GRAAD
1. Het historisch referentiekader
Geschiedenis bestudeert gebeurtenissen uit het verleden.
Tijd
prehistorie
oudheid
middeleeuwen
vroegmoderne tijd
moderne tijd
hedendaagse tijd
Ruimte
Waar gebeurde iets?
Maatschappelijke domeinen
politiek → macht en bestuur
economisch → werk, handel en geld
sociaal → groepen en verschillen in de maatschappij
cultureel → kunst, geloof, wetenschap en ideeën
Onthouden:
Tijd + ruimte + domein = gebeurtenis plaatsen
2. Verlichting
De Verlichting was een periode waarin mensen meer nadruk legden op:
verstand
vrijheid
gelijkheid
wetenschap
kritisch nadenken
Belangrijke ideeën:
mensen hebben rechten
, macht moet niet onbeperkt zijn
bestuur moet gebaseerd zijn op regels
3. Franse Revolutie
De Franse Revolutie begon in 1789.
Belangrijke oorzaken:
grote sociale verschillen
financiële problemen
hoge belastingen
invloed van de Verlichting
Belangrijke ideeën:
vrijheid
gelijkheid
volkssoevereiniteit
Gevolg: de oude standenmaatschappij werd sterk doorbroken.
4. Napoleon
Napoleon Bonaparte kwam na de Franse Revolutie aan de macht.
Hij:
voerde oorlogen in Europa
breidde het Franse rijk uit
voerde hervormingen in
verspreidde bepaalde ideeën van de Franse Revolutie
In 1815 werd Napoleon definitief verslagen.
5. Liberalisme en nationalisme
Liberalisme
Nadruk op:
individuele vrijheid
grondrechten
vrije economie
parlementaire democratie