Inleiding
Een meer correcte term is de embryonale ontwikkeling, want embryologie is een heel lang proces. Onze
focus ligt op de bevruchting tot 8 weken. Dit is vastgesteld volgens genetisch programma. Er zijn wel altijd
individuele verschillen.
Fasen humane embryogenese
1. Vorming van gameten & bevruchting
2. Klievingdeling
3. Gastrulatie: vorming kiembladen (ecto, endo, meso) + lichaamsassen (fate maps)
4. Vorming buis-in-buis lichaamsplan
5. Organogenese
Gametogenese
= Vorming van mannelijke/vrouwelijke gameten (haploid, 23CS)
Primordiale kiemcellen (PKC)
Start prenataal & gaat in pubertijd verder
W2 Gevormd in epiblast > migratie en vermenigvuldiging naar wand van dooierzak
W6 Na vorming gonaden migreren PKC van dooierzak naar gonaden & verdere deling via mitose
In gonaden: start gametogenese mbv 2 veranderingen
1. Kern: meiose (reductie + uitwisseling)
2. CP: cel differentiatie
Rijpen van gameten; verschil tussen oöcyt/oögonia (OG) & spermatide (SG)
➢ 1 EC met alle cytoplasma & CS <> 4 gelijke ZC
➢ Beperkte aantal EC <> onbeperkte ZC
Oogenese (vrouwelijk gametogenese)
Voor pubertijd
Differentiatie van oögonia naar mature oöcyten
1. Oögonia blijven delen tot M5 DPO
2. Deel van oögonia ondergaat meiose I; stilgelegd in profase I > primaire oocyt + poollichaam
3. Overlevende primaire krijgen een laagje folliculaire cellen > primordiaal follikel (PMF)
4. Rust tot pubertijd
,Vanaf pubertijd tot menopauze
Verder ontwikkeling van PMF (15/20 follikels) oiv FSH & LH in cyclisch systeem
! Hoe langer, hoe meer risico op genetische afwijking door fouten is meiose
Menstruale cyclus
➢ oiv van FSH worden randcellen van PMF meer kubus > granulosacellen
+ Aanmaak glycoproteine > zona pellucida (barriere)
➢ Granulosacellen word dikker > primair folliokel
➢ Vorming met vocht gevulde holtes (antrum) in garnulosacellen
➢ Antrum groeit enorm> graafse follikel
o Cumuluus oophorus (EC die uitpuilt) + theca interna & externa
➢ In kern: oiv LH piek zal meiose I afgewerkt worden > secundaire oocyt + poollichaampje
o PL zal al/niet verder delen
o Voor ovulatie: start meiose II, maar stopt in metafase II
Ovulatie: Rijpe follikel barst open
Openbarsten van rijpe follikel & vrijstellen 2nd oöcyt met
granulosacellen & zona pellucida
➢ Eileider opent richting ovarium & vrijstellen in infundibulum
o EC opgevangen > eileider
o Max 24u overleven = tijd om te bevruchten
➢ In ovarium (eierstok) blijft corpus luteum achter
= restje granulsacellen + 2 theca’s
o hormonale functie: aanmaak OEST & PRO
> na 3 maand overgenomen door placenta
, Spermatogenese (mannelijke gametogenese)
Voor puberteit
➢ spermatogonia: gemigreerde & gedifferentieerde PKC die kunnen blijven delen (mitose)
➢ rustfase tot puberteit
Vanaf puberteit
Differentiatie van spermatogonia in spermatozoa via meiotische deling
➢ verschillende types
o Primaire spermatocyt: meiose I
o Secundair spermatocyt: meoise II
o Spermatiden: haploid (blijven aan elkaar hangen)
o Spermatozoa
▪ Kop: kernmateriaal samengevoegd > acrosoom
▪ Middendeel: Mito kruipen samen in middendeel
▪ Staart: flagel
Spermatozoa (ZC) kunnen zich autonoom bewegen, maar moeten via ejaculatie naar buiten worden
gebracht. Ze worden gevormd in de testes, rijpen in de bijbal en worden via de ductus deferens vervoerd.
Onderweg voegen de zaadblaasjes & prostaat zaadvocht toe, dat oa glucose bevat als energie. De klieren
van Cowper produceren een olieachtig secreet dat de doorgang vergemakkelijkt. ZC kunnen 2-4 dagen
overleven en bepalen het geslacht van het kind doordat ze een X/Y CS dragen.
Week 1: ovulatie tot implantatie
Dag 0: ovulatie ≈ bevruchting > DPO: days post ovulation
Ovulatie
➢ Maandelijks menstruele cyclus: 28 dagen met op D14 ovulatie
➢ Oiv FSH & LH: komen in bloedbaan en komen overal terecht, maar via ‘slotje’ vind je ze alleen in
ovarium
o FSH: rijping follikel in eierstok
o LH: openbarsten van graafs follikel
Bevruchting
ZC worden in de vagina afgezet en bereiken de EC in de eileider door hun flagel, geholpen door
samentrekkingen van de baarmoeder en eileider. Ze worden aangetrokken door warmte (thermotaxis) en
stoffen van granulosacellen (chemotaxis). Voor bevruchting ondergaan ze eerst capacitatie, waarbij de kop
wordt proper gemaakt.
Dit wordt gevold door 3 fases
1) Penetratie corona raditia (granulosacellen) van 2nd oöcyt
2) Penetratie ZP: kop van ZC bindt op specifiek EW > Ca-instroomt > openen acrosoom > vrijgave che
stoffen die ZP gaat afbreken
3) Fusie celmembraan van EC & ZC > ZC komt in CP van EC