Sociaal werk is een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale
cohesie en bedrijving van mensen bevordert. Sociale vaardigheid, mensenrechten, zijn van
groot belang in het sociaal werk.
Contractbreuk = niet voldaan aan het contract
Ontbinden van een contract: door de fout van een
van de partijen
Sociaal werk op snijvlak burger – samenleving Sociaal
De sociaal werker ondersteunt mensen om hun Werker
functioneren binnen de samenleving te
bevorderen.
De sociaal werker beweegt zich op het snijvlak
tussen burger (hulpvrager) en samenleving (sociaal
systeem)
Burger Samenleving
De driehoek (Braye & Preston-Shoot)
Kennis van dit systeem en het recht is zeer
belangrijk.
De sociaal werker moet bij het toepassen van recht kritisch kijken vanuit waarden en normen
(moreel-ethisch perspectief).
Mensenrechten en sociale rechtvaardigheid staan hierbij centraal.
Confrontatie tussen wat het recht zegt en wat je daarvan vindt.
1
Maryam Bouhlala
,1.2 Wat is het recht?
1.2.1 Definitie van het recht
Recht is een geheel van regels. Het wordt opgesteld en opgelegd door de samenleving,
waardoor de belangen van de enkeling in de gemeenschap geordend worden door middel van
sociale dwang.
- Recht is afdwingbaar, je kan het niet afdwingen, anders wordt dat symbool
wetgeving!
- Regelwetgeving moet toegepast worden
Het gaat over:
Staatsrecht = onderdeel van publiekrecht + heeft betrekking op de organisatie van de staat
Grondrechten = fundamentele rechten van de mens (recht op menswaardelijk bestaan)
Sociale bijstand en zekerheid = bijstand van overheidswege indien iemand onvoldoende
middelen heeft – sociale zekerheid bestaat door sociale arbeid.
Gerechtelijke organisatie/justitie = gaat over rechtbanken
Strafrecht = wat je niet mag doen
Consumentenrecht = rechtssfeer die regelt hoe handelaars en bedrijven zich moeten
gedragen tegenover consumenten
Auteursrecht = het exclusieve recht van de maker van een werk (boek, muziek..)
1.2.2 Geheel van regels
Zie bronnen
Geschreven en ongeschreven bronnen
Nationaal en internationaal
1.2.3 Opgesteld en opgelegd door de samenleving
Samenleving verandert voortdurend
Regels veranderen ook:
o democratisch of autoritair
o religieus beïnvloed of profaan
o gebonden aan culturen, ideologieën
o weerspiegeling van maatschappij
recht is wijzig baar => evolueert!
1.2.4 Maatschappij ordenen
2
Maryam Bouhlala
,Belangen = individu – groep
- rechten en plichten: wie mag wat doen?
- Rechtszekerheid en objectiviteit
Niet altijd rechtvaardig “dura lex, sed lec”
= "de wet is hard, maar het is (nu eenmaal) de wet"1. Het betekent dat de wet gehoorzaamd
moet worden, hoe hard het ook valt.
1.2.5 Afdwingbaar
Stoorzenders worden gedwongen om zich aan afspraken te houden
Volgens afgesproken regels
Voor iedereen
Hoe: iets doen, iets betalen, iets niet oen (verbod), straffen.
Belang voor sociaal werker
1.2.6 Verschillende soorten van regels
1. Subjectieve rechten = rechten die vasthangen aan een persoon die worden door mensen
uitgeoefend
Zijn rechten die wederzijdse toestemming vragen
2. Objectieve rechten = objectief recht is het geheel van rechtsregels dat in een bepaalde
samenleving op een bepaald tijdstip van kracht is
Wat betekent dit voor het sociaal werk?
Heeft een plaats in het afdwingen!
Ze gaan kijken naar het sociaal werk in het recht
Het recht bepaalt wat sociale werkers mogen doen
Sociaalwerkrecht = heeft te maken met moeilijke situaties waarin sociale werkers zich bevinden.
Het OCMW en rechtbank doen aan handhaving (=controle op de naleving van wet- en
regelgeving en het doen naleven van deze regels)
1.2.6 Objectief en subjectief
Objectief recht : regels die bestaan, het geheel van normen. Dit vind je terug in het
Belgisch staatsblad, maar makkelijker ook in wetboeken. = De bronnen
Subjectief recht : zodra dat de bron van objectief recht van toepassing is, dan wordt het
subjectief want ik kan het uitoefenen
1.2.7 Rechtssubject en rechtsobject =
3
Maryam Bouhlala
, Wij zijn allemaal rechtssubjecten, drager van rechten en plichten, kan een overeenkomst
sluiten,
Rechtsobject = er kan een rechtspersoon zijn, wij hebben iets fictief nodig, bv. een
vennootschap (vzw) is ook een rechtspersoon, kan een contract sluiten met de eigenaar
van de sportvelden die zij mogen huren.
Het belangrijkste verschil tussen rechtssubjecten en rechtsobjecten is dus dat rechtssubjecten
dragers zijn van rechten en plichten, terwijl rechtsobjecten de 'dingen' zijn waarop deze rechten
en plichten betrekking hebben.
1.2.8 Genotsbekwaam en handelingsbekwaam =
Iedereen is drager van rechten en plichten, alleen kan je ze niet in bepaalde gevallen uitoefenen
omdat je niet bekwaam bent. Als je minderjarig bent, dan ben je genotsbekwaam en niet
handelingsbekwaam.
1.2.9 Rechtshandeling en rechtsfeit =
Rechtshandeling: wat wij bewust doen, bewuste handeling die rechtsgevolgen teweeg
brengt bv. een overeenkomst, ik sluit een overeenkomst, dan is dat een rechtshandeling.
Om juridische gevolgen teweeg te brengen
Rechtsfeit : bv. een geboorte, veroorzaakt dat je genotsbekwaam bent, brengt als
rechtsgevolgen teweeg, een ander voorbeeld : sterven, een ongeval (niet wat je bewust
opzoekt).
1.2.10 Dwingend en aanvullend recht =
Aanvullende Recht : zijn regels die zijn beschreven en op een geen enkele manier om
een partij te beschermen, bv. een lening geven aan een goede vriend, burgerlijk wetboek
bepaalt niet waarvoor ik een lening moet afsluiten.
Dwingend recht : bv. als je minderjarig bent, handelingsonbekwaam is, ter bescherming
van die minderjarige, omdat die niet voldoende verstand heeft om dingen te kopen, niet
van afwijken, wel van afwijken wanneer het recht verworven is
Bv. bij een opzeg/ontslag, dwingend recht terug bij consumentenrechten en
arbeidsrecht terug, bescherming tegen sterke partijen.
Kan afstand doen van dwingend recht alleen als die mate ten einde loopt
Bij ontslag : Dwingende bepaling weg, afstand doen van dat recht omdat het verworven is
Relatieve of absolute nietigheid =
Relatieve nietigheid : omdat je die zelf moet opwerpen, gebeurt niet automatisch, (auto
bvb moet je aan je ouders vragen als minderjarige)
4
Maryam Bouhlala