= soorten veranderen doorheen miljoenen jaren.
Gevolg:
● nieuwe soorten ontstaan
● soorten verdwijnen
● biodiversiteit ontstaat
Biodiversiteit
= verscheidenheid aan leven
Bestaat uit:
● verschillende ecosystemen
● verschillende soorten
● genetische variatie binnen een soort
Uitsterven
Veel soorten stierven uit.
Voorbeeld:
● meteorietinslag 66 miljoen jaar geleden
● dinosauriërs stierven uit
2. Tree of life (evolutieboom)
= boomstructuur die:
● verwantschap toont
● evolutie van soorten weergeeft
Evolutionaire startpunt:
● oercel / LUCA
Daarna ontstaan 3 domeinen:
● bacteriën
● archaea
● eukaryoten
Belangrijk
● elke vertakking = nieuwe soort
● dicht bij elkaar = nauw verwant
● ver van elkaar = minder verwant
○ dieren & schimmels zijn meer verwant dan schimmels & bacteriën
● afgestopte tak = uitgestorven soort
Verwantschap bepalen
Vroeger:
● baseren op zichtbare (uiterlijke) kenmerken
Nu:
● baseren op DNA-sequenties
Regel:
● meer overeenkomst in DNA = nauwer verwant
, 3. Biologisch soortbegrip
Biologische soort
Organismen die:
● zich onderling voortplanten
● vruchtbare nakomelingen krijgen
Voorbeeld:
Paard × ezel:
● muildier/muilezel
● onvruchtbaar
→ dus geenzelfde soort = onvruchtbare hybride
4. Soortvorming
Nieuwe soort ontstaat wanneer:
● binnen populatie groepen/deelpopulaties ontstaan
● populaties genetisch sterk verschillen
● geen vruchtbare nakomelingen meer mogelijk zijn
Reproductieve isolatie
= geen uitwisseling van genetisch materiaal meer
Verschillende isolatievormen mogelijk → komen regelmatig samen voor
5. Isolatievormen
A. Geografische isolatie
Fysieke barrière:
● rivier, berg, zee, woestijn
● 2 groepen in 1 populatie scheiden
● kunnen fysiek niet meer bij elkaar geraken
● geen genetische uitwisseling
Groepen aan weerszijden van barrière evolueren anders
→nieuwe soorten ontstaan, sneller als levensomstandigheden aan beide kanten anders zijn:
ander klimaat, andere voedselbronnen
B. Ecologische isolatie
Leefgebied verkiest ander voedselbron of leefgebied
Bijvoorbeeld:
● insecten leven op bepaalde (andere) plantensoorten
● Soortgenoten verkiezen leven op een andere planeet
● Nauwelijk contact deelpopulaties
→Geen uitwisseling genetisch materiaal
→Evolueert tot andere soorten