• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 91 pagina's
Samenvatting

Celbiologie Samenvatting | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 91 pagina's

Dit is een uitgebreide samenvatting van Celbiologie aan de KU Leuven, dat gegeven wordt in de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen. De samenvattingen behandelen alle hoofdstukken van het boek en informatie van in de lessen.

Voorbeeld van de inhoud

Celbiologie:
- 30 meerkeuzevragen (50%) met giscorrectie -1/3, 2 open vragen (50%)
- Boek: syllabus
- 24 oktober: oefenexamen
- Ze vraagt nooit teken maar begrijpen en kunnen toepassen
- Bij openvragen, proces uitleggen b v replicatie
Hoofdstuk 1: chemie van de cel
 De chemische samenstelling van cellen: algemeen
Water (h2O):
- ¾ van de cel bestaat uit water
- Unieke chemische structuur door polariteit
- Ongeladen (neutraal), maar polair → door ongelijke verdeling van
elektronen tussen O en H (zuurstof is meer elektronegatief, trekt harder
aan elektronen → elektronen bevinden zich dichter bij O-atoom
o O-atomen: gedeeltelijk negatieve lading
o H-atomen: gedeeltelijk positieve lading

→ H-bruggen: aantrekking tussen gedeeltelijk negatieve ladingen O atoom en
gedeeltelijk positief geladen H-atoom, zorgt voor unieke eigenschappen:
- Hoge cohesie (precieze 3-dimensionele organisatie)
- Hoge oppervlaktespanning
- Hoog kookpunt
- Hoog specifieke warmte: de hoeveelheid warmte die een vloeistof per
gram moet opnemen om 1 graden te kunnen toenemen → belangrijk bij
cellen om oververhitting tegen te gaan
- Goed solvent: oplosmiddel voor geladen of polaire (hydrofiel) moleculen
(apolaire zijn hydrofoob zoals lipiden)
Hydrofiele: anorganische moleculen en de meeste kleinere organische moleculen
(zouten, suikers, organische zuren en meeste aminozuren)
Amfipathisch= zowel polair als apolair (hydrofobe als hydrofiele) eigenschappen
Hydratatie: het vermogen van water om deze moleculen helemaal te omringen
Drijvende kracht: aantrekking tussen
positieve en negatieve (deel)ladingen.
- Negatief ion: omringd door H2O
moleculen waarbij positieve
deelladingen (H-atomen) naar het ion
richten
- Positief ion: omringd door H2O
moleculen waarbij negatieve
deelladingen (O-atoom) naar het ion richten


Apolaire moleculen: kunnen geen elektrostatische interactie maken met H2O
moleculen → interageren met elkaar ipv in water op te lossen

1

,  Het belang van koolstof
Belangrijk door:
- Specifieke stabiliteit van koolstofbindingen
- Grote diversiteit van bindingen die het C-atoom kan aangaan → 4 valentie
e- (ongepaard) om covalente (atoom) bindingen te vormen (met meestal
O,N,S, C) enkelvoudige/dubbele of 3voudige bindingen te vormen
→ andere atomen kunnen op zelfde manier bindingen aangaan → functionele
groepen gevormd
- Carboxyl (-COOH)
- Amino (NH2)
- Carbonyl (-CO)
- Aldehyde (-CHO)
- Fosfaat (-PO(OH)3) blijven ongeladen bij
neutrale pH
- Hydroxyl (-OH)
- Sulfhydryl (-SH)
pH in cel rond de 7 → sommige krijgen een lading
(zuur/base)
- zuur (HX/HXO)= stof die protonen (H+)afgeeft → wordt negatief geladen
- base= stof die protonen (H+)opneemt → wordt positief geladen
gedragen zich wel als polaire entiteiten, waardoor ze beter oplosbaar zijn in
waterige omgeving dan bv alkanen of alkenen die enkel uit C en H bestaan en
zich gedragen als apolaire entiteiten


 Het belang van selectief permeabele membranen
Cel= entiteit =fysische barrière nodig (inhoud binnen houd en externe inhouden
buiten houd)
→ absolute barrière niet goed, cellen moeten intra/extracellulaire inhouden
kunnen uitwisselen, er moet mogelijke communicatie blijven tussen cel en
omgeving en cellen onderling
- Barrière niet oplosbaar in water → cel zou barrière oplossen waardoor ze
verdwijnen
- De facto: barrière is wateroplosbaar???
Membranen die cellen (en organellen) omringen, voldoen aan deze criteria:
- Grootste deel apolair (lipiden: water onoplosbaar): hydrofoob
- Bevatten andere macromoleculen (eiwitten) → communicatie en
uitwisseling met extracellulaire omgeving
o eiwitten zorgen ervoor dat het membraan selectief is (sommige
moleculen wel, sommige niet uitwisselen)



2

,  Het belang van macromoleculen: opbouw en structuur
Meeste biomoleculen= polymeren, opgebouwd uit macromoleculen bestaan uit
meestal lineaire (soms vertakte) polymeren van kleinere bouwstenen


Bv.
- Vetten of lipiden: iets verschillendere opbouw, worden door cel zelf
aangemaakt uit simpele organische stoffen zoals fosfaat, nitraat, CO2,
O2,..



Anorganische voorlopers Kleine organische Macromoleculen
moleculen
H2O + CO2 Glucose en andere Polysacharide
monosac
O2 Metabolische Lipiden
tussenproducten:
- Glycerol
- Vetzuren
- Steroïden
N2 + NO3- → NH3+ Aminozuren eiwitten
PO3- 4 nucleotiden Nucleinezuren (RNA,
DNA)


Polymerisatie= aaneenkoppeling van de bouwstenen tot macromoleculen
Bouwtenen aan elkaar zetten → ATP (adenosine trifosfaat)nodig


1) Monomeeractivatie: Monomeren met H- en OH-groepen worden
geactiveerd door ze te koppelen aan een dragermolecuul, met energie van
ATP of een andere energierijke verbinding.
2) Monomeercondensatie: Twee geactiveerde monomeren worden
samengevoegd (gecondenseerd), waarbij een dragermolecuul vrijkomt.
3) Polymerisatie: In elke stap wordt een nieuw geactiveerd monomeer
toegevoegd aan een bestaande keten met al meerdere eenheden.




3

,  Het belang van zelf-assemblage
Samen vormen macromoleculen → supramoleculaire structuren
(celmembraan, ribosomen,..) → supramoleculaire structuren samen vormen
organellen en andere sub cellulaire structuren (celkern, mitochondriën,..) →
cel
- Inherent: informatie ligt in macromolecule zelf + gebeurd spontaan
(zonder bijkomende energie)
- Bij vouwing van eiwitten soms helper-eiwitten (chaperonnes) nodig,
verhinderen interacties die kunnen leiden tot verkeerde opvouwing
- Verklaring spontaan ontstaan 3dim structuur: niet-covalente interacties en
bindingen
o H-bruggen (tussen polaire moleculen)
o Ionische bindingen (tussen polaire moleculen)
o Van der Waals interacties (tussen polaire moleculen)
o Hydrofobe interacties (tussen apolaire moleculen)

→ hiërarchisch= stapsgewijs en in specifieke volgorde
+ simpel
+ geen onnodige energie verspild
De belangrijkste macromoleculen: opbouw en structuur
 Eiwitten of proteïne
→ zorgen ervoor dat de cel kan functioneren
Op basis van functie 9 klassen:
- Enzymen = biokatalysatoren: versnellen honderden biochemische reacties in de
cel
- Structuureiwitten: geven steun en structuur aan de cel en haar organellen
- Bewegingseiwitten: zijn belangrijk voor de beweging van, en in, cellen
- Regeleiwitten: controleren en coördineren noodzakelijke cellulaire functies

4

Documentinformatie

Geüpload op
3 oktober 2026
Aantal pagina's
91
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,86

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen