Macht & Leiderschap
Inhoudsopgave
Macht & Leiderschap......................................................................................1
Week 1.......................................................................................................... 1
Week 2.......................................................................................................... 4
Week 3.......................................................................................................... 6
Boekhoofdstuk 1: Transformational leadership...............................................................6
Kennisclip Charisma........................................................................................................ 9
Week 4........................................................................................................ 10
Artikel 1: female leadership advantage and disadvantage: resolving the contradictions.
..................................................................................................................................... 10
Artikel 2: Gender and Attractiveness Biases in Hiring Decisions: Are More Experienced
Managers Less Biased?.................................................................................................12
Week 5........................................................................................................ 13
Boekhoofdstuk van Kellerman – Claiming the Bad Side................................................13
Artikel: Padilla, Hogan & Kaiser – The Toxic Triangle.....................................................14
Week 6: Besluitvorming................................................................................17
Werkgroep.................................................................................................................... 17
Artikel 1: A leader’s framework for decision making.....................................................17
Artikel 2: Throwing Good Money After Bad: The Effect of Sunk Costs on the Decision to
Escalate Commitment to an Ongoing Project................................................................19
Artikel 3: Groupthink..................................................................................................... 20
Artikel 4: Public Leadership in Times of Crisis: Mission Impossible?..............................22
Inleiding: crisis en leiderschap..................................................................................22
Week 7: beïnvloeding...................................................................................24
Artikel 1: Leading change: why transformation efforts fail............................................24
Artikel 2: Harnessing the science of persuasion............................................................25
Kennisclip:.................................................................................................................... 25
Week 1
Kennisclip 1: De relevantie van leiderschap
,Jim Collins beschrijft in zijn boek het onderzoek dat hij deed: waarom sommige bedrijven
good naar great gaan. Het antwoord was: ze krijgen een nieuwe leider (CEO) en deze heeft
een kenmerkende doortastende en bescheiden manier van leidinggeven.
Er zijn veel kanttekeningen bij het effect van leiderschap op organisaties maar onderzoek
toont aan dat er een gemiddeld effect is.
Kennisclip 2: wetenschappelijk definities
Leiderschap: het kunnen beïnvloeden, motiveren en helpen van anderen om de doelen van de
groep/ organisatie te behalen.
Macht: de mogelijkheid van een persoon, groep of organisatie om anderen te beïnvloeden.
Management: het beheersen en controleren van processen binnen een organisatie. Plannen,
organiseren, aansturen. Huidige situatie optimaliseren (leiders (in contrast) maken nieuwe
situaties).
Kennisclip 3: perspectieven
Leiderschapsstructuren ontstaan universeel (ook bij dieren), organisch en snel.
Het is evolutionair voordelig om te leiden en te volgen.
- Leiden is adaptief want: het biedt status, meer toegang tot bronnen zoals voedsel en
seks, mogelijkheid tot kiezen van beloningen.
- Volgen is adaptief want het biedt veiligheid van de groep.
Groepen met betere leiders en meer sociale coördinatie krijgen meer nakomelingen. Zo is dit
ook een eigenschap geworden van veel dieren.
Wij hebben als mens heel lang in kleine stammen geleefd, in egalitaire manieren (geen
alleenrecht als leider, veel overleg). Toen: een wetenschappelijk revolutie van de landbouw
bevolkingsexplosie, specialisaties etc. De “stammen” groeide en daarmee werd leiderschap
dus ook formeler en belangrijker.
Kennisclip 4: de wetenschappelijke zoektocht naar leiderschap
- De kenmerkbenadering: welke persoonlijkheidskenmerken belangrijk waren (vanaf
1840) en vaardigheden (1955) en gedrag (1960; wat doen goede leiders).
o De great man theory: leiders werden geboren me charme, overtuigingskracht,
dominantie etc.
o Een gift van god aan de mensheid, er zijn maar enkele mannen die het gegeven
is om leiderschap na te streven.
o Kritiek: waarom zoveel focus op masculiene eigenschappen. Lagere klassen
kregen geen kans (erfelijk?), verklaart niet waarom mensen met deze
eigenschappen falen…
o De – nu – persoonlijkheidsbenadering bestaat nu zeker nog steeds, maar de
eigenschappen worden steeds herzien en veranderen over tijd. Niet consistent
dus.
, o Northouse: de big five van leiderschap. Intelligentie, zelfvertrouwen,
vastberadenheid, integriteit, sociabiliteit. Kritiek: niet consistent, weinig
voorspellende waarden voor uitkomsten van
leiderschap & eigenschappen zijn maar een
deel van het verhaal.
o Emotionele intelligentie: vermogen om
eigen emoties en van anderen waar te nemen,
interpreteren en reguleren – sterke
voorspellende waarde op slagen als leider.
Over vaardigheden, er zijn technische (kennis en ervaring
van werkvloer), menselijke (samenwerken en aansturen) en
conceptuele (werken met nieuwe ideeen en concepten).
Over gedrag: Blake en Mouton’s managerial grid. Kijkt naar concern for people en concern
for task (tegenover elkaar).
- De contextbenadering (vanaf 1960): hoe beïnvloedt de context (situatie, volgers) wat
goed leiderschap is?
- De systeembenadering (vanaf 1990 tot nu): hoe beïnvloeden leiders en volgers elkaar
(zowel context als persoonlijkheid)?
Artikel: what makes a leader?
Eigenschappen zoals intelligentie zijn een entrylevel skill, nodig om de baan te krijgen als
leider, maar ‘goede’ leiders hebben allemaal emotionele intelligentie.
Hoe hoger de “rank” van een leiderschapspositie, hoe meer emotionele intelligentie
voorspelde waarom hij/zij het goed deed als leider.
Emotionele intelligentie bestaat uit: self-awareness, empathie, motivatie, zelfregulatie &
sociale vaardigheden.
1. Zelfbewustzijn: begrip van eigen emoties, vaardigheden en drijfveren. Besluiten
maken die goed passen bij jouw visie. Ook bewust van tekortkomingen, wat erg nuttig
is op de werkvloer.
Inhoudsopgave
Macht & Leiderschap......................................................................................1
Week 1.......................................................................................................... 1
Week 2.......................................................................................................... 4
Week 3.......................................................................................................... 6
Boekhoofdstuk 1: Transformational leadership...............................................................6
Kennisclip Charisma........................................................................................................ 9
Week 4........................................................................................................ 10
Artikel 1: female leadership advantage and disadvantage: resolving the contradictions.
..................................................................................................................................... 10
Artikel 2: Gender and Attractiveness Biases in Hiring Decisions: Are More Experienced
Managers Less Biased?.................................................................................................12
Week 5........................................................................................................ 13
Boekhoofdstuk van Kellerman – Claiming the Bad Side................................................13
Artikel: Padilla, Hogan & Kaiser – The Toxic Triangle.....................................................14
Week 6: Besluitvorming................................................................................17
Werkgroep.................................................................................................................... 17
Artikel 1: A leader’s framework for decision making.....................................................17
Artikel 2: Throwing Good Money After Bad: The Effect of Sunk Costs on the Decision to
Escalate Commitment to an Ongoing Project................................................................19
Artikel 3: Groupthink..................................................................................................... 20
Artikel 4: Public Leadership in Times of Crisis: Mission Impossible?..............................22
Inleiding: crisis en leiderschap..................................................................................22
Week 7: beïnvloeding...................................................................................24
Artikel 1: Leading change: why transformation efforts fail............................................24
Artikel 2: Harnessing the science of persuasion............................................................25
Kennisclip:.................................................................................................................... 25
Week 1
Kennisclip 1: De relevantie van leiderschap
,Jim Collins beschrijft in zijn boek het onderzoek dat hij deed: waarom sommige bedrijven
good naar great gaan. Het antwoord was: ze krijgen een nieuwe leider (CEO) en deze heeft
een kenmerkende doortastende en bescheiden manier van leidinggeven.
Er zijn veel kanttekeningen bij het effect van leiderschap op organisaties maar onderzoek
toont aan dat er een gemiddeld effect is.
Kennisclip 2: wetenschappelijk definities
Leiderschap: het kunnen beïnvloeden, motiveren en helpen van anderen om de doelen van de
groep/ organisatie te behalen.
Macht: de mogelijkheid van een persoon, groep of organisatie om anderen te beïnvloeden.
Management: het beheersen en controleren van processen binnen een organisatie. Plannen,
organiseren, aansturen. Huidige situatie optimaliseren (leiders (in contrast) maken nieuwe
situaties).
Kennisclip 3: perspectieven
Leiderschapsstructuren ontstaan universeel (ook bij dieren), organisch en snel.
Het is evolutionair voordelig om te leiden en te volgen.
- Leiden is adaptief want: het biedt status, meer toegang tot bronnen zoals voedsel en
seks, mogelijkheid tot kiezen van beloningen.
- Volgen is adaptief want het biedt veiligheid van de groep.
Groepen met betere leiders en meer sociale coördinatie krijgen meer nakomelingen. Zo is dit
ook een eigenschap geworden van veel dieren.
Wij hebben als mens heel lang in kleine stammen geleefd, in egalitaire manieren (geen
alleenrecht als leider, veel overleg). Toen: een wetenschappelijk revolutie van de landbouw
bevolkingsexplosie, specialisaties etc. De “stammen” groeide en daarmee werd leiderschap
dus ook formeler en belangrijker.
Kennisclip 4: de wetenschappelijke zoektocht naar leiderschap
- De kenmerkbenadering: welke persoonlijkheidskenmerken belangrijk waren (vanaf
1840) en vaardigheden (1955) en gedrag (1960; wat doen goede leiders).
o De great man theory: leiders werden geboren me charme, overtuigingskracht,
dominantie etc.
o Een gift van god aan de mensheid, er zijn maar enkele mannen die het gegeven
is om leiderschap na te streven.
o Kritiek: waarom zoveel focus op masculiene eigenschappen. Lagere klassen
kregen geen kans (erfelijk?), verklaart niet waarom mensen met deze
eigenschappen falen…
o De – nu – persoonlijkheidsbenadering bestaat nu zeker nog steeds, maar de
eigenschappen worden steeds herzien en veranderen over tijd. Niet consistent
dus.
, o Northouse: de big five van leiderschap. Intelligentie, zelfvertrouwen,
vastberadenheid, integriteit, sociabiliteit. Kritiek: niet consistent, weinig
voorspellende waarden voor uitkomsten van
leiderschap & eigenschappen zijn maar een
deel van het verhaal.
o Emotionele intelligentie: vermogen om
eigen emoties en van anderen waar te nemen,
interpreteren en reguleren – sterke
voorspellende waarde op slagen als leider.
Over vaardigheden, er zijn technische (kennis en ervaring
van werkvloer), menselijke (samenwerken en aansturen) en
conceptuele (werken met nieuwe ideeen en concepten).
Over gedrag: Blake en Mouton’s managerial grid. Kijkt naar concern for people en concern
for task (tegenover elkaar).
- De contextbenadering (vanaf 1960): hoe beïnvloedt de context (situatie, volgers) wat
goed leiderschap is?
- De systeembenadering (vanaf 1990 tot nu): hoe beïnvloeden leiders en volgers elkaar
(zowel context als persoonlijkheid)?
Artikel: what makes a leader?
Eigenschappen zoals intelligentie zijn een entrylevel skill, nodig om de baan te krijgen als
leider, maar ‘goede’ leiders hebben allemaal emotionele intelligentie.
Hoe hoger de “rank” van een leiderschapspositie, hoe meer emotionele intelligentie
voorspelde waarom hij/zij het goed deed als leider.
Emotionele intelligentie bestaat uit: self-awareness, empathie, motivatie, zelfregulatie &
sociale vaardigheden.
1. Zelfbewustzijn: begrip van eigen emoties, vaardigheden en drijfveren. Besluiten
maken die goed passen bij jouw visie. Ook bewust van tekortkomingen, wat erg nuttig
is op de werkvloer.