Sociale Psychologie
Studiegids — Onderzoekers & Onderzoeksmethoden
BELANGRIJKSTE UIT H1 — KLASSIEKE ONDERZOEKERS & HUN BIJDRAGEN
Dit deel geeft een overzicht van de belangrijkste onderzoekers uit de sociale psychologie, hun
werken en de globale inhoud van hun bijdragen.
Onderzoeker Werk / Kernwoord Globale inhoud van de bijdrage
T. Adorno The Authoritarian Persoonlijkheidskenmerken die mensen
Personality vatbaar maken voor autoritaire regimes
en vooroordeel.
G. Allport The Nature of Prejudice Analyse van hoe vooroordelen en
stereotypen ontstaan, in stand worden
gehouden en kunnen worden
verminderd.
S. Asch Conformiteit & Onderzoek naar hoe mensen zich
persoonsperceptie conformeren aan groepsdruk (zelfs als de
groep het fout heeft), en hoe we
indrukken vormen van anderen.
L. Festinger Sociale vergelijkingstheorie Zelfkennis via vergelijking met anderen
+ Cognitieve (sociale vergelijking) + behoefte aan
dissonantietheorie consistentie tussen cognities en gedrag
(dissonantie).
F. Heider Balanstheorie + Behoefte aan consistentie tussen
1
, Attributietheorie gedachten, gevoelens en relaties (balans)
+ hoe mensen oorzaken toeschrijven aan
gedrag van anderen (attributie).
C. Hovland Attitudes & persuasieve Hoe en wanneer overtuigende
communicatie boodschappen mensen van mening doen
veranderen.
H. Kelley Attributietheorie Uitbouw van Heiders attributietheorie:
systematisch model voor hoe mensen
oorzaken toeschrijven aan gedrag (o.a.
covariatiemodel).
BELANGRIJKE ONDERSCHEIDEN OM TE ONTHOUDEN
Festinger vs. Heider — consistentie:
• Festinger (cognitieve dissonantie) = consistentie tussen cognities en gedrag
• Heider (balanstheorie) = consistentie tussen gedachten, gevoelens en relaties
Heider vs. Kelley — attributie:
• Heider = grondlegger van de attributietheorie
• Kelley = bouwde hierop verder met het covariatiemodel
2
,BELANGRIJKSTE UIT H2 — ONDERZOEKSMETHODEN: IDEEËN TESTEN
DE CENTRALE VRAAG
Je hebt een hypothese. Nu moet je kiezen: hoe test ik dit?
Er zijn drie onderzoeksdesigns, met een cruciale hiërarchie:
Type Vraag Hypothesetoetsend? Oorzaak-gevolg?
Beschrijvend Wat is er? Nee Nee
Correlationeel Hangen A en B samen? Ja Nee
Experimenteel Veroorzaakt A B? Ja Ja ✅
1️⃣
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
Doel: beschrijven wat er is — geen verbanden, geen oorzaken.
Vorm Wat? Voorbeeld
Observationeel Gedrag waarnemen in Hoeveel mensen geven een vreemde
natuurlijke setting de weg?
Archiefonderzoek Oude documenten, Evolutie van racistische taal in
krantenartikelen analyseren kranten 1950→2020
Opiniepeiling Mensen bevragen over Hoeveel % steunt partij X?
meningen
⚠️
Valkuil opiniepeilingen — vraagformulering kleurt het antwoord:
• "Bent u voor meer veiligheid op straat?" → bijna iedereen: JA
3
, • "Bent u voor meer politiecontrole op straat?" → veel meer verdeeld
Zelfde onderwerp — andere formulering — ander resultaat!
2️⃣
CORRELATIONEEL ONDERZOEK
Doel: nagaan of twee variabelen samenhangen, via de correlatiecoëfficiënt (r).
Eigenschap van r Betekenis Voorbeeld
Absolute waarde (sterkte) 0 = geen verband, 1 = sterk |r| = 0.85 → sterk verband
verband
Positief (+) A stijgt → B stijgt Meer studeren → hogere punten
Negatief (−) A stijgt → B daalt Meer stress → minder slaap
Nul (0) Geen verband Schoengrootte → intelligentie
Voordelen:
• Veel variabelen tegelijk bestuderen
• Onderzoek in het echte leven ("in het veld")
• Longitudinaal: meten op meerdere tijdstippen
⚠️
Het fatale nadeel: geen causaliteit — het kip-en-ei-probleem:
Voorbeeld: ijsverkoop en verdrinkingen correleren positief.
• Mogelijkheid 1: ijsjes eten → verdrinken? ❌
• Mogelijkheid 2: verdrinken → meer ijsjes kopen? ❌
• Mogelijkheid 3: warm weer → meer zwemmen én meer ijsjes ✅ (derde variabele C)
Je weet niet welke het is — tenzij je een experiment doet.
4
Studiegids — Onderzoekers & Onderzoeksmethoden
BELANGRIJKSTE UIT H1 — KLASSIEKE ONDERZOEKERS & HUN BIJDRAGEN
Dit deel geeft een overzicht van de belangrijkste onderzoekers uit de sociale psychologie, hun
werken en de globale inhoud van hun bijdragen.
Onderzoeker Werk / Kernwoord Globale inhoud van de bijdrage
T. Adorno The Authoritarian Persoonlijkheidskenmerken die mensen
Personality vatbaar maken voor autoritaire regimes
en vooroordeel.
G. Allport The Nature of Prejudice Analyse van hoe vooroordelen en
stereotypen ontstaan, in stand worden
gehouden en kunnen worden
verminderd.
S. Asch Conformiteit & Onderzoek naar hoe mensen zich
persoonsperceptie conformeren aan groepsdruk (zelfs als de
groep het fout heeft), en hoe we
indrukken vormen van anderen.
L. Festinger Sociale vergelijkingstheorie Zelfkennis via vergelijking met anderen
+ Cognitieve (sociale vergelijking) + behoefte aan
dissonantietheorie consistentie tussen cognities en gedrag
(dissonantie).
F. Heider Balanstheorie + Behoefte aan consistentie tussen
1
, Attributietheorie gedachten, gevoelens en relaties (balans)
+ hoe mensen oorzaken toeschrijven aan
gedrag van anderen (attributie).
C. Hovland Attitudes & persuasieve Hoe en wanneer overtuigende
communicatie boodschappen mensen van mening doen
veranderen.
H. Kelley Attributietheorie Uitbouw van Heiders attributietheorie:
systematisch model voor hoe mensen
oorzaken toeschrijven aan gedrag (o.a.
covariatiemodel).
BELANGRIJKE ONDERSCHEIDEN OM TE ONTHOUDEN
Festinger vs. Heider — consistentie:
• Festinger (cognitieve dissonantie) = consistentie tussen cognities en gedrag
• Heider (balanstheorie) = consistentie tussen gedachten, gevoelens en relaties
Heider vs. Kelley — attributie:
• Heider = grondlegger van de attributietheorie
• Kelley = bouwde hierop verder met het covariatiemodel
2
,BELANGRIJKSTE UIT H2 — ONDERZOEKSMETHODEN: IDEEËN TESTEN
DE CENTRALE VRAAG
Je hebt een hypothese. Nu moet je kiezen: hoe test ik dit?
Er zijn drie onderzoeksdesigns, met een cruciale hiërarchie:
Type Vraag Hypothesetoetsend? Oorzaak-gevolg?
Beschrijvend Wat is er? Nee Nee
Correlationeel Hangen A en B samen? Ja Nee
Experimenteel Veroorzaakt A B? Ja Ja ✅
1️⃣
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
Doel: beschrijven wat er is — geen verbanden, geen oorzaken.
Vorm Wat? Voorbeeld
Observationeel Gedrag waarnemen in Hoeveel mensen geven een vreemde
natuurlijke setting de weg?
Archiefonderzoek Oude documenten, Evolutie van racistische taal in
krantenartikelen analyseren kranten 1950→2020
Opiniepeiling Mensen bevragen over Hoeveel % steunt partij X?
meningen
⚠️
Valkuil opiniepeilingen — vraagformulering kleurt het antwoord:
• "Bent u voor meer veiligheid op straat?" → bijna iedereen: JA
3
, • "Bent u voor meer politiecontrole op straat?" → veel meer verdeeld
Zelfde onderwerp — andere formulering — ander resultaat!
2️⃣
CORRELATIONEEL ONDERZOEK
Doel: nagaan of twee variabelen samenhangen, via de correlatiecoëfficiënt (r).
Eigenschap van r Betekenis Voorbeeld
Absolute waarde (sterkte) 0 = geen verband, 1 = sterk |r| = 0.85 → sterk verband
verband
Positief (+) A stijgt → B stijgt Meer studeren → hogere punten
Negatief (−) A stijgt → B daalt Meer stress → minder slaap
Nul (0) Geen verband Schoengrootte → intelligentie
Voordelen:
• Veel variabelen tegelijk bestuderen
• Onderzoek in het echte leven ("in het veld")
• Longitudinaal: meten op meerdere tijdstippen
⚠️
Het fatale nadeel: geen causaliteit — het kip-en-ei-probleem:
Voorbeeld: ijsverkoop en verdrinkingen correleren positief.
• Mogelijkheid 1: ijsjes eten → verdrinken? ❌
• Mogelijkheid 2: verdrinken → meer ijsjes kopen? ❌
• Mogelijkheid 3: warm weer → meer zwemmen én meer ijsjes ✅ (derde variabele C)
Je weet niet welke het is — tenzij je een experiment doet.
4