1. Inleiding
Rollen van een OB:
Begeleider - Werkvormen aanpassen tempo, mogelijkheden en context van de cliënt
- Expert in het dagelijks leven van ontwaken tot slapengaan
- Werken aan een stimulerend leefklimaat
- Ondersteunen en begeleiden
Verbinder - Benutten van het netwerk
- Creëren van netwerk
- Versterken van het netwerk
- Streven naar maximale maatschappelijke participatie
1.1. De evolutie van welzijnszorg
1.1.1. Wat is welzijnszorg?
Welzijnszorg = het antwoord van de omgeving op de noodsituatie van een individu
- Reactie onderhevig aan (sociale klasse van) het individu, maar ook tijdsafhankelijk
1.1.2. Welzijnszorg: van gunst naar recht
Nasleep Franse revolutie:
- Armoede = fout in sociale structuur
- De staat is verplicht om op te treden bij nood
Industrialisering en verstedelijking:
- Noodsituaties zichtbaarder en schrijnender
- Arbeiders organiseren zich en stellen eisen
- Initiatieven blijven binnen fabrieken
1925 wettekst ‘recht op bijstand’, in realiteit veranderde er weinig
Samenleving verandert – Welzijnszorg = breuk tussen iemand zijn noden en zijn capaciteiten
andere noden voor - Zorg door familie
welzijnszorg - Zorg door rijken en kerk als gunst
1.2. De uitbouw van de welvaartstaat
1.2.1. De verzorgingsstaat
Mijlpaal 1 28 december 1944
- Sociale zekerheid in de wet
Mijlpaal 2 10 december 1948
- Universele verklaring van de rechten van de mens
1
, Steunt op 3 pijlers: - Sociale zekerheid
- Onderwijs
- Gezondheidszorg
Overheid = primaire verantwoordelijk
ZORG ALS RECHT
1.2.2. Welvaartstaat
Golden sixties – the sky is - Hoge ambities van de overheid
the limit - Stijgende welvaart
- Sociale zekerheid
- Belangrijke stappen inzake welzijn en zorg (basis
gehandicaptenzorg, integrale jeugdhulp, geestelijke
gezondheidszorg,…)
1965 Wet op bijzondere jeugdbijstand
1967 Fonds81
1976 OCMW’s en recht op bestaan-minimum
1.2.3. De crisis van de welvaartstaat
- Wachtlijsten
- Dubbele crisis
- Vergrijzing
- Internationale samenleving
1.2.4. Reactie: de actieve welvaarstaat
- Actief = activeren
- Actief arbeidsmarktbeleid
o De beste sociale zekerheid voor de mensen is een goede arbeidsplaats
- Eigen verantwoordelijkheid en maatschappelijke participatie
1.3. Visie en beeldvorming op mensen met een ondersteuningsnood
1.3.1. Begrippen
People first language = nadruk leggen op het individu in plaats van op de beperking van de persoon
1.3.2. Visie op mensen met een ondersteuningsnood
- Er zijn verschillende visies op mensen met een ondersteuningsnood als deel van de
samenleving
- Evolutie in hoe mensen met een ondersteuningsnood in mindere of meerdere mate deel
uitmaakten van de samenleving
- De verschillende benaderingen blijven naast elkaar bestaan doorheen de tijd en in de
samenleving
Exclusie - Buiten de samenleving
- Houding: mensen met een ondersteuningsnood worden
buitengesloten of opzettelijk verhinderd om deel te nemen aan de
samenleving
Voorbeelden:
- Middeleeuwen: handicap als een straf van God → mensen werden
opgesloten
- Nazi-regime: mensen met een handicap werden vermoord, Pol Pot-
regime: genocide tegen intellectuelen
- Ook vandaag kan dit in Vlaanderen nog voorvallen
2
, Segregatie - Buiten de samenleving VB. onderwijs, tewerkstelling, wonen,…
- Wij-zij denken centraal
- Houding: mensen met een beperking passen niet binnen bepaalde
maatschappelijke structuren. Ze hebben nood aan afzonderlijke
systemen die op hun maat zijn
Voorbeelden:
- Voorzieningen waar mensen wonen op een apart domein
- Dagbesteding invullen in een ‘afgesloten’ dagcentrum
- Buitengewoon onderwijs
- Maatwerkbedrijven
Integratie - IN de samenleving
- Wij-zij denken centraal
- Houding: mensen met een ondersteuningsnood zijn patiënten met
duidelijke ‘defecten’ → hulp nodig om de norm te bereiken
- Voorwaarde: zich aanpassen aan de normen van de samenleving → de
normen worden niet gewijzigd, het is het individu dat zich moet
aanpassen
- Samenleving doet extra inspanning om de personen ‘zo normaal
mogelijk’ te maken
Voorbeelden:
- Ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften:
kinderen met een handicap krijgen extra ondersteuning in het reguliere
onderwijs. Ze moeten de eindtermen wel nog behalen
Inclusie - IN de samenleving
- Houding: mensen met een beperking zijn gelijkwaardige partners,
kunnen deelnemen aan het dagelijks, maatschappelijk leven met
behoud van hun eigen identiteit
- Belang van actieve participatie binnen de samenleving voor zowel
mensen met als zonder beperking
- Onvoorwaardelijke burger: de normen van de samenleving moeten
meer open staan. Het is de taak van de samenleving om met diversiteit
om te gaan. Diversiteit als positief
Voorbeelden:
➔ Inclusief onderwijs: ook kinderen die de eindtermen niet kunnen
behalen, maken deel uit van het reguliere onderwijs
Wat is nu de juiste benadering?
Segregatie, integratie en inclusie komen samen voor in onze samenleving:
- Segregatie/integratie is niet foutief:
o Soms hebben mensen nood aan een aangepaste en veilige omgeving
o Soms is inclusie niet direct realiseerbaar
- We moeten steeds maximaal streven naar inclusie
o Vanuit een rechtenbenadering (VN-Verdrag)
o Aandacht hebben voor diversiteit in de samenleving
o Ook vanuit segregatie kunnen we aan inclusie werken
o Drempels wegwerken zodat iedereen maximaal kan participeren
o Positieve beeldvorming zodat iedereen gerespecteerd wordt als persoon
3