ONDERSTE LIDMAAT: HEUP
Inleiding
Heup (art. coxae) vormt samen met bekkengordel de verbinding tussen
wervelkolom en onderste lidmaat belangrijke functionele rol bij
wandelen, lopen, springen, tillen …
De heup moet voldoende mobiliteit, maar vooral stabiliteit bieden (vb. bij
wandelen moet romp stabiel gehouden worden boven onderste lidmaat)
Osteologie
Art. coxae
Caput femoris met acetabulum (gevormd uit os ilium, os ischium en os
pubis)
As van collum femoris en caput femoris zijn gericht naar craniaal, mediaal
en ventraal
Acetabulum is gericht naar caudaal, lateraal en ventraal
Alignement en hellingshoeken
Inclinatiehoek / halsschachthoek / collumdiafysehoek = hoek in het
frontale vlak tussen de as van het corpus femoris (diafyse) en de as van
het collum femoris
125° is normaal, minder dan 120°: coxa vara, meer dan 135°: coxa
valga
,Anteversiehoek / antetorsiehoek / declinatiehoek = hoek in het
transversale vlak tussen de as van het collum femoris en de transversale
door de condily femoris
geboorte: ong. 15°, 6 jaar: ong. 15°, volw. vrouw: 10-15°, volw. man: 8-
10°
Toename in anteversiehoek:
- Endorotatie van het been (“toeing in”) (noodzakelijk om caput
femoris meer in acetabulum te oriënteren en zo congruentie te
herstellen)
- Toename van ROM naar endorotatie
- Toename in risico op anterieure luxatie van de heup vanuit
exorotatiepositie
Vermindering in anteversiehoek:
- Exorotatie van het been (“toeing out”) (noodzakelijk om caput
femoris meer in acetabulum te oriënteren en zo congruentie te
herstellen)
- Toename van ROM naar exorotatie
- Toename in risico op posterieure luxatie van de heup vanuit
endorotatiepositie
,Hoek van Wiberg / center-edge-hoek = maat in het frontale vlak voor
de overkapping van het caput femoris door de beenderige rand van het
acetabulum; gevormd door:
- Verticale referentielijn door het centrum van het caput femoris
- Lijn vanuit het centrum van het caput femoris naar cranio-lateraal
langs het meest laterale deel van het acetabulum
Gedurende eerste paar levensjaren: hoek moet minstens 10° bedragen
minder dan 10° is in de eerste 2 levensjaren pathologisch (heupdysplasie)
Volwassen: hoek tussen 30-40° is normaal bij een te kleine hoek van
Wiberg verhoogd risico op een craniaalwaartse luxatie
Deze hoeken zijn de belangrijkste binnen het werkveld van de
kinesitherapie en kunnen enkel gemeten worden via
beeldvormingstechnieken
Artrologie
Capsulo-ligamentair systeem
het gewrichtskapsel dat uit longitudinale en circulaire vezels bestaat wordt
versterkt door 3 belangrijke ligamenten: lig. iliofemoralis, lig.
pubofemoralis en lig. ischiofemoralis
Lig. iliofemoralis: een van de dikste en sterkste ligamenten van het
lichaam
komt onder spanning tijdens heupextensie
, Lig. pubofemoralis: minder uitgesproken, versterkt gewrichtskapsel aan
mediale zijde
komt onder spanning tijdens abductie en doorgedreven extensie
Lig. ischiofemoralis: minder uitgesproken, versterkt gewrichtskapsel aan
dorsale zijde
- Oppervlakkige bundel komt onder spanning bij interne rotatie en
extensie
- Superieur gelegen deel komt onder spanning bij adductie
- Inferieur gelegen deel komt onder spanning bij heupflexie
CPP: maximale extensie (ong. 20°), lichte interne rotatie en lichte abductie
spanning op gewrichtskapsel en ligamenten, maar botcongruentie
eerder beperkt (caput femoris langs ventraal niet omsloten door
acetabulum)
LPP: 30° heupflexie, 30° abductie en lichte exorotatie
Antalgische houding = een houding die het lichaam aanneemt waarin
pijn het minst gevoeld wordt: bij inflammatie neemt de intra-articulaire
druk toe meer spanning op kapsel en ligamenten lichaam streeft naar
LPP
Maximale gewrichtscongruentie (botcongruentie): heup 90° flexie, lichte
abductie en lichte exorotatie (bewijs voor viervoetige afkomst van de
mens), MAAR beperkte capsulo-ligamentaire spanning dus onstabiele
positie voor art. coxae predispositie voor dorsale luxatie
Dashbordtrauma = druk in lengterichting van de femur richting
acetabulum – vb. in zit met benen over elkaar in frontale botsing (90°
flexie, lichte adductie, lichte exorotatie)
Artrokinematica
Art. coxae is een art. sphaeroidea (kogelgewricht) 3 graden van
bewegingsvrijheid:
- Transversale as: flexie en extensie
- Sagittale as: abductie en adductie
- Verticale as: exorotatie en endorotatie