Inleiding
Wat zijn doelspelen
- Doelspelen zijn sporten waarbij 2 teams tegen elkaar spelen met als
doel scoren in een doel
- Voorbeelden: basketbal, handbal, ijshockey, voetbal, …
Gemeenschappelijke kenmerken
- Aanvallen: ruimte winnen en doelgebied bereiken
- Verdedigen: ruimte van tegenstander beperken
- Transitie: snel omschakelen tussen aanval en verdediging
- Scoren: punten maken door in een doel te scoren
Rollen in het spel
- Twee teams van spelers
- Ondersteunende rollen
o Scheidsrechter
o Coach
Varianten
- Ook vereenvoudigde of alternatieve vormen zoals
o 3x3 basketbal
o Beachhandbal
De traditionele methode
- Focus op technische vaardigheden afzonderlijk (van eenvoudig
complex)
- Daarna pas spelregels uitleggen en het volledige spel spelen
Nadelen
- Niet alle spelers worden actief betrokken minder leerkansen
- Sommige spelers nemen te veel verantwoordelijkheid
- Individueel spel overheerst teamspel lijdt eronder
- Spel wordt chaotisch en ongestructureerd
- Kan leiden tot storend gedrag en conflicten
Gevolg
- Nood aan andere aanpak ontwikkeling van het doelspel
competentie model (DCM)
,Doel- en terugslagsporten 2: Basketbal
Het doelspel competentie model
- Doel: maximale leerkansen voor alle spelers
- Focus op leren in spelsituaties, niet enkel techniek
Belangrijke principes
- Vaardigheden leren in realistische spelsituatie s
- Spelvormen aanpassen aan het niveau van de spelers
- Oefeningen vertrekken vanuit problemen in het spel spelers
zoeken oplossingen
Opbouw van het model
- GV (grondvorm)
o Volledige spelsituatie
- PGV (partiële grondvorm)
o Deel van het spel, opgesplitst in
Opbouwen
Kansen creëren
Doelen (scoren)
- Oefenvormen
o Specifieke oefeningen indien nodig
, Doel- en terugslagsporten 2: Basketbal
De verschillende grondvormen (GV)
Grondvorm 1
- Doel: scoren met setshot
- Kansen creëren
o Collectief: pas geven en doorsnijden naar doel
o Individueel: vrije ruimte innemen en naar doel dribbelen (1vs0)
- Opbouwen
o Balbezit behouden: spel vertragen (stoppen + pivoteren)
o Positioneren: spelers staan links en rechts van balbezitter
o Vrijspelen: loshaken van verdediger
Grondvorm 2: 3v3 op een half terrein (lay-up)
- Doel: scoren met een lay-up uit dribbel
- Kansen creëren
o Collectief: pas geven en doorsnijden naar doel
o Individueel: vrije ruimte innemen, starten in dribbel zonder
loopfout (1v1)
- Opbouwen
o Balbezit behouden: bal beschermen tegenover verdediger
o Positioneren: gebruik van opbouwende dribbel
o Vrijspelen: loshaken van directe verdediger
Grondvorm 3: 3v3 op volledig terrein
- Doel: scoren met een lay-up dribbel in snelheid
- Kansen creëren
o Meerderheidssituaties creëren
2v1 of 3v1 op volledig terrein
- Opbouwen
o Positioneren over volledig terrein
Geode spreiding en looplijnen
Grondvorm 4: 3v3 op volledig terrein (transitie)
- Doel: scoren met een lay-up na pas
- Kansen creëren
o Overtal creëren in tegenaanval
3v2 situatie
- Opbouwen
o Snelle offensieve transitie
Snel omschakelen naar aanval