1. Leren en instructie via verschillende dimensies
a. Actoren (leerlingen, leraren, overheid, ..)
b. Aggregatieniveaus (micro-, meso- & macroniveau)
c. Didactisch handelen (doelstellingen, leerstof, toetsing,..)
d. Organisatie (ruimte, budget/geld, …)
e. Leeractiviteiten (uitkomst & startpunt bij instructie)
f. Context (invloeden van buitenaf)
2. MICRONIVEAU
3. MESONIVEAU
4. MACRONIVEAU
, MICRONIVEAU
- Actoren
Wat betekent actoren?
Actoren zijn alle personen die direct betrokken zijn bij het leren in de klas.
Op microniveau gaat het om:
● De leraar
→ degene die lesgeeft, begeleidt, uitlegt, feedback geeft.
● De leerling(en)
→ degene die leren, oefenen, vragen stellen, samenwerken.
Belangrijk voor het examen:
Op microniveau kijk je naar wat de leraar en leerling doen tijdens één les of
leermoment.
👉 Voorbeeld:
De leraar legt breuken uit en een leerling stelt een vraag → dit zijn actoren op microniveau.
- Didactisch handelen
Wat is didactisch handelen?
Dat is alles wat de leraar bewust doet om leren mogelijk te maken.
Op microniveau betekent dit:
● uitleg geven
● vragen stellen
● voorbeelden gebruiken
● feedback geven
● differentiëren (snelle/extra uitleg)
● leerlingen activeren
Kernzin voor het examen:
Didactisch handelen = het gedrag en de keuzes van de leraar tijdens de les.
👉 Voorbeeld:
De leraar legt de stof stap voor stap uit en controleert of leerlingen het begrijpen.
- Organisatie van onderwijs
Wat is organisatie van onderwijs?
Dit gaat over hoe de les praktisch is ingericht.
Op microniveau kijk je naar:
● klassikale instructie of groepswerk
● indeling van de klas
● tijdsplanning van de les
● gebruik van leermiddelen (boek, digibord, laptop)
,Belangrijk:
Het gaat niet om schoolregels, maar om de organisatie van één les.
👉 Voorbeeld:
Eerst 10 minuten uitleg, daarna zelfstandig werken in tweetallen.
- Leeractiviteiten
Wat zijn leeractiviteiten?
Dat zijn de dingen die leerlingen doen om te leren.
Op microniveau zijn dat bijvoorbeeld:
● luisteren naar uitleg
● opdrachten maken
● samenwerken
● oefenen
● vragen beantwoorden
● reflecteren
Let op voor het examen:
Leeractiviteiten = acties van de leerling, niet van de leraar.
👉 Voorbeeld:
Een leerling maakt sommen en bespreekt de antwoorden met een klasgenoot.
- Context
De context is de situatie waarin het leren plaatsvindt.
Op microniveau gaat het om:
● de klas
● het vak
● het moment van de les
● kenmerken van de leerlingen (niveau, motivatie)
● sfeer in de klas
Kort gezegd:
Context = alles wat invloed heeft op de les, maar niet direct een persoon of activiteit
is.
👉 Voorbeeld:
Een drukke klas vlak voor de pauze beïnvloedt hoe goed leerlingen opletten.
, MESONIVEAU
- Actoren
Wat betekent mesoniveau?
Mesoniveau gaat over de school als organisatie, niet over één losse les.
Actoren op mesoniveau zijn:
● schooldirectie
● schoolbestuur
● lerarenteams / secties
● zorgcoördinator
● intern begeleider
● mentoren
Examenzin:
Actoren op mesoniveau zijn alle betrokkenen binnen de school die onderwijs
organiseren en aansturen.
👉 Voorbeeld:
De schoolleiding en het docententeam beslissen samen over het onderwijsprogramma.
- didactisch handelen
Wat betekent didactisch handelen op mesoniveau?
Het gaat hier niet om één leraar, maar om afspraken over hoe er lesgegeven wordt
binnen de school.
Op mesoniveau gaat het om:
● gezamenlijke didactische visie
● schoolbrede didactische afspraken
● gekozen onderwijsaanpak (bijv. activerend leren)
● afspraken over differentiatie en toetsing
Belangrijk voor het examen:
Het gaat om beleid en afspraken, niet om individuele lesmomenten.
👉 Voorbeeld:
De school spreekt af dat alle docenten werken met formatieve evaluatie.
- organisatie van onderwijs
Wat is organisatie van onderwijs op mesoniveau?
Dit gaat over hoe het onderwijs binnen de hele school is georganiseerd.
Denk aan:
● lessentabellen
● roosters
● leerjaren en niveaus
● klassenindeling
● ondersteuning (remedial teaching, zorgstructuur)