1. Schaarste
Middelen zijn beperkt, maar onze behoeften zijn bijna onbeperkt.
Daarom moeten we keuzes maken.
Schaarste = beperkte middelen tegenover onbeperkte behoeften.
2. Behoeften
Een behoefte = iets wat je nodig hebt of graag wilt.
Primaire behoeften
Noodzakelijk om te leven:
eten
drinken
wonen
kleding
Secundaire behoeften
Niet noodzakelijk om te overleven:
vakantie
entertainment
luxeproducten
3. Vraag en aanbod
Vraag
Hoeveel consumenten van een product willen kopen.
Aanbod
Hoeveel producten producenten willen verkopen.
In het algemeen:
Hoge vraag + beperkt aanbod → prijs kan stijgen
Lage vraag + groot aanbod → prijs kan dalen
4. Consument
Een consument = iemand die goederen of diensten koopt/gebruikt.