HERHALING: PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE
1. TREKVISIE
Nomothetische trekconcept: 3 cruciale eigenschappen:
- Trekken zijn interne, stabiele eigenschappen van een individu die
deze van moment tot moment, situatie tot situatie met zich meedraagt
o een trek is geen tijdelijke eigenschap maar is iets dat de persoon
altijd meedraagt, geven aanleiding tot consistent patroon van
gedrag
bv. haarkleur en haarsnit, agressie vs. mening
- Trekken zijn causaal: ze verklaren het gedrag van het individu
o De interne eigenschappen beinvloeden, bepalen gedrag
bv. Extraversie
- Trekken nemen de vorm aan van (hypothetische) dimensies waarop
mensen verschillende plaats kunnen innemen
Belangrijkste implicaties
- Hoofdeffect van persoon is belangrijkste manier om individuele verschillen
in persoonlijkheid, gedrag op te vatten
- Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge (soorten consistentie Sarah
Hampson)
o type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag zelfde G, zelfde S
o type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag zelfde G, andere S
o type C-consistentie = cross-uitingsstabiliteit van (ind versch in)
gedrag ander G, zelfde S
o type D-consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van
trekscores ander G, andere S
Bijvoorbeeld: individuele verschillen in stressgevoeligheid tussen Jan en An:
An > Jan
HE van de persoon + individuele
verschillen zijn consistent: An>Jan
(Ook HE van de situatie:
date>ruzie>tandarts
dit wordt niet tegengesproken door
Trekpsychologie, maar is niet direct
relevant voor individuele verschillen)
1
, 2. INTERACTIONISTISCHE VISIE
Cruciale assumpties:
- Persoonlijkheid is een systeem van processen dat iemands reactie
op een concrete situatie bepaalt (cfr. CAPS systeem Mischel)
- Omdat bepaalde situaties bij een bepaald persoon andere processen
kunnen ontlokken, is iemands gedrag een functie van de INTERACTIE
tussen persoon en omgeving
- De uitkomst hiervan is dat persoonlijkheid kan beschreven worden in
termen van ALS (bepaalde situatie) DAN (bepaald gedrag)
gedragshandtekeningen
Individuele verschillen in de trek stressgevoeligheid tussen Jan en An in
verschillende situaties:
Interactionisme zegt dat werkelijkheid er eerder zo uitziet:
HE van de persoon? Misschien is An>Jan gemiddeld genomen, maar
individuele verschillen zijn niet consistent over situaties!
Grotere bijdrage van interactie tussen P en S: Verschil tussen An en Jan
hangt af van situatie!!
(Ook HE van de situatie: dit wordt niet
tegengesproken door interactionisme,
maar is niet direct relevant voor
individuele verschillen)
Belangrijkste implicaties
- Interactie tussen persoon en situatie is belangrijkste manier om
individuele verschillen in persoonlijkheid, gedrag op te vatten
- Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge
o type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag
MAAR door relatief lage
o type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag
o type C-consistentie = cross-uitingsstabiliteit van (ind versch in)
gedrag
o type D-consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van
trekscores
2
,Wie heeft gelijk?
- Aan ene kant:
o Trekken zijn relatief cross-temporeel consistent;
o Er zijn consistente individuele verschillen in algemene
gedragstendenzen
o Deze verschillen voorspellen ook belangrijke levensoutcomes
- Aan andere kant
o Concreet gedrag is weinig consistent van situatie tot situatie
o Concrete gedragsuitingen correleren ook niet sterk onderling
o En worden slechts in beperkte mate voorspeld door trekken
CONCLUSIE:
Mensen worden gekenmerkt door (individuele verschillen in) algemene
gedragstendenzen
Deze gedragstendenzen zijn relatief stabiel, en hebben een voorspellende
kracht voor levensoutcomes
MAAR zijn weinig informatief voor de predictie van concreet gedrag
OMDAT dergelijk gedrag mede bepaald wordt in interactie met de specifieke
situatie
Hedendaags persoonlijkheidsonderzoek:
- Trekvisie domineert
o wijd verspreide empirische theorie van structuur van persoonlijkheid
(Big Five, Hexaco)
o consistent theoretisch kader geeft mogelijkheid tot cumulatieve
wetenschap
o makkelijk te onderzoeken (eenvoudige trekvragenlijsten)
- Interactionisme
o assumpties worden nochthans algemeen aanvaard
o maar moeilijker te onderzoeken
o gebrek aan omvattende theorie van persoonlijkheid die de
voornaamste processen en structuren met naam noemt
→ Dit wordt ook reflecteerd in wat er komt tijdens de komende lessenreeks
HOOFDSTUK 6: GENEN EN PERSOONLIJKHEID
3
, 6.1 INLEIDING, BEGRIPPEN EN DOELEN
2 voorbeelden van tweelingen gescheiden bij geboorten: toch veel gelijkenissen
Welke rol spelen genetische factoren!?
6.2 GEDRAGSGENETICA
Vragen: Is persoonlijkheid erfelijk? In welke mate? Wat wel en wat niet? Hoe
wordt dit onderzocht? Wat met de rol van opvoeding, omgevingsinvloeden? Hoe
ziet hedendaagse gedragsgenetica eruit?
A) HET MENSELIJK GENOOM
- “genoom” verwijst naar de hele verzameling genen dat een organisme
bezit
- bestaat uit DNA (DesoxyriboNucleïneZuur)
= dubbele helix opgebouwd uit nucleotiden van
o fosfaatgroep (zuur)
o suikers (desoxyribose)
o 4 soorten basen (Adenine-Thymine, en Guanine-Cytosine)
- Gen bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden die kunnen
coderen voor een specifiek protëine of eigenschap
o bouw lichaam en functies
o aanleg voor bepaalde aandoeningen
o rol in psychologische eigenschap
- Menselijk genoom bevat 20,000-25,000 genen op 23 paar chromosomen
- Complex geheel:
o de manier van coderen variëert
o “genetisch afval” (98%, niet coderend) toch functioneel
Bv. bepaalt in welke mate omliggende genen tot expressie komen
- Human Genome Project
o De sequentie van het menselijk genoom identificeren, nl. de
specifieke DNA molecule sequenties
o Maar dit betekent niet dat daarmee de functie van elk gen gekend is
o Bovendien worden de meeste eigenschappen niet door een enkel
gen maar door combinatie van vele genen gedetermineerd, en door
mate van genexpressie
- De meeste genen in menselijk genoom zijn dezelfde voor iedereen (99+
%)
4
1. TREKVISIE
Nomothetische trekconcept: 3 cruciale eigenschappen:
- Trekken zijn interne, stabiele eigenschappen van een individu die
deze van moment tot moment, situatie tot situatie met zich meedraagt
o een trek is geen tijdelijke eigenschap maar is iets dat de persoon
altijd meedraagt, geven aanleiding tot consistent patroon van
gedrag
bv. haarkleur en haarsnit, agressie vs. mening
- Trekken zijn causaal: ze verklaren het gedrag van het individu
o De interne eigenschappen beinvloeden, bepalen gedrag
bv. Extraversie
- Trekken nemen de vorm aan van (hypothetische) dimensies waarop
mensen verschillende plaats kunnen innemen
Belangrijkste implicaties
- Hoofdeffect van persoon is belangrijkste manier om individuele verschillen
in persoonlijkheid, gedrag op te vatten
- Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge (soorten consistentie Sarah
Hampson)
o type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag zelfde G, zelfde S
o type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag zelfde G, andere S
o type C-consistentie = cross-uitingsstabiliteit van (ind versch in)
gedrag ander G, zelfde S
o type D-consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van
trekscores ander G, andere S
Bijvoorbeeld: individuele verschillen in stressgevoeligheid tussen Jan en An:
An > Jan
HE van de persoon + individuele
verschillen zijn consistent: An>Jan
(Ook HE van de situatie:
date>ruzie>tandarts
dit wordt niet tegengesproken door
Trekpsychologie, maar is niet direct
relevant voor individuele verschillen)
1
, 2. INTERACTIONISTISCHE VISIE
Cruciale assumpties:
- Persoonlijkheid is een systeem van processen dat iemands reactie
op een concrete situatie bepaalt (cfr. CAPS systeem Mischel)
- Omdat bepaalde situaties bij een bepaald persoon andere processen
kunnen ontlokken, is iemands gedrag een functie van de INTERACTIE
tussen persoon en omgeving
- De uitkomst hiervan is dat persoonlijkheid kan beschreven worden in
termen van ALS (bepaalde situatie) DAN (bepaald gedrag)
gedragshandtekeningen
Individuele verschillen in de trek stressgevoeligheid tussen Jan en An in
verschillende situaties:
Interactionisme zegt dat werkelijkheid er eerder zo uitziet:
HE van de persoon? Misschien is An>Jan gemiddeld genomen, maar
individuele verschillen zijn niet consistent over situaties!
Grotere bijdrage van interactie tussen P en S: Verschil tussen An en Jan
hangt af van situatie!!
(Ook HE van de situatie: dit wordt niet
tegengesproken door interactionisme,
maar is niet direct relevant voor
individuele verschillen)
Belangrijkste implicaties
- Interactie tussen persoon en situatie is belangrijkste manier om
individuele verschillen in persoonlijkheid, gedrag op te vatten
- Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge
o type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag
MAAR door relatief lage
o type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van (ind versch
in) gedrag
o type C-consistentie = cross-uitingsstabiliteit van (ind versch in)
gedrag
o type D-consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van
trekscores
2
,Wie heeft gelijk?
- Aan ene kant:
o Trekken zijn relatief cross-temporeel consistent;
o Er zijn consistente individuele verschillen in algemene
gedragstendenzen
o Deze verschillen voorspellen ook belangrijke levensoutcomes
- Aan andere kant
o Concreet gedrag is weinig consistent van situatie tot situatie
o Concrete gedragsuitingen correleren ook niet sterk onderling
o En worden slechts in beperkte mate voorspeld door trekken
CONCLUSIE:
Mensen worden gekenmerkt door (individuele verschillen in) algemene
gedragstendenzen
Deze gedragstendenzen zijn relatief stabiel, en hebben een voorspellende
kracht voor levensoutcomes
MAAR zijn weinig informatief voor de predictie van concreet gedrag
OMDAT dergelijk gedrag mede bepaald wordt in interactie met de specifieke
situatie
Hedendaags persoonlijkheidsonderzoek:
- Trekvisie domineert
o wijd verspreide empirische theorie van structuur van persoonlijkheid
(Big Five, Hexaco)
o consistent theoretisch kader geeft mogelijkheid tot cumulatieve
wetenschap
o makkelijk te onderzoeken (eenvoudige trekvragenlijsten)
- Interactionisme
o assumpties worden nochthans algemeen aanvaard
o maar moeilijker te onderzoeken
o gebrek aan omvattende theorie van persoonlijkheid die de
voornaamste processen en structuren met naam noemt
→ Dit wordt ook reflecteerd in wat er komt tijdens de komende lessenreeks
HOOFDSTUK 6: GENEN EN PERSOONLIJKHEID
3
, 6.1 INLEIDING, BEGRIPPEN EN DOELEN
2 voorbeelden van tweelingen gescheiden bij geboorten: toch veel gelijkenissen
Welke rol spelen genetische factoren!?
6.2 GEDRAGSGENETICA
Vragen: Is persoonlijkheid erfelijk? In welke mate? Wat wel en wat niet? Hoe
wordt dit onderzocht? Wat met de rol van opvoeding, omgevingsinvloeden? Hoe
ziet hedendaagse gedragsgenetica eruit?
A) HET MENSELIJK GENOOM
- “genoom” verwijst naar de hele verzameling genen dat een organisme
bezit
- bestaat uit DNA (DesoxyriboNucleïneZuur)
= dubbele helix opgebouwd uit nucleotiden van
o fosfaatgroep (zuur)
o suikers (desoxyribose)
o 4 soorten basen (Adenine-Thymine, en Guanine-Cytosine)
- Gen bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden die kunnen
coderen voor een specifiek protëine of eigenschap
o bouw lichaam en functies
o aanleg voor bepaalde aandoeningen
o rol in psychologische eigenschap
- Menselijk genoom bevat 20,000-25,000 genen op 23 paar chromosomen
- Complex geheel:
o de manier van coderen variëert
o “genetisch afval” (98%, niet coderend) toch functioneel
Bv. bepaalt in welke mate omliggende genen tot expressie komen
- Human Genome Project
o De sequentie van het menselijk genoom identificeren, nl. de
specifieke DNA molecule sequenties
o Maar dit betekent niet dat daarmee de functie van elk gen gekend is
o Bovendien worden de meeste eigenschappen niet door een enkel
gen maar door combinatie van vele genen gedetermineerd, en door
mate van genexpressie
- De meeste genen in menselijk genoom zijn dezelfde voor iedereen (99+
%)
4