Samenvatting ziekteleer Verslype
Ziekteleer (Katholieke Universiteit Leuven)
Scannen om te openen op Studocu
Studocu wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Jitse Van Mechelen ()
, lOMoARcPSD|6951934
ZIEKTELEER - INFLAMATIE
HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN DEEL INFLAMMATE
1. INLEIDING
1.1 aandoeningen (~ ziekten)
Aandoening = verstoring van de normale structuur en/of werking van organen of orgaansystemen
Discussie over wat een ziekte is en wat niet: Bvb drapetomanie: onweerstaanbare neiging van slaven om te
ontsnappen (ziekte vastgesteld in 1860). De behandeling hiervoor was: koude baden, zweepslagen,…
In de cursus: objectiveerbare ziekten
Mogelijke indeling:
- Aangeboren (congenitaal)
- Ontsteking (inflammatie)
- Tumor (gezwel)
- Bloedvaten (vasculair)
- Functioneel (orgaan dat er goed uit ziet, maar niet goed werkt)
- Traumatisch (incl. iatrogeen = aandoeningen die we als gezondheidswerkers veroorzaken bvb in het ziekenhuis)
- Degeneratief (veroudering)
Op het examen: deze indeling toepassen op elk orgaan
o Aangeboren:
Bvb maag: maagingang toe
Bvb Slokdarm: stukje dat ontbreekt
o Ontsteking:
Bvb gastritis: maagontsteking
Bvb Colitis ulcerosa: ontsteking van de dikke darm
o Tumoren:
Bvb maagkanker
o Functioneel:
Bvb Dyspepsie: verstoorde spijsvertering in het bovenste deel v/h spijsverteringskanaal
Wat is het? Hoe ontstaat het? Hoe kan je het vaststellen? Hoe erg is het (dood: ja of nee?) en wat kan je er
aan doen?
1.2 Symptomen en klinische tekenen
Symptomen worden door de patiënt spontaan vermeld (klachten), andere moeten actief worden bevraagd
(anamnese) “wat brengt u hier vandaag?”
Klinische tekenen (signs): worden opgespoord door het lichamelijk/klinisch onderzoek
Symptomen Klinische tekenen
Heesheid Stembandparalyse
Hoofdpijn Hoge bloeddruk
Onderscheid: algemeen – specifiek
- Meer algemene klachten (vermoeidheid, koorts, vermagering, groeiachterstand, huidafwijkingen,
gewrichtsklachten)
- Eerder specifiek voor een bepaald orgaanstelsel (vb. buikpijn, braken, geelzucht)
1
Gedownload door Jitse Van Mechelen ()
, lOMoARcPSD|6951934
Op het examen: per orgaanstelsel aangeven wat specifieke en wat algemene symptomen zijn
1.3 Concept “symptoom – ziektebeeld – aandoening”
Wat is een ziektebeeld? De combinatie van de klachten (symptomen) en de afwijkingen die bij het lichamelijk
onderzoek worden vastgesteld (klinische tekenen)
Bvb hartfalen, leverfalen, ademhalingsfalen, darmfalen, nierfalen, beenmergfalen falen = werkt niet goed
Vormt voor de arts de leidraad voor het uitvoeren van bijkomende onderzoeken om te komen tot de diagnose van
een bepaalde aandoening
Eenmaal de diagnose gesteld kan de gepaste behandeling worden gegeven
2. INZICHT IN DE NORMALE WERKING VAN HET IMMUUNSYSTEEM
2.1 Inleiding
Wat is een ontsteking?
- Een reactie van het lichaam op iets (bvb schimmel, warmte, chemische producten, infecties, verouderde cel,
…)
- Organismen in interactie met zijn omgeving (bvb brandworden, bacterieën)
- Ontsteking kan beperkt zijn of overdreven
- Reactie kan onaangepast of aangepast zijn
- Levensnoodzakelijk proces
- Wanneer er geen ontsteking zou plaatsvinden: risico dat het lichaam overgenomen wordt door bacterieën,
virussen, schimmels; wat kan leiden tot de dood
- Bij kleinste organismen is ook één of andere vorm van ontsteking aanwezig
2.2 Lokale ontsteking
Typisch voor alle ontstekingen:
- Rubor = roodheid
- Calor = warmte
- Dolor = pijn
- Tumor = zwelling
+ patiënt algemeen zeer ziek: koorts, kortademig, stervend
Figuur 1: cellulitis erysipelas
2.3 Wat is het immuunsysteem?
= het geheel van mechanismen die ons organisme beschermen tegen:
- Pathogenen
o Bacteriën
o Virussen
o Parasieten
- Schadelijke fysische of chemische prikkels
- Beschadigde lichaamscellen
Hoe gaat het lichaam weten of er ergens schade is? Via sensoren:
Sensor (voelen) verwerken effector (doen)
DUS Omvat sensoren en effectors gegroepeerd in aangeboren (innate) en adaptieve immuniteit
= 2 grote systemen
2
Gedownload door Jitse Van Mechelen ()
, lOMoARcPSD|6951934
Kenmerken Aangeboren immuniteit Adaptieve immuniteit
Specificiteit Breed, niet specifiek gericht op één type Specifiek
bacterie
Geheugen Geen geheugen Ja, na blootstelling
Tijd van Reageert snel (minuten) Traag, vraagt enkele dagen voor het effectief
respons wordt
Activatie Aanwezig bij de geboorte, voor er contact is Wordt geactiveerd na blootstelling met
met antigenen pathogenen of antigenen contact
Ontwikkeling Functioneel na de geboorte Past zich aan doorheen de tijd, na contact met
antigenen
Effectoren - Fysieke barrières - B lymfocyten, antilichamen
bvb slijmvlies darmstelsel en huid - T lymfocyten
- Complement
= substantie die voorkomt in eiwitten
en serum. Het herkent een bepaald
patroon van schadelijke stoffen en
ruimt dit op
- Inflammatie
= ontsteking
- Cellen (in het bloed)
o Granulocyten
Neutrofils
Basofils
eosinofils
Bepaalde witte bloedcellen
o Mast cellen
Bij bepaalde allergische
reacties
o Natural killer cells
o Macrofagen
o Dendritische cellen
Bvb er kunnen bepaalde pathogenen doorheen de placenta bij het embryo komen (bvb rubella) antistoffen van
moede, maar deze worden na de geboorte afgebroken. Het kind moet zelf zijn immuniteit opbouwen
Vaccinatie: infectie naboosten om zo een adaptieve immuniteit te krijgen
Tijdslijn van een normaal immuunantwoord tegen een virus
Ernst van antwoord/infectie
3
Dagen naGedownload
infectie door Jitse Van Mechelen ()