3.Empathie en respect
3.1 Inleiding
In hulpverleningssituaties zijn 3 basisprincipes belangrijk: empathie, echtheid en onvoorwaardelijke
aanvaarding.
3.2 Basishouding 1: empathie?
Empathie = zichzelf inleven in belevingswereld van de ander.
Belevingswereld = wijze waarop iemand zijn situatie, levensloop, ervaringen beleeft.
Je moet de ander ook laten merken dat je hem aanvoelt, begrijpt. Dit kan je doen door te vertellen hoe je hem
begrijpt, te zeggen wat je aanvoelt, gebaren, gelaatsuitdrukking, helpen en zorgen voor de ander.
3.2.1 Empathie in praktijk
Om empathisch te zijn hoe je niet dezelfde emoties van de ander te ervaren. Het is het aanvoelen van
gevoelens en ervaringen van de ander.
Je moet afstand nemen van je eigen belevingen, het zijn de ervaringen van de patiënt zelf.
Gemeenschappelijkheid is ervaringen kan herkenbaarheid vergroten.
Empathisch begrijpen houdt dus zowel nabijheid als afstand in.
Empathie is niet zelfde als sympathie!
Als kraamvrouw zegt dat ze moe is vraag je vanwaar de vermoeidheid komt, niet zeggen ‘ga dan rusten’.
3.3 Basishouding 2: aanvaardig
Ook acceptatie of respect genoemd.
Je moet de ander met al zijn goede en slechte kanten respecteren en aanvaarden zonder voorwaarden of
uitzonderingen.
Je moet het niet altijd eens zijn met de patiënt, maar dit hoef je niet te zeggen om te laten merken. Je moet de
ander in zijn waarde laten. Je kan er wel empathisch mee omgaan.
Je hoeft wel geen seksistische opmerkingen van patiënten te aanvaarden, hiervoor mag je de patiënt duidelijk
erop wijzen dat dat niet kan.
Als er de patiënt over een onderwerp praat wat je gevoelig ligt of als je sterkt gehecht bent aan bepaalde
politieke of religieuze overtuigingen dan kan je beter de patiënt doorverwijzen naar een ander hulpverlener.
3.4 Basishouding 3: echtheid
Je doet gewoon zoals je echt bent. Zoals wat je echt denkt en voelt. Geen toneel spelen.
Niet liegen, altijd eerlijk zijn.
Onechtheid roept wantrouwen op.
Als je niet kan helpen met iets:
“Mevrouw, ik zou je zo graag willen helpen, maar ik voel dat ik het niet kan. Dat vind ik erg.”
5
3.1 Inleiding
In hulpverleningssituaties zijn 3 basisprincipes belangrijk: empathie, echtheid en onvoorwaardelijke
aanvaarding.
3.2 Basishouding 1: empathie?
Empathie = zichzelf inleven in belevingswereld van de ander.
Belevingswereld = wijze waarop iemand zijn situatie, levensloop, ervaringen beleeft.
Je moet de ander ook laten merken dat je hem aanvoelt, begrijpt. Dit kan je doen door te vertellen hoe je hem
begrijpt, te zeggen wat je aanvoelt, gebaren, gelaatsuitdrukking, helpen en zorgen voor de ander.
3.2.1 Empathie in praktijk
Om empathisch te zijn hoe je niet dezelfde emoties van de ander te ervaren. Het is het aanvoelen van
gevoelens en ervaringen van de ander.
Je moet afstand nemen van je eigen belevingen, het zijn de ervaringen van de patiënt zelf.
Gemeenschappelijkheid is ervaringen kan herkenbaarheid vergroten.
Empathisch begrijpen houdt dus zowel nabijheid als afstand in.
Empathie is niet zelfde als sympathie!
Als kraamvrouw zegt dat ze moe is vraag je vanwaar de vermoeidheid komt, niet zeggen ‘ga dan rusten’.
3.3 Basishouding 2: aanvaardig
Ook acceptatie of respect genoemd.
Je moet de ander met al zijn goede en slechte kanten respecteren en aanvaarden zonder voorwaarden of
uitzonderingen.
Je moet het niet altijd eens zijn met de patiënt, maar dit hoef je niet te zeggen om te laten merken. Je moet de
ander in zijn waarde laten. Je kan er wel empathisch mee omgaan.
Je hoeft wel geen seksistische opmerkingen van patiënten te aanvaarden, hiervoor mag je de patiënt duidelijk
erop wijzen dat dat niet kan.
Als er de patiënt over een onderwerp praat wat je gevoelig ligt of als je sterkt gehecht bent aan bepaalde
politieke of religieuze overtuigingen dan kan je beter de patiënt doorverwijzen naar een ander hulpverlener.
3.4 Basishouding 3: echtheid
Je doet gewoon zoals je echt bent. Zoals wat je echt denkt en voelt. Geen toneel spelen.
Niet liegen, altijd eerlijk zijn.
Onechtheid roept wantrouwen op.
Als je niet kan helpen met iets:
“Mevrouw, ik zou je zo graag willen helpen, maar ik voel dat ik het niet kan. Dat vind ik erg.”
5