,1. Inleiding
1.1 Het belang en de invloed van de Europese Unie op het dagelijks leven
De Europese Unie (EU) vormt een zelfstandige rechtsorde die diep ingrijpt in het nationale recht en het
dagelijks leven. EU-recht beïnvloedt onder meer handel, consumentenbescherming, persoonsgegevens,
milieu, arbeidsvoorwaarden, digitale diensten, mededinging, vrij verkeer en productveiligheid.
De invloed ontstaat doordat lidstaten bevoegdheden aan de EU hebben toegekend. Binnen die bevoegdheden
kunnen EU-instellingen regels vaststellen die in de lidstaten rechtsgevolgen hebben. Het EU-recht werkt
daardoor niet uitsluitend via nationale omzetting: afhankelijk van de rechtsbron kan het rechtstreeks
toepasselijk zijn of onder voorwaarden rechtstreeks door particulieren worden ingeroepen.
Voor de rechtspraktijk zijn vooral drie kenmerken belangrijk:
supranationaliteit: EU-instellingen kunnen binnen hun bevoegdheden bindende besluiten nemen die
lidstaten en, afhankelijk van de norm, particulieren raken;
voorrang: conflicterend nationaal recht moet wijken voor toepasselijk Unierecht;
uniformiteit: het Hof van Justitie bewaakt een uniforme uitleg en toepassing van het Unierecht.
1.1.1 Supranationaal, uniform en harmoniserend
Supranationaal betekent dat de EU meer is dan een klassieke internationale organisatie. Lidstaten hebben
bepaalde bevoegdheden aan de EU overgedragen. Binnen die bevoegdheden kunnen EU-instellingen
zelfstandig rechtsnormen vaststellen en kan het Hof van Justitie de uniforme toepassing daarvan verzekeren.
Uniform betekent dat Unierecht in de lidstaten zoveel mogelijk op dezelfde wijze wordt uitgelegd en toegepast.
Het Hof van Justitie heeft hierin een centrale rol. Nationale rechters kunnen, en moeten in bepaalde gevallen,
vragen over de uitleg van Unierecht aan het Hof voorleggen.
Harmoniserend betekent dat EU-regelgeving nationale rechtsstelsels op bepaalde terreinen naar elkaar toe
brengt. Harmonisatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden door richtlijnen, waarbij lidstaten het voorgeschreven
resultaat in nationaal recht moeten realiseren, of door verordeningen, die in beginsel rechtstreeks toepasselijk
zijn.
Kernschema
EU-bevoegdheid → EU-regelgeving → doorwerking in nationale rechtsorde → uniforme toepassing → nationale
rechter + Hof van Justitie.
, 2. Basisvaardigheden
2.1 Het opzoeken van Europeesrechtelijke informatie
Europeesrechtelijke analyse begint met het vaststellen van de juiste rechtsbron. De juridische onderzoeker
moet onderscheid maken tussen verdragsbepalingen, verordeningen, richtlijnen, besluiten, jurisprudentie en
niet-bindende instrumenten.
Een efficiënte zoekstrategie:
1. bepaal de juridische vraag;
2. identificeer het relevante rechtsgebied;
3. zoek de toepasselijke EU-bepaling;
4. controleer de actuele versie;
5. zoek relevante jurisprudentie;
6. controleer de betekenis van de bepaling in de rechtspraak;
7. pas de regel toe op de feiten.
Belangrijk is steeds onderscheid te maken tussen geldend recht, historische regelgeving en commentaar
daarop.
2.2 Het opzoeken van Unierecht
Het Unierecht bestaat uit verschillende rechtsbronnen met een verschillende juridische status. Voor een
correcte analyse moet eerst worden vastgesteld welke bron van toepassing is en welke rechtskracht zij heeft.
Belangrijke bronnen zijn:
VEU: Verdrag betreffende de Europese Unie;
VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
Handvest van de grondrechten van de EU;
verordeningen;
richtlijnen;
besluiten;
internationale overeenkomsten van de EU;
=
Bij het zoeken naar regelgeving moet worden gecontroleerd of de tekst actueel, gewijzigd of ingetrokken is. Bij
richtlijnen moet daarnaast worden onderzocht hoe de lidstaat de richtlijn heeft geïmplementeerd.