen volgens aard van de aandoening en onderscheiden 3
categorieën

- Neurologische aandoeningen; motoriek verhinderd door problemen in centraal
zenuwstelsel hersenen en ruggenmerg
- (neuro)musculaire aandoeningen; ontstaan als gevolg van het slecht
functioneren van spiergroepen ofwel omdat spieren zelf onvoldoende functioneren
of de aansturing ervan door het perifere zenuwstelsel. Spiergroepen die wel de
juiste zenuwsignalen krijgen maar het niet in actie kunnen omzetten of goede
spiergroepen die onvoldoende zenuwsignalen krijgen
- Orthopedische; problemen zijn problemen zoals amputatie waar een lidmaat
gedeeltelijk of volledig afwezig is of botten zo broos zijn dat ze heel snel breken

Documentinformatie

Geüpload op
7 oktober 2026
Aantal pagina's
69
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
16
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen