1. Ontwikkelingspsychologie
1.1. Korte historiek
8 fasen van voor de geboorte tot aan de - Prenatale ontwikkeling
ouderdom - Babytijd
- Peuterjaren
- Kleuterjaren
- Schoolperiode
- Adolescentie
- Volwassenheid
- Ouderdom
Verschillende brillen in elke fase:
- Biologisch (lichamelijke en motorische ontwikkeling)
- Psychologisch (cognitieve ontwikkeling)
- Sociaal (sociale en emotionele ontwikkeling)
1.2. Indeling in fasen
Kwantitatief = hoeveel kennis en vaardigheden beschik je
Kwalitatief = de manier van denken, voelen en handelen
3 soorten modellen - Trapmodel
- Gelaagde model
- Lijnmodel
Trapmodel - Een op- en neergaande trap
- Elke trede = 10 jaar
- Hoogtepunt 50 jaar
- Charlotte Bühler (duitse psychologe)
o Overtuigd alles in het leven draait rond het verwezenlijken
van levensdoelen
o Indeling = opbouw van een klassiek toneelstuk die bestaat
uit 5 akten
Gelaagde model - Wordt gezien als de lagen van de aarde
- Gaat NIET opzoek naar zinvolle overgangen tussen de fasen
- Af en toe in hoogste lagen aardbeweging die gevolg zijn van
spanningen in diepere lagen
- Gaat niet meer uit van bepaalde levensdoelen
- Richt op nu, af en toe op het verleden om verklaringen te vinden
- Sigmund Freud (grondlegger psychoanalyse)
Lijnmodel - Zien ontwikkeling vooral als een proces van continue verandering
zonder overgangen
- Lijn die doorloopt om de evolutie te zien
- Geen plaats meer voor aparte ontwikkelingsfasen
- Behaviorisme is een mooi voorbeeld
1
,1.3. Hoe ontstaat ontwikkeling?
Nature (natuurlijke aanleg) VS nurture (opvoeding)
- Nature = natuurlijke, genetische aanleg die je meekrijgt bij de bevruchting
- Nurture = staat in voor alle invloeden, zowel fysieke als psychosociale
- Rol van erfelijkheid: 23 chromosomen van de biologische mama en 23 van de biologische
papa
o Vormt de basis van ons DNA
o Erfelijkheid stelt grenzen aan de ontwikkeling
- Rol van het milieu: sociale omgeving speelt ook een grote rol: interactie tussen beide
- Zelfsturing als factor: mensen hebben een zekere vrijheid om keuzes te maken →
discussiepunt binnen de psychologie/filosofie
Conclusie:
- Er zijn uiteraard verschillende zienswijzen
- Wat zeker is: de mens verandert voortdurend
- Alle invloeden spelen een rol in meerdere of mindere mate: cultuur, opvoeding, genetisch
materiaal, omgeving,…
- Geen universeel patroon: cultuur!
1.4. Twee fundamentele ontwikkelingstheorieën
- Jean Piaget
- Erik Erikson
Piaget - Sensomotorisch stadium (baby)
- Pre-operationele stadium (peuter/kleuter)
- Concreet operationele stadium (lagereschool)
- Formeel operationele stadium (adolescent)
Universeel kader over de cognitieve ontwikkeling van de mens
Belang van aangeboren neiging tot adaptatie (= het veranderen en
ontwikkelen van denkschema’s om de wereld beter te kunnen begrijpen)
- Kinderen gebruiken deze denkschema’s om nieuwe dingen bij te
leren, naarmate ze ouder worden, veranderen en groeien hun
denkschema’s mee met hun ontwikkeling
- Assimilatie
o Bestaande kennis en vaardigheden gebruiken in nieuwe
situaties
o Het toepassen van denkschema’s die je al beheerst op allerlei
nieuwe situaties/voorwerpen
- Accommodatie
o Bestaande kennis en vaardigheden worden aangepast om te
kunnen gebruiken in nieuwe situaties
De drijvende kracht achter de motivatie van kinderen om hun schema’s
steeds verder te ontwikkelen en te adapteren, is het streven naar evenwicht =
equilibratieproces
2
, Erikson - Leven is een opeenvolging van 8 levensfasen
- Continue groei mogelijk = de psychologische identiteit van het individu
o Ervaren van innerlijke eenheid
o Ervaren van voldoende harmonie tussen eigen persoon en
sociale omgeving
- Iedere fase: crisis/conflict
o Door biologische rijping en nieuwe verwachtingen vanuit die
sociale omgeving
o Kondigt nieuwe fase aan
o Herdefiniëren
o Identiteit wordt dooreengeschud = kernconflict
Levensfase Leeftijd (in jaar) Cognitieve ontwikkeling (Piaget)
Babytijd 0 Sensomotorische periode
Peuter 1
2
3 Pre-operationele fase
Kleuter 4
5
6
Lagere school 7 Concreet-operationele fase
8
9
10
11
12
Adolescentie 13
2. De prenatale ontwikkeling
2.1. Biologische ontwikkeling
Ontwikkeling van het embryo en foetus
- Start bij conceptie
- Helft van het erfelijk van de moeder en vader smelten samen
- Zwangerschap duurt 38 weken vanaf conceptie
- 3 periodes
1. Germinale periode (3 – 4 weken)
2. Embryonale periode (5 – 10 weken)
3. Foetale periode (11 – 38 weken)
Germinale 3 – 4 weken
periode - Zygote (= bevruchte eicel) deelt zich en nestelt zich in de baarmoeder
- Moederkoek, navelstreng en vruchtzak worden gevormd
Embryonale 5 – 10 weken
periode - Zygote wordt embryo
- Ontwikkeling van verschillende lichaamsdelen en organen
Foetale periode 11 – 38 weken
- Embryo wordt foetus
- Vooral functieontwikkeling
Laatste maanden zijn bijzonder belangrijk voor de hersenontwikkeling
3
, 2.2. Psychologische ontwikkeling
- Kan een foetus waarnemen, dingen opslaan in het geheugen? → geen antwoord mogelijk
- Zintuigen kunnen misschien prikkels omzetten in zenuwimpulsen, maar bewust proces??
- Toch zou foetus op het einde van de zwangerschap toch al kunnen geluiden vastleggen in het
impliciete geheugen
2.3. Wat als het anders verloopt…
- Omgevingsinvloeden zijn beperkt, kind zit goed beschermd in de baarmoeder
- MAAR! Verschillende invloeden mogelijk:
o Aangeboren:
▪ Genetische afwijkingen (syndroom van down)
▪ Niet erfelijke aangeboren afwijkingen (hartafwijking)
o Omgeving:
▪ Infecties die de moeder oploopt
▪ Gebruik medicijnen! Altijd onder streng medisch toezicht
▪ Legale en illegale drugs vermijden: alcohol, nicotine, marihuana, harddrugs,…
o Andere:
▪ Radio -actieve stralen tijdens zwangerschap → misvormingen, kanker,…
▪ Verkeerde voeding → laag geboortegewicht, diabetes,…
▪ Factoren bij de mama → hoge leeftijd (groter risico op afwijkingen),
tienerzwangerschap,…
o Psychologische factoren:
▪ Stress tijdens de zwangerschap → miskraam, vroeggeboortes, laag
geboortegewicht, problemen bij ontwikkeling
▪ Attitude ten opzichte van het kind
- FAS = foetaal alcohol syndroom
2.4. De geboorte
Ook de geboorte heeft een belangrijke invloed!
- Geboren worden (en sterven) zijn de meeste existentiële gebeurtenissen die een mens ooit
meegemaakt heeft
- Plots moet het kind actief zijn, actief ademen, actief eten,…
- Moeilijke bevallingen kunnen leiden tot prikkelbare kinderen
- Negatieve gevoelens bij de moeder → invloed op de hechting,…
2.5. Samenvatting
4