Labo microbiologie
Hoorcollege 1: inleiding
Terminologie
• Microbiologie < Grieks: mïkros (klein) + bios (leven) + logia (leer)
• = studie v micro-organismen die te klein zijn voor blote oog, vb.
o Bacteriën
o Protozoa
o Virussen
o Fungi
o Algen
• Vb. ‘goede’ micro-organismen
o Fermentatie (bier, kaas…)
o Gist (brood…)
o Probiotica
o Eetbare schimmels
o Darmflora
o …
• Vb. ‘slechte’ micro-organismen
o Ziekmakend
o Bederf van voedingsmiddelen
o …
Indeling van organismen
• Aristoteles (400 vC)
o Planten (klein, groot, medium)
o Dieren (land, water, lucht)
• Carolus Linnaeus (1707 - 1778): introductie taxonomie
o 2-rijkensysteem: planten (flora, vegetabilia) en dieren (fauna, animalia)
o Naamgeving en classificatie van species gebaseerd op fysieke
verwantschap
o Binomilane (Latijnse) naamgeving: genus (geslacht) + species (soort)
o Typische schrijfwijze (vb. Escherichia coli)
▪ Cursief indien gedrukt
▪ Onderlijnd indien handgeschreven
▪ !!Genus: hoofdletten, species: kleine letter
, Labo microbiologie
Whittaker
• Nieuwe ontdekkingen micro-organismen
=> meerdere rijken
• 1969: 5-rijkenstelsel volgens Whittaker
• Verschillen in voedingswijze
o Animalia en Protozoa = consumenten
▪ Spijsvertering verwerkt voedsel
na ingestie
▪ Beweeglijk
o Plantae en Protofyta = producenten
▪ Onbeweeglijk
o Fungi en Monera = reducenten
▪ E door afbraak organisch materiaal
• Indeling volgens voedingswijze ≠ sluitend
o Sommige primitieve planten: fotosynthese, maar = beweeglijk
o Sommige primitieve dieren = beweeglijk, maar fotosynthese
o Sommige bacteriën: fotosynthese
• Ook verschillen o.b.v. celstructuur
o Prokaryoten
▪ Eenvoudige celbous
▪ Geen celkern, geen andere celorganellen
▪ Kernachtig lichaam (nucleoïd); DNA los in protoplasma
▪ Celmembraan en -wand
o Eukaryoten
▪ Complexe celbouw
▪ Celkern, andere celorganellen (vb. mitochondriën)
▪ Plantaardige cellen: celmembraan en -wand
▪ Dierlijke cellen: enkel celmembraan
, Labo microbiologie
Woese
• 1977: Monera opgesplitst in Eubacteriae en Archaebacteriae
• Woese: onderzoek 16S ribosomaal RNA
o Naamgeving en classificatie van
species o.b.v. verwantschap
m.b.t. 16S ribosomaal RNA
o Genetisch verwantschap
o 6-rijkensysteem
• 1990: Woese: 3 domeinen
o Bacteria (= Eubacteria)
o Archaea (= Archaebacteria)
o Eukarya (= Animalia + Plantae
+ Protista + Fungi)
Protista
• 1-cellige eukaryoten
• Protozoa: ééncellige dertjes
o Rhizopoda/ wisseldiertjes/ amoeben
▪ Bewegen en eten met ‘schijnvoetjes’ door
cytoplasmatische stromingen
o Flagellaten/ zweep(draad)diertjes
▪ Bewegen en eten met flagel/ zweepdraad
o Cilliaten/ trilhaardiertjes/ wimperdiertjes
▪ Bewegen en eten met ‘trilharen’ of cilia
o Apicomplexa: onbeweeglijke protozoa
, Labo microbiologie
o Meestal als voedsel voor andere aquatische organismen
o Voeden zich met algen, bacteriën, schimmels, andere protozoa
o Soms pathogeen! => parasieten
▪ Houden zich in stand en verm. zich ten koste van gastheer, zonder
die echt te doden
▪ Vooral in landen met slechte hygiënische omstandigheden groot
probleem
▪ Hebben eigen levenscyclus met gebruik van 1/meer tussen- en
eindgastheren
▪ Mens en dier kunnen gastheer zijn
• Tussengastheer: parasiet verplaatst zich door lichaam en
nestels ergens in weefsel
• Eindgastheer: verm. parasiet in darm en (oö)cysten/ eitjes w
met feces uitgescheiden
o Cyste
▪ Overlevingsvorm
▪ Dikke celawnd
▪ Resistent => ongehinderde passage maag
o Meesten verm. ongeslachtelijk
o Indien geslachtelijk: vorming oöcysten
o Meest kwetsbaar: YOPI groep:
▪ Young
▪ Old
▪ Pregnant
▪ Immunocompromised
o Giardia lamblia
o Entamoeba histolytica
Hoorcollege 1: inleiding
Terminologie
• Microbiologie < Grieks: mïkros (klein) + bios (leven) + logia (leer)
• = studie v micro-organismen die te klein zijn voor blote oog, vb.
o Bacteriën
o Protozoa
o Virussen
o Fungi
o Algen
• Vb. ‘goede’ micro-organismen
o Fermentatie (bier, kaas…)
o Gist (brood…)
o Probiotica
o Eetbare schimmels
o Darmflora
o …
• Vb. ‘slechte’ micro-organismen
o Ziekmakend
o Bederf van voedingsmiddelen
o …
Indeling van organismen
• Aristoteles (400 vC)
o Planten (klein, groot, medium)
o Dieren (land, water, lucht)
• Carolus Linnaeus (1707 - 1778): introductie taxonomie
o 2-rijkensysteem: planten (flora, vegetabilia) en dieren (fauna, animalia)
o Naamgeving en classificatie van species gebaseerd op fysieke
verwantschap
o Binomilane (Latijnse) naamgeving: genus (geslacht) + species (soort)
o Typische schrijfwijze (vb. Escherichia coli)
▪ Cursief indien gedrukt
▪ Onderlijnd indien handgeschreven
▪ !!Genus: hoofdletten, species: kleine letter
, Labo microbiologie
Whittaker
• Nieuwe ontdekkingen micro-organismen
=> meerdere rijken
• 1969: 5-rijkenstelsel volgens Whittaker
• Verschillen in voedingswijze
o Animalia en Protozoa = consumenten
▪ Spijsvertering verwerkt voedsel
na ingestie
▪ Beweeglijk
o Plantae en Protofyta = producenten
▪ Onbeweeglijk
o Fungi en Monera = reducenten
▪ E door afbraak organisch materiaal
• Indeling volgens voedingswijze ≠ sluitend
o Sommige primitieve planten: fotosynthese, maar = beweeglijk
o Sommige primitieve dieren = beweeglijk, maar fotosynthese
o Sommige bacteriën: fotosynthese
• Ook verschillen o.b.v. celstructuur
o Prokaryoten
▪ Eenvoudige celbous
▪ Geen celkern, geen andere celorganellen
▪ Kernachtig lichaam (nucleoïd); DNA los in protoplasma
▪ Celmembraan en -wand
o Eukaryoten
▪ Complexe celbouw
▪ Celkern, andere celorganellen (vb. mitochondriën)
▪ Plantaardige cellen: celmembraan en -wand
▪ Dierlijke cellen: enkel celmembraan
, Labo microbiologie
Woese
• 1977: Monera opgesplitst in Eubacteriae en Archaebacteriae
• Woese: onderzoek 16S ribosomaal RNA
o Naamgeving en classificatie van
species o.b.v. verwantschap
m.b.t. 16S ribosomaal RNA
o Genetisch verwantschap
o 6-rijkensysteem
• 1990: Woese: 3 domeinen
o Bacteria (= Eubacteria)
o Archaea (= Archaebacteria)
o Eukarya (= Animalia + Plantae
+ Protista + Fungi)
Protista
• 1-cellige eukaryoten
• Protozoa: ééncellige dertjes
o Rhizopoda/ wisseldiertjes/ amoeben
▪ Bewegen en eten met ‘schijnvoetjes’ door
cytoplasmatische stromingen
o Flagellaten/ zweep(draad)diertjes
▪ Bewegen en eten met flagel/ zweepdraad
o Cilliaten/ trilhaardiertjes/ wimperdiertjes
▪ Bewegen en eten met ‘trilharen’ of cilia
o Apicomplexa: onbeweeglijke protozoa
, Labo microbiologie
o Meestal als voedsel voor andere aquatische organismen
o Voeden zich met algen, bacteriën, schimmels, andere protozoa
o Soms pathogeen! => parasieten
▪ Houden zich in stand en verm. zich ten koste van gastheer, zonder
die echt te doden
▪ Vooral in landen met slechte hygiënische omstandigheden groot
probleem
▪ Hebben eigen levenscyclus met gebruik van 1/meer tussen- en
eindgastheren
▪ Mens en dier kunnen gastheer zijn
• Tussengastheer: parasiet verplaatst zich door lichaam en
nestels ergens in weefsel
• Eindgastheer: verm. parasiet in darm en (oö)cysten/ eitjes w
met feces uitgescheiden
o Cyste
▪ Overlevingsvorm
▪ Dikke celawnd
▪ Resistent => ongehinderde passage maag
o Meesten verm. ongeslachtelijk
o Indien geslachtelijk: vorming oöcysten
o Meest kwetsbaar: YOPI groep:
▪ Young
▪ Old
▪ Pregnant
▪ Immunocompromised
o Giardia lamblia
o Entamoeba histolytica