HISTORISCH KADER EN ALGEMENE KENMERKEN
In de jaren ’80 confrontatie met economische recessie door oliecrisis eind ’70.
Veel onzekerheid in maatschappelijk denken
Verwarrende beeldenstroom van het postmodernisme en deconstructivisme.
Nieuwe eenvoud of neomodernisme: reactie van architecten is de terugkeer naar elementaire middelen
(geometrische vormen, egale wanden, vlakke ruimtes,…) behoefte voor zekerheden, duurzaamheid en
kostprijs.
High Tech: manier van bouwen die met geavanceerde technieken en een minimum aan materiaal een
maximaal resultaat wil bereiken.
Vorm van ecologisch en economisch bewust bouwen.
Reactie op crisis.
DECONSTRUCTIVISME
THEORETISCHE ACHTERGROND VAN HET DECONSTRUCTIVISME
Tentoonstelling ‘Deconstructivist Architecture’ in New York, 1988:
- Georganiseerd door Mark Wiglet en Philip Johnson
- Behandelt werk van 7 architecten.
- Gemeenschappelijke tendens in de werken verstoorde perfectie.
o Verstoorde perfectie: in een vervreemdende vorm toepassen van de constructieve elementen van
de bouw.
Stillistische kenmerken:
- Overlappende, versplinterende en afgeschuinde vormen gevoel van destabilisatie.
- Wekt gevoel van verbazing en onzekerheid op bij toeschouwers.
Gedachtegang is gebaseerd op theorie van Franse filosoof Derrida:
- Uitgangspunt: hedendaagse wetenschap en filosofie wordt beperkt door traditionele premissen, die niet
noodzakelijk juist zijn.
- Nieuwe inzichten bekomen? Eerst alle oude inzichten in vraag stellen.
o Bouwsteen per bouwsteen ontleden term: de-construeren.
- Alleen zo kan met nieuwe essenties bekomen en waarheden achterhalen zonder misleid te worden.
Toepassing op architectuur: gebouw volledig ontbinden voor er nieuwe betekenissen toegekend kunnen
worden.
- Elementen met functionele connotatie verstoren en fragmenteren (BV. een deur kan andere betekenis
krijgen).
- Leidt tot gevoel van destabilisatie en vervreemding bij de toeschouwer.
- Architectuur wordt zowel vrijgemaakt van dogmatische betekenis en geeft weer vrijheid en ruimte aan
architecten.
, FRANK OWEN GEHRY
Belangrijkste vertegenwoordiger van het constructivisme, druist in tegen alledaagse waarnemingen
van architectuur.
Uitgangspunt: vernaculaire architectuur uit LA
- Vernaculair = eigen aan de plaats
- Ongecontroleerde vermenging van stijlen en tradities die heterogeniteit van bevolking representeert.
- Verwerkt vernuculaire vormentaal in zijn ontwerpen.
Gehry House, (1978), Santa Monica, Californië
Zijn eigen huis: traditionele bungalow die hij
verbouwde.
Reeks huizen met opengebroken volumes en
prefab elementen: golfplaten, draadhekken,
multiplex panelen…
Plaatst het in een nieuwe en ongebruikelijke
context.
Northon House, (1984), Santa Monica, Californië
Sculpturale aanpak en liefde voor vernaculaire
elementen zichtbaar.
Uitbreiding en verbouwing van bestaande
traditionele woning.
Verschillende volumes met hun eigen vorm.
Sterk afwijkend van ‘normale’ woningen.
Duidelijk vernaculair element: volume van
gastenkamer lijkt op torens voor strandwachters
ongebruikelijk in een woning.
Vitra Design Museum, (1989), Weil-Am-Rhein,
Duitsland
Overgang in ontwerpstijl
Ontwerpen blijven sculptural, maar wel
abstracter en plastischer.
Hulp van CAD-toepassing (computer Aided
Design)
o Sculpturale aanpak verder ontwikkelen.
o Onregelmatige gevormde
omwentelingsoppervlakken exact
uittekenen.
o Minder technische beperkingen
Guggenheim Museum, (1991-1997), Bilbao, Spanje
Gehry zijn meest spraakmakende creatie
contextueel urbanisme
Voormalig haventerrein bij oude binnenstad.
Bekleding met titaniumplaten, onregelmatige en
expressieve vormen sculpturaal effect
Kantoorgebouw Nationale Nederlanden, (1997),
Praag
Voor verzekeringsmaatschappij opgericht in
historisch centrum van Praag.
Site die tijdens WO II werd vernield en sindsdien
vrij stond.
Contrasteert met gebouwen ernaast.