1. verloop
windpokken bij kinderen, blij/ nadien latent aanwezig in sensibele ganglioncellen
terug geacitveerd bij verzwakte immuunsysteem
virus verplaatst anterograad over de zenuw tot aan de huid à brandende vesikels
2. symptonen
vesikels of (‘gordelroos’, ‘zona’)
post-herpeAsch neuralgie: ernsAge neuropaAsche pijn na een doorgemaakte zona
3. behandeling / preven8e
vroegAjdig behandelen met anAvirale middelen (minder kans op post-herpeAsche neuralgie): aciclovir
post-herpeAsche neuralgie lokaal behandeling:
• lidocaïne pleisters
• geneesmiddelen tegen neuropate pijn
o tricyclische anAdepressiva: amitriptyline
o anA-elepAca: pregabaline
tetanus
1. oorzaak / verloop
geïnfecteerde wonde met bacterie Clostridium tetani
toxine aangemaakt die door het axon retrograad gevoerd naar het ruggenmerg, waar het inhibitoire signale
kan onderdrukken
=> overacAvaAe van motorneuronen
2. symptonen
spierspasmen
botulinetoxine
1. oorzaak / verloop
geïnfecteerde wonde met Clostridium botulinum
toxine aangemaakt die de vrijstelling van acetylcholine aan de neuromuculaire juncAe inhibeert
=> spierverlamming
(dit wordt geberuikt als Botox en als therapeu6sch behandeling)
,Hersentumor
1. oorzaak / verloop
primair (uitgaande van hersenweefsel/ cellen) of secundair (metastase)
2. prevalen8e
2% van tumoren is een hersentumor
30% van mensen met kanker ontwikkelen hersenmetastasen
hersenmetastasen komen 2x vaker voor dan primaire hersentumoren
primaire hersentumor
• meningeoom (37%) – goedaardig gezwellen die uitgaan van hersenvliezen. Geen ernsAg
bedrukking à niet behandeld
• glioom (25%) – verschillende vormen. glioblastoom = meest gevreesde, agressief (50% van
gliomen)
• hypofysetumor (15%) – specifieke lokale symptonen als symptonen op afstand
3. behandeling
moeilijk te behandelen
• delicate natuur van hersenen (heelkundig resecAe te moeilijk)
• slechte penetranAe van vele vormen van chemotherapie door bloed-hersenbarrière
behandeld door heelkunde, radiotherapie en/of chemotherapie
hypofysetumor
1. evt. uitleg
hypofyse ligt onder de chiasma op3cum, bevat overkuisende banen van het zicht
hypofysetumoren gaan uit van de adenohypofyse
2. symptonen
typisch uitval in het zichtsveld in bilateraal temporale zichtsvelden
overmaAg hormoonsAmulerende stoffen aanmaak
• gigan%sme –groeihormoon voor sluiten van de groeischijven (reusgroei)
• acromegalie –groeihormoon na sluiten van groeischijven (verdikking van bo:en en huid)
• hyperthyreoïdie – aanmaak schildkliersAmulerend hormoon (TSH)
à schildklierhormoon aanmaak gepaard met gewichtsverlies, hartkloppingen, nervositas
• ziekte van Cushing – aanmaak bijniersAmulerend hormoon
à teveel bijnierhormoon à spieratrofie, vochthoping en een dunne huid
prolacAne secreterende tumoren veroorzaken melksecreAe
grote hypofysetumorà uitvallen van hypofysewerking veroorzaken à te weinig aanmaak van
groeihormoon, TSH, ACTH
, multiple sclerose (MS)
1. oorzaak
auto-imuun aantasAng van CZS-myeline van oligodentrocyten
2. verloop
blij/ slecht onder controle op lange termijn, dit hee/ temaken met de verstoorde funcAe van microglia
3. symptonen / prevalen8e
prevalenAe 1/1000, typisch jonge vrouwen (30-ers) gepaard met opflakkeringen van neurologische uitval,
gevolgd door (onvolledig) herstel
begin: sensibele en motorische uitval, vaak zichtverlies in 1 oog
4. behandeling
tegen abnormale auto-immuunrespons : interferon, gla7rameer acetaat, teriflunomide
tegen microgliale schade : Bruton Kinase inhibitoren
syndroom van Guillan-Barré
1. oorzaak
auto-immuun aantasAng van PZS-myeline van Schwanncellen
door abnormale immunisaAe door virale infecAe (luchtwegeninfec6e, maagdarminfec6e) of vaccinaAe
2. verloop
abnormale immuunisaAe à immuunreacAe tegen perifere zenuwen
3. symptonen
uren tot dagen symptonen van opsAjgende verlamming en gevoelsstoornis
4. behandeling / preven8e
intraveneuze immuunglobulines (IVIG)
neuromyelitis optica (NMO)
1. verloop / symptonen
aandoening die recidiverende ruggenmerg (myeliAs) en oogzenuwontsteking (neuriAs opAca) veroorzaakt
ernsAge verlamming en blindheid
twee varianten:
• vorm met anAstoffen tegen waterkanaaltjes van astrocyten (aquaporine 4 anAstoffen)
• vorm met anAstoffen tegen oligodentrocyten (myeline-oligodentrocyten anAstoffen)