Deel I: Wat is het recht?
1. KENMERKEN VAN HET RECHT
1.1. KENMERKEN VAN HET RECHT
Het recht is een geheel van afdwingbare regels, opgelegd door de maatschappij, met als
doel de maatschappij te ordenen.
Geef 4 elementen die staan in de definitie van recht die belangrijk zijn:
1. Regels
2. Afdwingbaar
3. Maatschappij
4. Doel: ordenen
Definitie
Een geheel van regels (Wat?)
o Gedragsregels
Wat mag? Wat moet? Wat mag niet?
Huis renoveren, huis wonen, huis verhuren eigendomsrecht…
Belastingen betalen, betalen volgens contract…
140 rijden op de autosnelweg…
Het recht heeft als doel de samenleving te ordenen (Waarom?)
Het recht wordt opgelegd door de samenleving(Vanwaar?)
De naleving van het recht kan worden afgedwongen (Wat als?)
1.1.1. HET RECHT HEEFT ALS DOEL DE SAMENLEVING TE ORDENEN
Waarom?
Regels zijn nodig om allemaal samen te leven
1.1.2. HET RECHT WORDT OPGELEGD DOOR DE SAMENLEVING
1.1.3. DE NALEVING VAN HET RECHT KAN WORDEN AFGEDWONGEN
Gevolgen aan niet-naleving Sancties
Contractueel als wettelijk bepaald
1.2. SOORTEN REGELS
1
, Inleiding tot het recht
Rechtsregels vs. onderwijs-en examenreglement
Gemaakt door maatschappij/parlement
Niet gemaakt door maatschappij/parlement
Sancties:
Nul op toets, schorsing…
1.3. DEFINITIE VAN HET RECHT
Definitie
Het recht is een geheel van afdwingbare regels, opgelegd door de maatschappij, met als
doel de maatschappij te ordenen.
Een geheel van regels (Wat?)
o Gedragsregels
Wat mag? Wat moet? Wat mag niet?
Het recht heeft als doel de samenleving te ordenen (Waarom?)
Het recht wordt opgelegd door de samenleving(Vanwaar?)
De naleving van het recht kan worden afgedwongen (Wat als?)
1.4. OBJECTIEF RECHT VERSUS SUBJECTIEVE RECHTEN
Objectief recht
Abstracte normen, los van concrete
personen en situaties waarop ze
toepasbaar zijn.
o Vb.: Het eigendomsrecht
Subjectieve rechten
Rechten die personen of situaties afleiden
uit objectieve rechtsregels
o Vb.: Het recht op je eigendom te
verkopen, verhuren,...
1.5. RECHTSSUBJECT VERSUS RECHTSOBJECT
Rechtssubject
Titularis van subjectieve rechten
Natuurlijke personen / rechtspersonen
o Natuurlijke personen: mensen van vlees en bloed
o Rechtspersonen: ondernemingen, installaties en organisaties
Privaatrechtelijk rechtspersoon
Opgericht door privépersoon
Publiekrechtelijk rechtspersoon
Opgericht door overheid (publiek)
o beiden zijn drager van rechten en plichten
o LET OP: Beiden kunnen overlappen
Bv. een natuurlijk persoon richt een vennootschap met
rechtspersoonlijkheid op
Onderscheid is van belang voor patrimonium en aansprakelijkheid
Rechtsobject
Datgene waarover subjectieve rechten gelden
2
, Inleiding tot het recht
Zaken / rechten
o Zaken: lichamelijke goederen
Waarnemen met zintuigen
bv. licht, auto’s…
o Rechten: onlichamelijke goederen
Niet waarnemen met zintuigen
bv. merken…
Roerende en onroerende goederen
o Roerende goederen
Dingen die je kan verplaatsen (bv. auto, hond…)
Uit hun aard je kan het verplaatsen
Door wetsbepaling kan niet verplaatst worden maar de wet zegt dat
het wel kan
Vervroegd roerende goederen bv. aardappelen die nog in de grond
zitten
o Onroerende goederen
Dingen die je niet kan verplaatsen (bv. huis…)
Uit hun aard je kan het niet verplaatsen
Door bestemming bv. huis dat op een landbouwgrond staan met
tractor, koeien…
Door incorporatie iets dat vastgemaakt wordt aan onroerend goed =
onroerend
Door het voorwerp waarop ze betrekking hebben bv. hypotheek van
het huis
Belang
o Aankoop
Roerende goederen Onroerende goederen
Onderhandse akte Notariële akte
kassaticket van wie, is welk onroerend goed
BTW of andere taks Registratierechten
bepaald percentage op de rechten van
het huis
Zekerheden
Waarborg die je neemt, omdat je twijfelt of de schuldenaar wel geld gaat terug geven
o Persoonlijke zekerheden
o Er is een extra persoon die ervoor zorgt dat er meer zekerheid is
o bv. ik kan geen geld meer geven, dus mama zal de rest verder betalen zodat
de verhuurder zeker zijn geld krijgt
Borgtocht
Iemand anders staat garant voor jouw schuld
Recht van uitwinning eerst naar de eerste persoon dan pas
naar de extra persoon
Voorrecht van schuldsplitsing schuld wordt gesplitst door de
verschillende extra personen
o Hoofdelijkheid kiezen bij wie je de schuld gaat gaan
halen
Subrogatie geld kan terug gevraagd worden aan jou, recht om
schuld terug te eisen
o Zakelijke zekerheden
Hypotheek
Als je stopt met lening terug te betalen, dan mag de bank je huis
verkopen (onroerend goed)
Zakelijk recht huis mag verkocht worden als je niet meer
terug betaalt
Ondeelbaar recht kan niet opgesplitst worden in tijd en
goederen, duurt even lang als je lening duurt, geld voor het
volledige goed niet een stukje
3
, Inleiding tot het recht
Volgrecht plakt vast aan het goed, niet aan de persoon
Bijkomend recht hoort bij de lening, geen lening is geen
hypotheek
Voorrecht bank wordt als eerste betaald als je je huis niet
meer afbetaalt
Inschrijving!
Pand
Roerend goed dat de bank mag verkopen als je je lening niet terug
betaalt
Roerende goederen
Afgifte je kan je goed niet meer bijhouden
Examenvraag: verschil tussen hypotheek en pand
Eerste verschil: hypotheek gaat over onroerend, pand gaat over roerend goed
Tweede verschil: hypotheek geef ik het goed niet af en kan ik het blijven gebruiken bij
een pand geef ik het goed af en kan ik het niet meer gebruiken
Voorrecht
bv. werknemers worden eerst betaald als een onderneming failliet gaat
extra belastingen)
Wet
Voorrang
1.6. RECHTSMISBRUIK
Het gebruiken van subjectieve rechten met als enige bedoeling een ander te schaden,
een uitoefening te kiezen die een ander schaadt zonder eigenbelang of op een manier die
de grenzen van een normale uitoefening te buiten gaat.
Oogmerk te schaden bv. iets doen omdat je je buurman niet kan afstaan
Afwezigheid van belang bv. keuze maken om de buren te pesten terwijl er langs de
andere kant niemand woont
Abnormale rechtsuitoefening rechtszaak starten omdat je recht een beetje
geschonden is
Herstel in natura
Schadevergoeding
2. SOORTEN SUBJECTIEVE RECHTEN
2.1. POLITIEKE RECHTEN
Politieke rechten
Burgerrechten tegen over de overheid
Politieke vrijheden
o Bv. vrijheid van studiekeuze…
o Verlenen onaantastbare vrijheden aan burgers
Participatierechten
o Deelnemen aan overheidsbeleid
o Bv. je kan jezelf verkiesbaar stellen actief deelnemen aan bestuur
= stemrecht voor de burgers
Sociaal-economische rechten
o Financiële tegemoetkomingen of bepaalde diensten vragen
Bv. kinderbijslag, studietoelage, subsidies, werkloosheiduitkering…
Bv. onderwijs, bescherming,…
2.2. BURGERLIJKE RECHTEN
4