• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Verbintenissenrecht - deel III - professor Weyts - 18/20

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's

Samenvatting Verbintenissenrecht - deel III gedoceerd door professor Weyts - 18/20. 18/20 behaald!! Dit is een samenvatting van het derde deel van verbintenissenrecht zoals gedoceerd door professor Weyts in het academiejaar 2024/25. Alle slides met notities zijn opgenomen in een volledige samenvatting. Ik heb alle lessen bijgewoond.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Verbintenissenrecht – Deel III: De gevolgen van het contract voor de contractpartijen:

III. De gevolgen van het contract voor de contractpartijen:

1. De interpretatie en de uitvoering te goeder trouw van het contract:

Uitgangspunten:

Wat klaar en duidelijk is, behoeft geen interpretatie. De interpretatieregels mogen enkel worden
toegepast als het contract/de clausule/… onduidelijk is. Anders kan de feitenrechter afbreuk doen aan
de bindende kracht van de overeenkomst. Als het contract duidelijk is, moet er niet geïnterpreteerd
worden.

De rechter mag de bewijskracht van de geschreven akte niet miskennen (cfr. de bindende kracht van
de overeenkomst) op grond van artikel 8.17 en 8.18 BW.

Wat is interpretatie? De inhoud, betekenis en draagwijdte van overeenkomst of clausule bepalen en
op zoek gaan naar gemeenschappelijke bedoeling.

Als de feitenrechter moet interpreteren dan betekent dit dat er een onenigheid tussen de partijen
over de draagwijdte een of meerdere clausules (de ene leest er dit in de andere dat) is ontstaan. De
feitenrechter moet de knoop doorhakken, maar hoe moet de feitenrechter dat doen?

Het oud BW voorziet een stapsgewijs systeem, namelijk de bindende richtsnoeren die enkel gelden
bij onduidelijkheid (art. 1156-1164 oud BW). Dit wordt bevestigd in nieuw BW. Algemeen wordt
aangenomen dat de bepalingen van boek 5 van aanvullend recht zijn (wettelijke regeling van
aanvullend recht), maar toch praat de wetgever over bindende richtsnoeren.

Stap 1: gemeenschappelijke bedoeling van de partijen:

Dit wordt geregeld door artikel 5.64 BW. Het principe is dat de interpretatie moet gebeuren op grond
van de bewoordingen van de akte of, indien dit onvoldoende is, op grond van extrinsieke elementen.
In de eerste plaats zal de feitenrechter op zoek moten gaan naar de gemeenschappelijke bedoeling.
Wat hebben partijen beoogt, bedoelt met die clausule? De werkelijk wil primeert, wat hebben
partijen bedoelt?

Hoe moet de feitenrechter dat doen? Aan de hand van de bewoordingen. De feitenrechter mag
gebruik maken van de tekst van de overeenkomst of beroep doen op relevante extrinsieke
elementen.

Er geldt een motiveringsplicht van de rechter (artikel 149 Gw.).

Wat zijn relevante extrinsieke elementen? Als de rechter er niet uit geraakt aan de hand van de
bewoordingen, dan kan het aan de hand van extrinsieke elementen.

 Wijze van uitvoering van de overeenkomst.
 Briefwisseling tussen partijen in precontractuele fase.
 Voorbereidende omstandigheden.
 Wijze van uitvoering van vroegere overeenkomst.

Dit behoort tot soevereine appreciatie feitenrechter, maar de rechter mag de bewijskracht van de
geschreven akte niet miskennen. Het is een soevereine, onaantastbare interpretatie dus dit kan niet
worden vernietigd door het Hof van Cassatie.




1

, Stap 2: doelstelling van deze bepalingen: achterhalen van de gemeenschappelijke bedoeling van de
partijen:

Hier gaat het over de geobjectiveerde of vermoedelijk wil. De feitenrechter moet op zoek gaan naar
de vermoedelijke wil van de partijen. Als de rechter niet geslaagd is om de gemeenschappelijke
bedoeling van de partijen te achterhalen, dan moet hij naar de geobjectiveerde wil zoeken.

Dit wordt geregeld door artikel 5.65 BW. De wetgever heeft allerlei hulpmiddelen, regels voorhanden
om de vermoedelijke wil te achterhalen.

Hoe? Uitleg in de zin dat het beding enig gevolg heeft, uitleg in het licht van de gehele overeenkomst,
uitleg volgens de gebruiken, ….

Stap 3: voorkeursinterpretaties (contra proferentem regel)

Het kan zijn dat de feitenrechter ook de vermoedelijke wil niet kan achterhalen en dan is de derde
stap van toepassing de voorkeursinterpretatie.

De rechter gaat het contract uitleggen in het voordeel van diegene die zich verbonden heeft en in het
nadeel van de partij die bedongen heeft. Men gaat ervan uit dat de partij die zich verbonden heeft
zwakker staat. Degene die het contract schrijft wordt beschouwd als de sterkere contractspartij.
Degene die het contract heeft opgesteld, in diens nadeel zal het worden uitgelegd.

Dit staat los van de bedoeling van de partijen.

Maar wie is de bedinger en wie heeft zich verbonden? Het antwoord op die vraag is niet evident voor
het Hof van Cassatie. Men gaat objectiveren door te kijken wie het meeste voordeel uit het beding
haalt. Men gaat uitleggen in het nadeel van diegene die het meeste voordeel haalt uit het onduidelijk
beding (meestal is dit de schuldeiser, maar dat kan ook de schuldenaar zijn).

Dit wordt geregeld door artikel 5.66 BW.

Bijzondere wetgeving:

De voorkeursinterpretatie is ook terug te vinden in de bijzondere wetgeving zoals in artikel VI.37
WER. Artikel VI.37 WER schrijft in een B2C-relatie de voorkeursinterpretatie voor, dat is een lex
specialis. Lex specialis derogat legi generali, de bijzondere wet gaat voor op de algemene regel.

Er geldt een informatieplicht voor de onderneming (§1) en bij miskenning prevaleert de voor de
consument gunstige interpretatie (§2).

Je moet de 3-stapsredenering dus nuanceren.

Bijvoorbeeld: ik contracteer met Telenet in een B2C-relatie. Er ontstaat een geschil over een
bepaalde clausule. De rechter moet meteen contra proferentem-regel toepassen. Er zijn
bijzondere regels in boek 6 WER en de bijzondere wet gaat voor op de algemene regel.

In de B2C-relatie zijn er geen 3 stappen, maar meteen de contra proferentem-regel. Artikel VI.37 is
een belangrijke bepaling.

Een onduidelijk beding kan ook een onrechtmatig beding zijn, in welk geval de nietigheidssanctie
geldt.




2

, Interpretatie in het voordeel van de koper:

Voor de koop-verkoopovereenkomst is er een bijzondere interpretatieregel voorzien: artikel 1602
oud BW. Er geldt een precontractuele informatieplicht van de verkoper en een sanctie bij miskenning,
namelijk de interpretatie in het voordeel van de koper. De interpretatie is voorzien in het voordeel
van de koper.

Dit geldt enkel in geval van twijfel, niet wanneer de gemeenschappelijke bedoeling kan worden
achterhaald. Bij twijfel of discussie moet men interpreteren in voordeel van de koper, maar bij koop-
verkoopovereenkomst moet de feitenrechter eerst op zoek gaan naar de gemeenschappelijke
bedoeling. Rechtspraak heeft meer moeite om hier afstand te nemen van de 3-stapsregeling.

Het geldt enkel voor gebruikelijke verbintenissen van de verkoper met betrekking tot het verkochte
goed en toebehoren, maar niet voor ongebruikelijke verbintenissen (bv. exoneratie- of
vrijwaringsbedingen). Gebruikelijke verbintenissen zijn verbintenissen die inherent zijn aan elke koop-
verkoopovereenkomst (bijvoorbeeld leveringsverplichting).

Interpretatieclausules:

Interpretatieclausules zijn toegelaten was de regels uit het oud BW zijn van aanvullend recht. Ze
bestaan in verschillende vormen. Bijvoorbeeld: entire agreement clausule (enkel wat in de akte staat,
bindt de partijen).

Men gaat moeten kijken hoe de rechtspraak reageert want de wetgever heeft niet met zoveel
woorden gezegd dat de bepalingen van boek 5 van aanvullend recht zijn.

Herkwalificatie van de overeenkomst:

Dit wordt geregeld door artikel 5.68 BW.

De partijen geven een benaming aan het contract, de rechter kan deze benaming wijzigen. Dit doet
zich vaak voor nadat er interpretatieproblemen zijn gebleken. Na de interpretatie kan de
feitenrechter tot de vaststelling komen dat de kwalificatie niet klopt.

De mogelijkheid tot herkwalificatie is relevant voor het bepalen van de toepasselijke rechtsregels.
Denk bijvoorbeeld aan de benoemde contracten waar de wetgever een specifieke regeling voor heeft
uitgewerkt.

Inhoud van het contract:

Dit is een toepassing van artikel 5.71 BW. De inhoud van het contract is wat er in het contract staat,
de contractuele clausules die de partijen zijn overeengekomen op basis van de wilsautonomie, pacta
sunt servanda. De inhoud van de overeenkomst kan ruimer zijn dan wat er in de overeenkomst staat.
Je bent gebonden door de contractuele clausules, maar als contractspartij moet je je bewust zijn dat
er uit de wet, goede trouw en gebruiken verbintenissen kunnen vloeien die bindend zijn voor de
partijen.

Je moet steeds rekening houdende met de aard van de verbintenis. Het gaat om het creëren
bijkomende bronnen van verbintenissen, die van rechtswege deel uitmaken van de verbintenis. Het
doel hiervan is de leemten opvullen in overeenkomst op grond van de aanvullende werking van de
goede trouw




3

, De wet:

De bepalingen van aanvullend recht vullen de overeenkomst aan, bij gebreke aan een andersluidende
contractuele regeling. De meeste bepalingen van boek 5 BW zijn van aanvullend recht, partijen
mogen hier van afwijken. Aanvullend recht betekent dat boek 5 het gemene verbintenissenrecht is.
Als partijen er niet van afwijken, dan gelden de regels van boek 5 BW voor de contractuele relaties
voor de partijen. In de meeste contractuele relaties zijn er enkele aspecten niet geregeld en worden
ze geregeld door boek 5 BW. Boek 5 BW vult zeer veel contractuele relaties aan.

De bepalingen van dwingend recht en openbare orde vullen de overeenkomst aan, in de zin dat
daarmee strijdige bepalingen in de overeenkomst relatief respectievelijk absoluut nietig zijn.

De rechter kan een overeenkomst herkwalificeren mits hij de bewijskracht van de akte niet miskent,
dit is van belang om te bepalen welke regels van toepassing zijn. De feitenrechter mag de
overeenkomst herkwalificeren. Partijen geven soms een naam aan hun contract, maar als de
feitenrechter de overeenkomst leest dan kan die vinden dat het een andere overeenkomst is.

De goeder trouw:

Dit komt later verder aan bod bij de aanvullende werking van de goede trouw.

Gebruiken:

Wat wordt bedoeld met gebruiken? Boek 5 BW zegt er verder niets over. Boek 1 BW is ook relevant
voor verbintenissenrecht want het heeft een transversale werking. Artikel 1.1 BW zegt iets meer over
de gebruiken.

Wat houdt de wetsbepaling (artikel 1.1 BW) in tot relatie met artikel 5.71 BW? Als je de
parlementaire voorbereiding leest van artikel 1.1 BW dan zegt de wetgever dat de draagwijdte van
artikel 1.1 BW dubbel is, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen het eerste en het tweede
lid (dit is de interpretatie die de wetgever voor ogen had, dit volgt niet duidelijk uit de wetsbepaling).
Het eerste lid verwijst naar de rechtsgebruiken en het tweede lid verwijst naar de feitelijke gebruiken,
dit blijkt uit de toelichting. De rechtsgebruiken zijn belangrijker dan de feitelijke gebruiken.

Rechtsgebruiken:

De draagwijdte van de rechtsgebruiken wordt bepaald door een materieel en een moreel element:

 Materieel element: in een bepaalde streek of beroepskring wordt een bepaalde gedragslijn
algemeen en voortdurend gevolgd met betrekking tot een bepaald type overeenkomst.
 Moreel element: de gedragslijn wordt door eenieder erkend als een regel waaraan men zich
moet houden in het maatschappelijk verkeer.

Bijv. het feit dat prijzen afgesproken tussen handelaars exclusief BTW zijn

Het zijn gebruiken die ingeburgerd zijn met betrekking tot bepaalde types overeenkomst, worden bij
bepaalde types overeenkomsten altijd toegepast en men is het erover eens dat het wordt
gebruikt/toegepast. Dit wordt soeverein beoordeeld door de feitenrechter.

Wat is de ratio? Het wettelijk vermoeden dat partijen er niet onwetend over konden zijn en dat zij,
door deze niet uit te sluiten in de overeenkomst , de wil hadden om ze deel te laten uitmaken van de
overeenkomst. Als partijen het niet hadden gewild, dan hadden ze het uitdrukkelijk in de
overeenkomst moeten uitsluiten. Aannemen dat ze iets niet uitsluiten in de overeenkomst, dan het
rechtsgebruik van toepassing is.



4

Documentinformatie

Geüpload op
30 september 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€3,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
26
Laatst verkocht
5 dagen geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen