1 CONTEXT- EN FAMILIEGERICHT WERKEN
> Luisteren en families met respect kan behandelen (Rogeriaanse grondhouding)
> Aandacht voor noden van alle contextleden (meerzijdige partijdigheid)
> Focust op ervaren problemen en sterktes v/h gezin (krachtgericht werken)
> Samenwerken (participatief en verbindend werken)
> Kennis van diversiteit in al zijn facetten en hier handelen aan aanpast
(cultuursensitief werken)
Erkent dat:
> Elke context en familie anders en uniek is
> Familie constante factor is in leven v/e kind, oudere, …
> Familieleden deskundig zijn inzake mogelijkheden en behoeften v hun kind, ouder,
partner, …
Contextgericht werken is:
1. Een visie
> Zorg dragen vr iedereen die met kwetsbare mensen omgaat
> Cliënt niet de enige cliënt
> Betrokkenheid v/h milieu, gezin, ouders, … vooropgesteld.
> Cliënt maakt deel uit v/e systeem, 1 iemand ondersteunen, kan vr zorgen
dat je gezin kan ondersteunen
> Vraagt om buiten de muren v je cliënt in organisatie te kijken
2. Een wetenschap
> Systeemgericht werken
> Wetenschappelijke benadering waarin w bewezen dat menselijk gedrag
nooit 1 enkele oorzaak heeft
Vb, mobiel boven babybedje; als jij beweegt, beweeg ik mee, of ik nu wel
of niet …
3. Doelgericht werken
> Nt werken met 1 bepaalde methode
> Geen duidelijk stappenplan
> Je afvragen welk doel je hebt (belangrijk)
o Doelen gemaakt door en voor gezinnen (participatief werken)
4. Procesmatig werken
> Werken voor later
> Relaties legt wel zaadjes en bouwstenen voor later
> Jezelf als hulpverlener overbodig maken
> A.d.v. methode/visie die evidence based is
5. Families betrekken op verschillende manieren (rol)
> Hangt af van wiens belang je voor ogen hebt
> Op welke stoel je zit (MANDAAT) + hoe je
werkt
6. Dus contextgericht werken is
> Meer dan module ‘contextbegeleiding in
jeugdhulpverlening
> Meer dan in contact komen met gezinsleden
> Meer dan gezinsgesprekken
, 2 EEN GEZIN VROEGER EN HIER
Evolutie in gezinnen in Europa
o Vr 18e eeuw: pre-industriële gezin
o Functioneel, minder sociaal, minder emotioneel: nadruk op instrumentele,
zakelijke gronden, vaak gearrangeerd, partnerkeuze vanuit ratio, uit elkaar
gaan niet geaccepteerd
o Kinderen ingezet om mee te (over)leven, deel van arbeidsmarkt
o 18e eeuw: ° v moderne gezin
o Door toenemende industrialisering
Minder kinderen en vrouwen moesten werken
o Effect op thuis: man kostwinner
> 19e en 20e eeuw: vervolg moderne gezin
o Kindertijd (aparte fase), staan centraler
o Groeiende moederschapsideologie
> 20e eeuw (jaren 60): postmodern gezin dr toenemende welvaart na WOII
o Groeiende populatie
Toename v geboorte en afname mortaliteit
o Vrijheid in partnerkeuze
o Meer ‘gelijkheid’ gepromoot tss gezinsleden
Gevolgen?
o Belangen van huwelijk neemt af, meer scheidingen
o Aantal kinderen buiten huwelijk en biologische ouders
geboren w stijgt
> Jaren 1960-1980
o Effecten op macroniveau
° gezinswetensch/onderz/studierichtingen/…
Wetten rond opvoedingsondersteuning stijgen
Opvoeding w publiek thema en deel v/d politieke agenda
o Effecten op mesoniveau
Oprichten v organisaties: Kind en gezin
Lokale initiatieven volgen meer: gids vr gezinnen
3 HET GEZIN/ FAMILIE DE DAG VAN VANDAAG, HIER
Gezinnen de dag van vandaag
> 21e eeuw: postmodern gezin, hedendaagse gezin door
o Aangepaste wetten, versoepeling rond gezinshereniging (migratie)
o Groeiende technologie en kapitalisme groeiend individualisme
o Gelijkwaardigheid in rechten en plichten stijgt
> 4 grote tendensen/effecten BELANGRIJK!
A. Diversiteitsvormen (in gezinnen) neemt toe
Diversiteit aan buitenkant: vele gezinsvormen en transities (vb,
scheiding, geboorte, …) nemen toe in 1 mensenleven
Diversiteit aan binnenkant: verschillende talen, culturen, grootte, …
o Kan o.b.v. wettelijk kader, huishoudvorm, verwantschap, …
o Bepaald op microniveau
o Kwaliteit van relaties bepaalt samenzijn