H1: ELEKTRISCHE LADINGEN EN VELDEN
1.1 Elektrische ladingen
Materie bestaat uit atomen
- Atomen:
Protonen: positief geladen
Neutronen: ongeladen
Elektronen: negatief geladen
Neutraal atoom: evenveel protonen als elektronen (totale lading = 0)
Positief geladen atoom: als het elektronen verliest
Negatief geladen atoom: als het extra elektronen krijgt
Elektrische lading (q)
- Eenheid: coulomb (C)
- Belangrijke eigenschappen van ladingen:
2 soorten: positief en negatief
Gelijke ladingen stoten elkaar af
Tegengestelde ladingen trekken elkaar aan
Lading blijft behouden
Lading is gekwantiseerd
Lading komt voor in veelvouden van elementaire lading (e = 1,6 x 10-19 C)
- Geschreven als q = N x e
Kort:
- Elektrische fenomenen ontstaan doordat voorwerpen een teveel of tekort aan elektronen hebben
1.2 De wet van Coulomb
Coulombkracht: elektrische kracht tussen 2 geladen deeltjes
- Grootte afhankelijk van:
Grootte van 2 ladingen
Afstand tussen ladingen
Medium waarin lading zich bevinden
|q 0|⋅|q|
- Voor 2 puntladingen: F=
4 π ⋅ ε 0 ⋅r 2
F = grootte van coulombkracht
q0 en q = ladingen
r = afstand tussen deeltjes
ε = diëlektriciteitsconstante (8,85 x 10-12 C2/(N x m2))
- Richting van kracht ligt op rechte lijn tussen 2 ladingen
- Zin afhankelijk van teken van de ladingen
Zelfde teken –> stoten elkaar af
Tegengesteld teken –> trekken elkaar aan
- Bij meerdere ladingen: krachten apart bepalen en vectorieel optellen
Kort:
- De wet van Coulomb beschrijft hoe sterk 2 puntladingen elkaar aantrekken of afstoten
1.3 Het elektrisch veld
Gebied rond een geladen voorwerp waarin andere ladingen een kracht kunnen ondervinden
- Voorwerp die het veld veroorzaakt: bronlading
- F⃗ = q₀ · E⃗
E⃗ = F⃗ / q₀ (–> elektrisch veld is elektrische kracht per eenheid lading-
- Elektrische veldsterkte (N/C)
Kort:
- Het elektrisch veld geeft in elk punt aan welke kracht een positieve testlading daar zou ondervinden
1.3.1 Het elektrisch veld
Vectorveld
1
, - In elk punt van de ruimte bestaat een elektrische veldvector E⃗
Elke veldvector heeft:
Een grootte
Een richting
Een zin
- Zin van elektrisch veld wordt bepaald door de kracht op een
positieve testlading
Positief: elektrisch veld wijst van de bronlading weg
Negatief: elektrisch veld wijst naar bronlading toe
- Als je elektrisch veld kent kan je de kracht op willekeurige
lading berekenen met F⃗ = q · E⃗
Positieve lading: kracht heeft zelfde zin als elektrisch
veld
Negatieve lading: kracht heeft tegengesteld zin van
elektrisch veld
1.3.2 Elektrische veldlijnen
Dienen om een elektrisch veld zichtbaar voor te stellen
- Aan elk punt in de ruimte kan een elektrische veldvector worden toegekend (lijnen die raken aan de
vector –> elektrische veldlijnen)
- Belangrijke regels:
Wijzen altijd van + naar –
Veldvector raakt in elk punt aan de veldlijn
Pijl op de lijn geeft zin van elektrisch veld aan
Waar veldlijnen dicht bij elkaar liggen is het elektrisch veld sterker
Waar veldlijnen verder uit elkaar liggen is het elektrisch veld zwakker
Snijden elkaar nooit, anders zou het elektrisch veld op 1 punt 2 richtingen hebben
Bij positieve bol lopen ze naar buiten
Bij negatieve bol lopen ze naar binnen
Bij dipool lopen de veldlijnen van positieve naar negatieve lading
Tussen 2 grote evenwijdige tegengesteld geladen platen ontstaat een homogeen elektrisch veld,
de lijnen zijn daar recht, evenwijdig en gelijk verdeeld
H2: ELEKTRISCHE ENERGIE EN
POTENTIA AL
2.1 Elektrische energie in een elektrische veld
Potentiële energie
- Energie die voorwerp bezit door plaats in krachtveld
- Zwaartekrachtveld van aarde: hoe hoger het voorwerp, hoe
groter de potentiële energie
E pot = m x g x h
- Krachtveld van veer: voorwerp heeft potentiële energie wanneer
veer uitgerekt of ingedrukt is
2
E =
k⋅x
pot
2
- Elektrisch krachtveld: lading in de buurt van een andere lading
bezit elektrische potentiële energie
2
, q 0 ⋅q
Epot =
4 π ⋅ε 0 ⋅r
Teken van de ladingen belangrijk, potentiële energie kan positief of negatief zijn
Positieve lading bij een negatieve bronlading
- Trekken elkaar aan
Positieve lading zit liever dicht bij de negatieve bronlading, daar heeft ze minder
potentiële energie
Hoe verder van elkaar, hoe meer potentiële energie positieve lading bezit –>
heeft energie nodig om verder weg te kunnen zitten
- Positieve lading + negatieve bronlading –> aantrekkend –> lage energie dicht bij
elkaar
Positieve lading bij een positieve bronlading
- Stoten elkaar af
Positieve lading zit liever ver weg van de positieve bronlading, daar heeft ze
minder potentiële energie
Dicht bij bronlading heeft ze veel potentiële energie omdat ze tegen de afstoting
in dich bij de bronlading wordt gehouden
- Positieve lading + positieve bronlading –> afstotend –> lage energie ver van elkaar
Potentiële energie bij oneindige afstand
- Gelijk aan 0J als de lading zich buiten invloedsgebied van bronlading bevindt
Meerdere bronladingen (bv. elektrisch dipool)
- Potentiële energie van elke bronlading en daarna optellen
Bv. Epot = Epot door positieve lading + Epot door negatieve lading
2.2 Elektrische potentiaal en spanning
Beschrijft welke plaatsen in elektrisch veld gunstig of ongunstig zijn voor positieve ladingen
- Verbonden met elektrische potentiële energie
E pot ( r )
- V(r) = –> E pot ( r )=q0 ⋅V ( r )
q0
V(r) = elektrische potentiaal op plaats r
Epot(r) = potentiële energie op plaats r
q0 = lading op die plaats
- Potentiële energie per coulomb lading
Positieve ladingen en elektrische potentiaal
- Als q0 positief is wordt de potentiële energie groter als de potentiaal groter wordt
Positieve ladingen zitten liever in een gebied met lage elektrische potentiaal, daar hebben ze
minder potentiële energie
Negatieve ladingen en elektrische potentiaal
- Als q0 negatief is wordt de potentiële energie lager als de potentiaal groter wordt
Negatieve ladingen zitten liever in een gebied met hoge elektrische potentiaal, daar hebben ze
minder potentiële energie
Elektrische spanning (U)
- Hetzelfde als verschil in elektrische potentiaal tussen 2 plaatsen
- U = ∆V = V(hoog) – V(laag)
Equipotentiaaloppervlakken
- Oppervlak waarop elk punt dezelfde elektrische potentiaal heeft
V is overal gelijk op dat oppervlak
- Als eenzelfde lading op verschillende punten van hetzelfde equipotentiaaloppervlak bevindt heeft die
lading overal dezelfde potentiële energie
- Puntlading: punten op dezelfde afstand van de bronlading hebben dezelfde potentiaal
3
, Rond puntlading vormen equipotentiaaloppervlakken dus concentrische oppervlakken
- 2 tegengestelde geladen platen: equipotentiaaloppervlakken tussen platen
Potentiaal verandert geleidelijk
Formules:
- Elektrische potentiële energie tussen 2 puntladingen
q0 ⋅a
E pot =
4 π ⋅ ε0 ⋅ r
- Verband tussen potentiële energie en elektrische potentiaal
E pot ( r )
V ( r )= –> E pot ( r )=q0 ⋅V ( r )
q0
- Elektrische spanning (verschil in elektrische potentiaal tussen 2 plaatsen)
U =ΔV =V ( hoog )−V ( laag )
H3: ELEKTROFORESE
3.1 Basisprincipe
Elektroforese
- Scheidingstechniek waarbij geladen deeltjes ruimtelijk van elkaar
gescheiden worden mbv elektrisch veld
- Molecule met lading q in elektrisch veld E –> elektrische kracht
FE = |q| . E
Geladen molecule beweegt in de richting afhankelijk van het teken
van de lading
Positief geladen deeltjes bewegen naar negatieve elektrode
Negatief geladen deeltjes bewegen naar positieve elektrode
4