Kinesiologie = studie van de mechanica van de beweging
Heup = kogelgewricht – beweging mogelijk in 3 vlakken en rond 3 assen
21 spieren + 5 ligamenten van het femoro-acetabulair gewricht -> 3D-beweging en stabiliteit
Actie van de spieren is beïnvloed door de positie van de spieren t.o.v. de bewegingsassen rond
het heupgewricht
Osteologie en osteokinematica
➔ Bewegingen:
→ Flexie
→ Extensie
→ Abductie
→ Adductie
→ Rotatie
➔ Coördinatie van deze bewegingen zorgt voor een soepele
functionaliteit van het heupgewricht
➔ Acetabulum wordt gevormd door:
→ Os ilium
→ Os pubis
→ Os ischium
➔ Labrum acetabulare: verdiept de pan van het acetabulum en vergroot zo het
contactoppervlak van het caput femoris en het acetabulum
➔ Caput femoris: ellipsvormig – volledig bedekt met kraakbeen
➔ Mechanische functies van het bekken:
→ Het is een ankerpunt voor de grote spieren van de romp en het OL
→ Het draagt de krachten over het OL naar het BL
→ Het brengt het gewicht van het bovenlichaam over via de tubera ischiadica bij
het zitten
→ Het bekken ondersteunt de bekkenbodem
Arthrokinematica
Arthrokinematica focust zich op microscopische verschuivingen, glijdingen en rollen tussen
specifieke gewrichtsvlakken van het heupgewricht
➔ Heupgewricht:
→ Bolvormig
→ De kop van het femur articuleert met het acetabulum van het bekken
Open kinetische keten
= de convexe femurkop beweegt op het vaste, concave acetabulum
• De rollende beweging verloopt in dezelfde richitng als de osteokinematica
, • De glijding is tegengesteld om de congruentie te behouden
• Dit roll-glide mechanisme zorgt voor optimale gewrichtsstabiliteit tijdens activiteiten
zoals lopen of trappen klimmen
➔ Flexie en extensie (sagittaal vlak):
→ Flexie: de femurkop rolt anterieur over het acetabulum met een posterieure
glijding om translatie te voorkomen
→ Extensie: de femurkop rolt posterieur met anterieure glijding
→ Zonder glijding zou de kop uit het acetabulum glijden -> verhoogt letselrisico
➔ Abductie en adductie (frontaal vlak):
→ Abductie: superieure roll met inferieure (mediaal-caudale) glijding
• M.gluteus medius maximaliseert abductiekracht in neutrale positie
→ Adductie : inferieure roll met supérieure (lateraal-craniële) glijding
➔ Rotatie (transversaal vlak) :
→ exorotatie : postérieure roll met anterieure glijding
• exorotatoeren domineren in stabiliteit
→ endorotatie : anterieure roll met postérieure glijding
Arthrokinematica van de heup in gesloten kinetische keten
= het concave acetabulum beweegt op de vaste convexe femurkop (zoals bij staan, squatten of
lopen waarbij de voet vastligt)
▪ zowel de rollende als glijdende bewegingen verlopen in dezelfde richting als de
osteokinematica
▪ dit bevordert compressie en stabiliteit
▪ het minimaliseert translatie en optimaliseren krachtoverdracht naar de romp
➔ Flexie en extensie (sagittaal vlak):
→ Flexie: het acetabulum rolt en glijdt anterieur over de femurkop
→ Extensie: het acetabulum rol en glijdt posterieur over de femurkop
→ Dit voorkomt scheur van het labrum door gezamenlijke beweging
, ➔ Abductie en adductie (frontaal vlak):
→ Abductie: laterale roll en glijding van acetabulum
→ Adductie: mediale roll en glijding van het acetabulum
→ Dit activeert abductoren efficiënt voor pelvische stabiliteit tijdens eenzijdige
belasting
➔ Rotatie (transversaal vlak):
→ Exorotatie: laterale roll en glijding
• Dominante exorotatoren zorgen voor balans in GKK-activiteiten
→ Endorotatie: mediale roll en glijding
Stabilisatoren
➔ Gewrichtskapsel:
→ Cilindrische vorm
→ Proximale aanhechting aan de rand van het acetabulum en het lig. Transversum
acetabuli
→ Labrum -> intra-articulair
→ Distale aanhechting aan de basis van de femurhals (volledig omsloten)
→ Caudale deel: synoviale plooien maken tijdens maximale abductie een ruime
“ont” plooiing mogelijk
→ Ventrale zijde: versterkt door het lig.iliofemorale (pars superius en inferius)
→ Ventrale en caudale kapsel: versterkt door lig. Pubofemorale
→ Op het ventrale kapsel, tussen het pars inferius van het lig. Iliofemorale en lig.
Pubofemorale ligt de bursa iliopectinea
➔ Close packed positition: maximale extensie gecombineerd met abductie en
endorotatie -> levert maximale ligamentaire spanning en gewrichtscongruentie
→ Zorgt voor optimale vergrendeling en stabiliteit
➔ Loose packed position: 30° flexie, 30° abductie en lichte exorotatie, met minimale
kapselspanning
→ Patiënten nemen instinctief deze positie aan bij intra-articulaire pathologie of
zwelling om druk te verlichten
➔ Stabiliteit van de heup:
→ Gewrichtskapsel
→ Ligamenten (5 waarvan 4 extra-capsulair en 1 intra-capsulair)
→ Omringende spieren
➔ Ligamenten: geen contractiel weefsel – functie: beweging afremmen en gewricht
stabiliseren
→ lig. Iliofemorale: ventraal – sterkste ligament in het menselijk lichaam
• staande houding: bekken is naar achteren gekanteld, het ligament wordt
gedraaid en gespannen -> voorkomt dat de romp naar achteren valt –
geen spieractiviteit - femurhoofd wordt ook tegen het acetabulum
gedrukt
• de persoon hangt op zijn lig.iliofemorale
, • heup in flexie: spanning in het ligament neemt af en de hoeveelheid
rotaties vergroot, wat het bekken toestaat naar achteren te kantelen in
de zithoek
• transversale deel: controleert laterale rotatie en adductie
• dalende deel: beperkt mediale rotatie
• Beperking van de EXOrotatie in flexie
• Beperking van de EXOrotatie in neutrale en extensie positie
• Beperking van de extensie in de heup
• Beperking van de adductie in extensie van de heup
→ lig. Pubofemorale: ventraal
• Beperking van de EXOrotatie in extensie (vnl)
• Beperking van de abductie van de heup
→ lig. Ischiofemorale: dorsaal
• Beperking van de ENDOrotatie in neutrale houding
• Beperking van de ENDOrotatie bij gecombineerde Flexie + ADductie +
ENDOrotatie = (FADIR => flexie + adductie + interne rotatie
→ peri-articulair: zona orbicularis = ringvormige verdikking van het kapsel
→ intra-capsulair: lig. Capitis femoris:
• beperkt exorotatie gecombineerd met abductie of adductie
• weinig invloed op de endorotatie
➔ Turnout: voetpunten naar buiten laten wijzen
→ Vereist aanzienlijke flexibiliteit in het iliofemorale (en pubofemoraal) ligament
➔ Front split: achterbeen overmatig uitgestrekt bij de heup
→ Bij exorotatie van het achterste been en wanneer de heup niet gebogen is rekt
het ligament nog verder uit
➔ Martial arts split:
→ Achterste knie zijwaarts naar buiten laten wijzen, in plaats van recht naar
beneden te wijzen met de knieschijf naar de vloer