1 Fysiologie van de zwangerschap en geboorte...............................................3
1.1 Ontstaan en ontwikkeling zwangerschap..................................................................3
1.2 Genetisch onderzoek rondom zwangerschap, geboorte en de gevolgen bij een
kinderwens...................................................................................................................... 5
1.3 Overgang Intra-extra uterien....................................................................................8
1.4 Opvang en beoordeling........................................................................................... 13
2 Fysiologie van de pasgeborene..................................................................17
2.1 Basiszorg bij de pasgeborene..................................................................................17
2.1 Borst- en flesvoeding.............................................................................................. 34
2.2 Prelogopedie........................................................................................................... 37
3 Ontwikkelings-, gezinsgerichte zorg en ketenzorg.......................................39
3.1 Golden hour en Kangaroo Care...............................................................................39
3.2 Ontwikkelingsgerichte zorg.....................................................................................40
3.3 Gezinsgerichte zorg................................................................................................ 45
3.4 Samenwerken met ouders......................................................................................49
3.5 Rol van de vader..................................................................................................... 52
3.6 Interculturele aspecten rondom de pasgeborene....................................................53
3.7 Zorg in de keten...................................................................................................... 55
3.8 Verstoring psycho-ontwikkeling en hechtingsproblematiek.....................................63
3.9 Wet- en regelgeving rondom de pasgeborene........................................................64
4 Gezondheidsproblemen pasgeborene.........................................................69
4.1 Prematuriteit en dysmaturiteit................................................................................69
4.2 Serotiniteit en macrosomie.....................................................................................73
4.3 Hypoglykemie en icterus......................................................................................... 75
4.4 Geboortetrauma...................................................................................................... 83
4.5 Aangeboren afwijkingen.......................................................................................... 86
4.6 Aangeboren hartafwijkingen...................................................................................94
4.7 Neonatale infecties.................................................................................................98
4.8 NAS, FAS en medicatiegebruik moeder.................................................................100
,1 Fysiologie van de zwangerschap en geboorte
1.1 Ontstaan en ontwikkeling zwangerschap
1.1. De baring
Het op gang komen van de baring is een fysiologisch en complex proces, waarin
de foetus, de moeder en de placenta een rol vervullen. De baring bestaat uit 3
verschillende fases:
- Fase 1: uterus in rust
- Fase 2: voorbereiden uterusactiviteit
- Fase 3: stimuleren uterusactiviteit
De baring in fase 3 wordt in 4 verschillende periodes of tijdperken ingedeeld.
Het ontsluitingstijdperk, het uitdrijvingstijdperk, het nageboortetijdperk en het
postplacentaire tijdperk
1.1. Tijdperk 1: het ontsluitingstijdperk
Tekenen van bevalling zijn:
- Regelmatige weeën gedurende meer dan een uur, die toenemen in
frequentie, duur en kracht
- Verstrijken en voortgaande ontsluiting van de cervix
- Breken van de vliezen
- Verlies van cervixslijm met wat bloedbijmeningen
Ontsluiting is op te delen in 2 verschillende fases: latente en actieve ontsluiting.
Latente ontsluiting
- Regelmatige en pijnlijke weeën
- Cervix verweekt, centreert en verstrijkt
- Kan duren tot een ontsluiting van 5 - 6 cm
- Grote individuele spreiding in progressie
Actieve ontsluiting
- Krachtige weeën
- Frequente, regelmatige weeën
- Toenemen van de duur van de contracties tot ca. 60 seconden
- Verstreken cervix
- Start vanaf ongeveer 5 - 6cm ontsluiting en soms eerdere progressie van
minimaal 1cm per 2 uur.
1.1. Tijdperk 2: het uitdrijvingstijdperk
Het begin van het uitdrijvingstijdperk wordt aangegeven door een aantal
symptomen:
- De vrouw krijgt reflectoire persdrang
- De uterus drijft het kind uit, met meestal krachtige contracties
- De vliezen breken spontaan
- Er is volkomen ontsluiting
Het beste advies is dus de barende te stimuleren een verticale pershouding aan
te nemen en haar aan te moedigen haar lichaam en intuïtie te volgen bij het
persen.
, Mechanische veranderingen
Tijdens het persen en de passage door het bekken:
- Druk op het hoofd
o Schedelbeenderen schuiven iets over elkaar (moulding)
o Hoofd wordt tijdelijk langwerpiger om te passen door het bekken
- Compressie van borstkas
o Helpt straks bij het uitpersen van vruchtwater uit de longen
- Sterke prikkels, druk, temperatuurverandering
o Aanraking, druk, temperatuurverandering
o Bereiden het zenuwstelsel voor op ademhalen en reageren na de
geboorte
Zuurstofvoorziening
- Bij een wee:
o De placenta wordt samengedrukt
o De doorbloeding van de placenta neemt tijdelijk af
o Minder zuurstof naar de foetus
- Tussen de weeën:
o Doorbloeding herstelt zich
o Foetus krijgt weer voldoende zuurstof
Een gezonde foetus kan deze wisselende zuurstofaanvoer goed opvangen.
Hartactie
- Tijdens een wee zie je vaak:
o Kortdurende daling van de hartfrequentie (fysiologisch)
o Vooral bij druk op het hoofd (vagale prikkel)
- Tussen de weeën:
o Herstel naar normale hartslag
Bloedverdeling
- Het lichaam schakelt over op prioriteitsorganen:
o Hersenen
o Hart
o Bijnieren
- Minder belangrijke organen krijgen tijdelijk minder bloed.
1.1. Tijdperk 3: het nageboortetijdperk
Dit is de duur van de periode tussen de geboorte van het kind en de geboorte
van de placenta.
1.1. Tijdperk 4: het postplacentaire periode
Na de geboorte van de placenta komt de bloedding uit het placentabed tot staan
door contracties en retractie van de uterusspier, die de bloedvaten dichtdrukt en
de spiraalarteriën afklemt.
In deze periode wordt ook de perineum geïnspecteerd en gehecht zo nodig.
1.1. Zwangerschapsduur:
- Dysmaturiteit: een te laag geboortegewicht in verhouding tot de
zwangerschapsduur
- Macrosomie: een te hoog geboortegewicht in verhouding tot de
zwangerschapsduur
- Immaturiteit: geboren voor 24 weken
- Prematuriteit: geboren tussen de 24 en 37 weken