9.Hechtingsproces
Pre-conceptie: die geschiedenis vangt nog voor conceptie aan, in dromen en verlangens van aanstaande
ouders.
Zwangerschap: foetus na 6 maanden in bm reeds vaardigheden ontwikkelt die voorlopers zijn van
hechtingsprocessen.
Na de geboorte: kind een eigen reëel ‘zelf’, een eigen persoonlijkheid kan krijgen en ontwikkelen.
- Een genetisch neiging ‘om nabijheid te zoeken tot een beschermende soortgenoot’ zou grondslag
vormen voor ontstaan van gehechtheidsrelatie
- Er is sprake van gehechtheid als kind of volwassenen sterk geneigd is om nabijheid tot of contact met
specifieke persoon te zoeken in situaties van angst, vermoeidheid, spanning of ziekte. De gedragingen
die worden ingezet in dergelijke onveilige situaties, die het gehechtheidsysteem van individu
activeren worden gehechtheidsgedragingen genoemd.
- Doel van gehechtheidsgedragingen is het verkrijgen van een gevoel van veiligheid.
- Bijna alle kinderen zijn gehecht. Niet elk kind is evenwel veilig gehecht.
Ouders en kinderen leren in eerste levensmaanden en -jaren van hun nieuwe relatie elkaar stilaan kennen en
voeden elkaar op in bieden van vertrouwen, steun en veiligheid.
- Vanwege ouders:
o Het zoeken en accepteren van individualiteit van baby
- Vanwege baby:
o Pasgeborene is uitgerust met vele complexe zintuiglijke en motorische gedragspatronen. De
ouders bewustmaken van deze gedragingen leidt tot bewustere communicatie.
Besluit: gedrag van baby lijkt erop gericht te zijn ouders in vervoering te brengen, als ouders kunnen ‘zien’ dat
hun baby goed reageert en reeds heel wat kan, kan dit communicatie en hechtingsproces bevorderen.
9.1 Theoretische achtergronden van hechtingsvisie
Momenteel wordt de zuigeling niet meer gezien als een hulpeloos, chaotisch of onvoorspelbaar wezentje, maar
als een individu met uiterst voorspelbare reacties uit buitenwereld.
- Spitz: vormingsproces
- Psychoanalyse
- Bowlby: aangeboren interactie en binding
- Winnicott: wederzijdsheid
Ethiologie zuigeling te zien als actieve deelnemer
Dierstudies van Konrad Lorenz:
Kritieke fasen
perioden van verhoogde energie in zuigeling en ouder om elkaars signalen op te vangen en zich aan elkaar
aan te passen. De uren vlak na geboorte.
Leertheoriën:
Conditionering bv. klassieke conditionering: baby ‘kerkent’ speen of borst en begint bij aanblik reeds te
happen, smakken,…
Reïnforcement/ bekrachtiging positieve respons op gedrag van zuigeling
9.3 Hechtingspatronen
Mary Ainsworth:
Ontwikkelde een experimentele techniek om hechting te meten:
1. Moederenbabygaandeonbekenderuimtebinnen
2. Moedergaatzitten,babyontdektderuimte
3. Eenonbekendevolwassenekomtbinnen,praateerstmet
moeder dan met baby
4. Moeder verlaat de ruimte
5. Demoederkomtterug,begroetbabyensteltgerust
6. Moederverlaatsamenmetonbekendederuimte
7. Deonbekendekomtterug
8. De moeder komt terug en onbekende vertrekt.
20
Pre-conceptie: die geschiedenis vangt nog voor conceptie aan, in dromen en verlangens van aanstaande
ouders.
Zwangerschap: foetus na 6 maanden in bm reeds vaardigheden ontwikkelt die voorlopers zijn van
hechtingsprocessen.
Na de geboorte: kind een eigen reëel ‘zelf’, een eigen persoonlijkheid kan krijgen en ontwikkelen.
- Een genetisch neiging ‘om nabijheid te zoeken tot een beschermende soortgenoot’ zou grondslag
vormen voor ontstaan van gehechtheidsrelatie
- Er is sprake van gehechtheid als kind of volwassenen sterk geneigd is om nabijheid tot of contact met
specifieke persoon te zoeken in situaties van angst, vermoeidheid, spanning of ziekte. De gedragingen
die worden ingezet in dergelijke onveilige situaties, die het gehechtheidsysteem van individu
activeren worden gehechtheidsgedragingen genoemd.
- Doel van gehechtheidsgedragingen is het verkrijgen van een gevoel van veiligheid.
- Bijna alle kinderen zijn gehecht. Niet elk kind is evenwel veilig gehecht.
Ouders en kinderen leren in eerste levensmaanden en -jaren van hun nieuwe relatie elkaar stilaan kennen en
voeden elkaar op in bieden van vertrouwen, steun en veiligheid.
- Vanwege ouders:
o Het zoeken en accepteren van individualiteit van baby
- Vanwege baby:
o Pasgeborene is uitgerust met vele complexe zintuiglijke en motorische gedragspatronen. De
ouders bewustmaken van deze gedragingen leidt tot bewustere communicatie.
Besluit: gedrag van baby lijkt erop gericht te zijn ouders in vervoering te brengen, als ouders kunnen ‘zien’ dat
hun baby goed reageert en reeds heel wat kan, kan dit communicatie en hechtingsproces bevorderen.
9.1 Theoretische achtergronden van hechtingsvisie
Momenteel wordt de zuigeling niet meer gezien als een hulpeloos, chaotisch of onvoorspelbaar wezentje, maar
als een individu met uiterst voorspelbare reacties uit buitenwereld.
- Spitz: vormingsproces
- Psychoanalyse
- Bowlby: aangeboren interactie en binding
- Winnicott: wederzijdsheid
Ethiologie zuigeling te zien als actieve deelnemer
Dierstudies van Konrad Lorenz:
Kritieke fasen
perioden van verhoogde energie in zuigeling en ouder om elkaars signalen op te vangen en zich aan elkaar
aan te passen. De uren vlak na geboorte.
Leertheoriën:
Conditionering bv. klassieke conditionering: baby ‘kerkent’ speen of borst en begint bij aanblik reeds te
happen, smakken,…
Reïnforcement/ bekrachtiging positieve respons op gedrag van zuigeling
9.3 Hechtingspatronen
Mary Ainsworth:
Ontwikkelde een experimentele techniek om hechting te meten:
1. Moederenbabygaandeonbekenderuimtebinnen
2. Moedergaatzitten,babyontdektderuimte
3. Eenonbekendevolwassenekomtbinnen,praateerstmet
moeder dan met baby
4. Moeder verlaat de ruimte
5. Demoederkomtterug,begroetbabyensteltgerust
6. Moederverlaatsamenmetonbekendederuimte
7. Deonbekendekomtterug
8. De moeder komt terug en onbekende vertrekt.
20