PROF. DR. JOACHIM MEESE
(COLLEGE 1)
CURSUSMATERIAAL:
1. Ch. Van den Wyngaert, S. Vandromme & Ph. Traest, Strafrecht en strafprocesrecht in
hoofdlijnen, deel 2: strafprocesrecht, Antwerpen, Gompel & Svacina, 2022 (Laatste editie
van syllabus is van 2022 dus kijk ook naar het addendum op blackboard voor wijzigingen)
2. Wetboek van strafvordering (naar keuze) (gebruik vanaf het begin)
3. Handouts PP-presentatie (blackboard)
4. Schema vooronderzoek (blackboard)
BRONNEN:
1. Wetboek van strafvordering (1808)
2. Gerechtelijk Wetboek
- Niet teveel gebruik van maken, voorzichtig mee zijn
- het gerechtelijk recht is het gemene recht die van toepassing is maar opletten want soms
is er een afwijkende regeling (lex specialis derogat lex generalis)
- Dus niet zomaar verwijzen naar het gerechtelijk wetboek
- Klassieke fout op examen: rechtsmiddelen, direct naar gerechtelijk wetboek verwijzen maar
afwijkende regeling in wetboek van strafvordering en dus is het gerechtelijk recht helemaal
niet van toepassing
- Op het examen zou je normaal niet moeten verwijzen naar het gerechtelijk wetboek
(uitzonderlijk)
3. Wet op de voorlopige hechtenis (1990)
- wanneer iemand van zijn vrijheid wordt beroofd terwijl de zaak nog lopende is
- Omdat er ernstige aanwijzingen zijn van schuld (voorwaarden die in de wet op voorlopige
hechtenis staat + de procedure staat er ook in)
- VOORLOPIG = er is nog geen uitspraak over de schuld
- Principe vermoeden van onschuld geld nog steeds zolang de rechter nog niets gezegd heeft
4. EVRM
- (Er komt nog een volledig college over)
- recht op vrijheden, eerlijk proces, verdediging staan in het EVRM
Voornamelijk art. 6, 5 en 8 EVRM
- Uitspraken EHRM = belangrijk
• Belangrijk want strafzaken van het EHRM zijn bepalend voor ons strafprocesrecht,
soms moeten we onze wetgeving aanpassen aan nieuwe interpretaties en evoluties
over de wetgeving
• Voorbeeld: we leven in een maatschappij waarbij het normaal is dat een advocaat zijn
cliënt bijstaat en vooraf overleg kan leggen
• (bv. recent nieuws over lijk gevonden aan verkeersbord, er wordt dan een
onderzoeksrechter aangesteld, en stel dat er een verdachte is dan wordt hij verhoord
en voor ons is het dan normaal dat vooraleer het verhoor plaatsvindt dat die verdachte
eerst met zijn advocaat kan overleggen op vertrouwelijke wijze
• de advocaat mag er ook bij zijn, bij zijn verhoor en ondervraging (je ziet dit ook zo in
films en series)
• MAAR dat is niet zo altijd geweest, in 2008 heeft het Europees Hof pas
gezegd dat het niet eerlijk is dat iemand veroordeeld wordt zonder overleg
en bijstand van een advocaat. Er was dus helemaal geen mogelijkheid van
bijstand of overleg.
• Hoe gebeurde dat dan vroeger? Iemand werd eerst verhoord en de onderzoeksrechter
maakte een beslissing en dan pas kon hij overleg houden met de advocaat, want de
wet voorzag dit niet. EHRM vond dit niet eerlijk want dit was een schending op het
1
, recht op eerlijk proces. Daarom is de rechtspraak van het EHRM belangrijk voor ons
strafprocesrecht.
2
, ALGEMENE BEGINSELEN STRAFPROCESRECHT: WAAROVER GAAN WE HET EIGENLIJK
HEBBEN?
1. definitie
2. accusatoir v. inquisitoir
3. verloop strafproces
4. actoren in het strafproces
5. beleidsorganen
HOOFDSTUK 1: DEFINITIE
BEGRIP STRAFPROCESRECHT
- strafprocesrecht = formeel strafrecht = strafrechtspleging = strafvordering
• de praktische toepassing van het materieel strafrecht kan slechts worden
gerealiseerd via het strafprocesrecht
• SPR is het geheel der rechtsregels betreffende de opsporing, vervolging en
berechting van personen die ervan verdacht worden een misdrijf te hebben
gepleegd:
Ø scenario’s en vormvoorschriften die moeten worden gevolgd
Ø rechtspositie van de verschillende betrokken personen
Ø regels m.b.t. organisatie en werking van de strafgerechten
Ø regels m.b.t. tenuitvoerlegging v/d beslissingen van die gerechten
HET ONDERSCHEID TUSSEN MATERIEEL STRAFRECHT EN FORMEEL STRAFRECHT
- het onderscheid heeft betrekking op de personen tot wie deze regels gericht zijn, op hun
inhoud en op de sancties als zij worden geschonden VERSCHIL GOED WETEN
Materieel strafrecht = strafrecht door Formeel strafrecht = strafprocesrecht = de regels
prof. Rozie die uiteindelijk de procedure bepalen om dat materieel
(ander vak) strafrecht om te zetten in een concrete beslissing over
- Wat is iets strafbaar en wanneer is iets dat misdrijf
strafbaar? - Hoe gebeurt het? En door wie? En wie bewijst
- En de principes die er gepaard mee wat? En hoe kom je tot de rechter? Welke
gaan (een poging tot een strafbaar feit rechter? Bij ontevredenheid, welke
= ben je dan strafbaar of niet ?) rechtsmiddelen?
- = al de spelregels die bepalen hoe de procedure
verloopt
HET ONDERSCHEID ONDER HET LICHT VAN DE PERSONEN TOT WIE DE REGELS ZIJN
GERICHT
In het strafrecht: gericht tot de gehele bevolking, de burger in het algemeen en zelfs
rechtspersonen sinds 1991 en de overheid
- Overheid: speciale regeling die geldt
In het strafprocesrecht:
- in de eerste plaats gericht tot de overheid, personen die met de toepassing van het
strafrecht belast zijn (beperkingen voor de politie, magistratuur)
- en gericht tot de overheid (overheid richt zich tot zichzelf)
• reden: inquisitoir karakter
• strafproces beschouwd als een proces tussen gemeenschap (vertegenwoordigd door
het OM) en de verdachte
3
, • De overheid legt zich beperkingen op omdat dat nodig is, we leven in een
democratische rechtsstaat, daar kan je maar in leven als er beperkingen zijn voor de
overheid.
• Uitgangspunt zou moeten zijn: zo min mogelijk overheidsinterventie enkel in
uitzonderlijke gevallen die mooi in de wet zijn omlijnd
• Bv. Afluisteren van de telefoon dit mag niet zomaar, ook niet preventief anders
overheidsinterventie en is het geen democratische staat meer, de gevallen waarin
dit toegestaan is mag enkel als het in de wet staat opgelijst
• Zo niet: onveilige omgeving waarin we niet weten wat strafbaar is en wat niet. Het
moet er zijn zodat de mens gerustgesteld is
- Uitzonderlijk: de burger die zelf in contact komt met de regels van het strafprocesrecht
• bijv. de verdachte, de getuige, degene bij wie een onderzoeksmaatregel wordt
uitgevoerd (bijv. een huiszoeking, een telefoontap, …), het slachtoffer
HET ONDERSCHEID OP BASIS VAN DE INHOUD VAN DE REGELS: HOE
VANZELFSPREKEND ZIJN DE REGELS?
- Regels van het STPR hebben niet de ‘vanzelfsprekendheid’ van het materieel strafrecht
- De regels van het materieel strafrecht zijn nog redelijk vanzelfsprekend
• Het materieel strafrecht beschermt een reeks fundamentele waarden die voor
zichzelf spreken
• Als we kijken naar de strafbaarstellingen = de kern van het strafrecht = wat mag en
wat mag niet = kan je een beetje vanuit je buikgevoel weten = vanzelfsprekend dat
sommige dingen niet mogen en veranderen niet snel of nooit
• Veel regels zie je ook in andere landen bv. Verbod op diefstal, moord, etc. =
vanzelfsprekend dat dit niet mag
- Strafprocesrecht = de spelregels die de overheid zichzelf oplegt, zijn niet
vanzelfsprekend, ze zijn op zichzelf niet evident
- ‘spelregels’ waarover kan gediscussieerd worden, hebben niet dezelfde
vanzelfsprekendheid als het materieel strafrecht en zijn niet aan intrinsieke waarden
gekoppeld
• Verschillende meningen over bv hoe snel men een huiszoeking zouden moeten doen
of de termijn van verjaring, sommigen mensen vinden dat er geen termijn nodig is
of wel = VEEL DISCUSSIE MOGELIJK
• Dat zie je ook in andere landen dat er over sommige dingen verschillende
regelingen zijn (bv. In Nederland is moord niet verjaarbaar)
• Bv. Verjaring is al 25x aangepast door de wetgever in 30-35 jaar
• Heeft niet dezelfde evidentie als het materieel strafrecht want er wordt altijd over
nagedacht, over die strafregels
- berusten vaak op het onderling afwegen van verschillende belangen (waarheidsvinding
versus de bescherming van fundamentele rechten van eenieder) waardoor de inhoud vaak
diffuus is en makkelijker voor verandering vatbaar is
• Er moet een evenwicht zijn over rechtshandhaving en rechtsbescherming = ook veel
discussie over wat nu het juiste evenwicht is
HET ONDERSCHEID OP BASIS VAN DE SANCTIONERING VAN DE SCHENDING DER
REGELS VAN RESP. MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT:
- materieel SR: op elk misdrijf staat een straf
• schending van de norm -> dader stelt zich bloot aan bestraffing
• Sanctie is bepaald in het materieel SR, is bepaald op het moment van het plegen van
het feit
• Je moet op het ogenblik van het plegen van het misdrijf weten wat de sanctie is = dit
kan je gewoon doen door te kijken in het materieel SR
4