1. Wat is dat, filosofie?
- Kennisclip 1:
➔ Filosofie is afgeleid uit het Grieks
➔ Filien (begeren) van sofia (wijsheid)
➔ Filosofie start zonder vaste vertrekpunten -> an-archie
➔ Wat doet filosofie? Filosofie probeert denkkaders aan te rijken om de vraagstukken over
mens en wereld te begrijpen
l> 4 kernaspecten
1. Methodische twijfel
2. Fundamenteel nadenken
3. Systematisch en logisch redeneren
4. Aporetisch
➔ Methodische twijfel:
l> René Descartes (17e eeuw) : twijfels als filosofische methode uitgebreid
l> basis van filosofie is fundament van wetenschap: twijfelen aan bestaande theorie
l> Zijn we zeker dat onze kennis juist is?
l> Doel van twijfel? Waarheid
l> kritische vragen stellen bij zekerheden
l> elk element van theorie op geldigheid toetsen en pas dan voor waar aannemen
l> steeds ook eigen standpunt in vraag stellen
➔ Fundamenteel nadenken:
L> Filosofie: vertrekt vanuit verwondering over de wereld en onze plaats erin
l> Stelt daarom fundamentele vragen vb. wat is gezondheid, hoe kan ik kennis
verwerven, wat is goed handelen
l> Bezig met niet onmiddellijke toepasbare of nuttige (utilitaire) maar relevante
vraagstukken
l> geen vastgelijnd onderzoeksobject, eerder specifieke methode van denken en
redeneren
l> Moeilijke vraagstukken komen vandaag vooral uit de medische wereld:
vb: genetische manipulatie, prenatale screenings, rol technologie in sport …
➔ Systematisch en logisch redeneren
l> logisch en stap per stap nadenken
l> Systematisch een redenering opbouwen
l> Zin voor synthese en overzichtelijke analyse
l> Aan jezelf hoge eisen stellen: zelfkritiek, niet alleen op andere
l> sommige problemen zijn …
l> onoplosbaar vb. wat is een goeie SA?
l> Niet exact vb. Wat is een goed kunstwerk? Waarom word ik verliefd?
l> Nog niet oplosbaar vb. ontrafelen genetische code van de mens
l> Wel van belang om ze te blijven analyseren en proberen uit te klaren
vb. Wat is een goeie gezondheid?
, ➔ Aporethsich:
l> Zoeken tot je niet meer verder kan
l> Aporie: een probleem waarin je vast raakt
l> Aporetisch denken (a-poros: zonder doorgang)
l> absoluut en hardnekkig een probleem proberen oplossen of ontrafelen
2. Leren afwegen van principes en standpunten
Paradox: twee tegengestelde waarheden die niet tegelijk waar kunnen zijn
l> vb. Ik beweeg en ik beweeg niet
l> leidt tot onoplosbare paradox
Feit, bewijs en opinie:
Niet alle opinies zijn feiten
Niet alle feiten maken deel uit van wetenschappelijk bewijs
Niet alle wetenschappelijke bewijzen zijn van dezelfde aard
We maken geen gebruik van opinies in de wetenschap
Soorten uitspraken:
Waarheidsclaims: objectief, subjectivistisch en subjectief
- Subjectivistisch -> je floept er zomaar iets uit, smaakoordeel, voorkeuren vb. ik vind
blauw mooi
- Objectief -> uitspraken die niets te maken hebben met de mens, vb: zwaartekracht
- Subjectief -> wetenschappelijke bewijzen die kunnen verschillen afhankelijk van de aard
(niet alles is experimenteel verifieerbaar maar daarom niet willekeurig vb. individuele
vrijheid is belangrijk)
Medische Wereld:
Vb 1. Medische wereld (sport): man met 2 prothesen (zijn benen kunnen niet verzuren) ->
evenveel voor- als nadelen -> waar moet hij wedstrijd doen?
Vb 2. Medische wereld (lever donor): aan wie geef je de lever? (jongeren gezond, middelbare
leeftijd gezond, alcoholieker of ouderen)
Vb 3. Medische wereld ( 1 beademingstoestel), er staan 5 mensen in de rij, op basis van wat
bepaal je wie het krijgt?
- Vroeger ging men pas naar de dokter als men iets voelde, tegenwoordig gaan mensen al
naar de dokter als voorzorg voor later
- Preventieve levensstijl -> een gezonde levensstijl heeft een preventieve invloed op de
gezondheid
- Gezondheid verkoopt -> in supermarkten -> als je mij koopt dan heeft dat een positieve
invloed -> verkooptruc
- Communicatie in de gezondheid is belangrijk -> mogelijk gemaakt door de wet van de
patiënten
- Φ is geen relativisme maar zoeken naar waarheid en daarom aan alles twijfelen
- Filosofie is moeilijk omda:
,1. Je soms met minder eindigt
2. Je nooit blijvend zeker bent van je waarheid
Maar: is dat niet met vele wetenschappen zo?
, Filosofische en Etische vraagstukken in de gezondheidszorg
Hoofdstuk 2,3,4 en 7
Drie grote periodes:
1. Oudheid (Grieken en Romeinen)
2. Feodaliteit
3. Moderne samenleving
1. De Oudheid
1.2 De Grieken
➔ Grieks model van samenleving: polis, logos en Athene 5e E v X
➔ Polis = nieuwe manier van leven
➔ Logos = nieuwe manier van denken
Polis:
➔ de polis als nieuwe sociale ruimte -> plaats voor discussie
➔ Volk (demos), regeert over zichzelf (kratein): democratie
➔ Samenleving: ‘te bespreken’ kwestie
➔ Agora als plaats van bijeenkomst -> publieke ruimte
➔ De geboorte van polis hangt samen met de geboorte van filosofie
➔ Vrouwen, slaven, werklieden (handarbeiders) mochten niet deelnemen aan het bestuur
l> zij hadden geen verstand om mee bezig te zijn
➔ alleen rijken mochten meedoen met het bestuur want zij hadden veel vrijetijd
➔ Maar er is toch een geboorte van democratie als idee: publieke ruimte, discusie …
➔ Cruciaal: samen leven is van en voor mensen (niet voor Goden)
➔ Burgerpanels: = mensen die samen komen om te discussiëren over bepaalde
onderwerpen
Logos:
➔ Filein sofia (begeren van wijsheid)
➔ 6e E v X: rationeel zoeken naar orde (ning) in de wereld (kosmos)
➔ Zoeken naar nomoi (wetmatigheden) in de natuur (phusis)
➔ Niet langer aanvaarden van religieuze autoriteit