1 Leer- en ontwikkelingsstoornissen en dyscalculie
1.1 Inleiding
• Psychomotoriek → leren
• Motorische activiteit → cognitief inzicht
• Materiële handeling → verbale handeling → mentale handeling
• Bewegen in reële wereld → mentaal voorstellen
• Bewegen → structureren → planmatig denken
• Mens sana in copore sano: een gezonde geest in een gezond lichaam
o Lichaam en geest horen samen gezond te zijn.
1.1.1 Leerprobleem
Leerprobleem: tijdelijke leerachterstand op basis van een tekort aan inzicht
• Oorzaak: secundaire problemen → direct/indirect
o onvoldoende stimulatie
o Minder goede didactische aanpak in de klas
o Ziekte
o Scheiding
1.1.2 Leerstoornis
Leerstoornis: niet toe te schrijven aan ontwikkelingstekort of andere problematiek → primair probleem
• Criteria:
o Achterstandscriterium: lees-, schrijf- of rekenniveau ligt onder het te verwachten
niveau dat hoort bij de leeftijd, intelligentie
o Resistentiecriterium: stoornis interfereert in significante mate met de
schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor lees-, schrijf- of
rekenvaardigheden vereist zijn
▪ Problemen zijn niet voorbijgaan van aard
o Exclusiecriterium: indien zintuigelijk defect aanwezig is zijn de lees-, schrijf- of
rekenproblemen ernstiger dan die hier gewoonlijk bijhoren
1
,Ergotherapie bij personen met ontwikkelingsproblemen Billiet
1.1.3 Mogelijke oorzaken
• Precieze oorzaak = niet gekend
• Mogelijke oorzaken:
o Iets te maken met intelligentie
o Afwijking in biologische structuur hersenen → niet kunnen combineren van gegevens
1.1.4 Stoornissen
• Dyscalculie: stoornis in het rekenen
• NLD → non-verbal learning Disability: non-verbale leerstoornis → ruimtelijke oriëntatie,
motoriek en sociale vaardigheden
• Dyslexie: stoornis in het lezen
• Dysorthografie: stoornis in het spellen
1.2 Dyscalculie → normale ontwikkeling van rekenen
1.2.1 C-S-A-model
C-S-A-model: leren door ervaren, verwoorden, schematiseren en ten slotte mentaal uit te voeren
• Concreet:
o Handelen met materiaal: blokken, pinnen, kralen, …
▪ Bijdoen, wegdoen, erbij, eraf, 2 keer nemen
▪ voorbeeld: 8-3 = 8 blokken klaar leggen en 3 weg doen
• Schematisch:
o Kijken naar materiaal, maar oefening uitvoeren zonder aanraken
o Kaartjes die getalbeelden representeren → daarna schematisch
▪ voorbeeld: tekeningen, pijlen, getal lijnen
2
,Ergotherapie bij personen met ontwikkelingsproblemen Billiet
• Abstract:
o Zonder materiaal, schema → uit het hoofd
o Verbaal handelen:
▪ De som luidopzeggen dmv interne taal en mentale schema’s
▪ voorbeeld: 13-8 = Het kind zegt in stilte : ‘ ik heb er 13, ik doe er 8 weg. Eerst
doe ik er 3 weg, tot aan de 10, daarna de overige 5, dat is 5’
o Mentaal:
▪ Verinnerlijkt dmv het denken
▪ Oplossen door te denken → enkel het resultaat is zichtbaar
o Jonge kinderen → vanaf 3-4: zijn meestal spontaan geboeid door cijfers:
▪ Spontaneous focusing on numbers (SFON)
o Overal spontaan tellen: stukjes taart, snoepjes, bomen, …
1.2.2 Wat is rekenen?
Rekenen: kunnen uitvoeren van bewerkingen en translaties van getallen, getalwaarden en hoeveelheden
• Ruijssenaars: proces waarin we de tastbare wereld om ons heen bewerken of herordenen. De
bewerking is in principe uit te drukken in termen van hoeveelheden, eventueel in symbolen
(zoals cijfers) gebaseerd op logische regels en wetmatigheden.
• Luit: proces waarin een realiteit wordt geordend of gehergroepeerd met behulp van op inzicht
berustende denkhandelingen, welke ordening in principe is te kwantificeren en die toelaat om er
(logische) operaties op uit te voeren dan wel uit af te leiden.
• Translatie: getal omzetten van ene modaliteit in de andere
1.2.2.1 Automatisatie
= routinematig uitvoeren van rekenhandelingen → belast minder het werkgeheugen
• Hoe meer je automatiseert, hoe meer ruimte je hebt om te denken
o Geen voorwaarden om de kunnen rekenen, maar wel belangrijk om tempo te kunnen
opdrijven
• Prenumerische ontwikkeling:
o Getal gevoeligheid: baby’s kunnen onderscheid in hoeveelheden waarnemen
o SFON:
▪ Doel:
• Kinderen leren begrijpend rekenen
• Opbouw van getalbegrip en rekenstrategieën
• Rekenen met inzicht, niet alleen uit het hoofd
3
, Ergotherapie bij personen met ontwikkelingsproblemen Billiet
o Subitizeren: snel, accuraat en trefzeker beoordelen van aantallen in verzameling met
een klein aantal elementen
1.2.2.2 Piaget → voorbereidende rekenvaardigheden
Getalbegrip: → loopt parallel of door elkaar
• Conservatie:
o Inzicht dat een hoeveelheid constant blijft, ongeacht een uiterlijke herschikking van
de afzonderlijke elementen of ongeacht een aangebrachte vormwijziging
o Voorbeeld: een halve liter limonade is een smal glas, blijft een halve liter limonade in
een groot glas
• Correspondentie:
o De vaardigheid om hoeveelheden te vergelijken qua aantal, op basis van de één op
één relatie. Het kind begrijpt dat er evenveel cirkels als blokjes zijn.
o Voorbeeld: kind begrijpt dat er evenveel cirkels als blokjes zijn
• Classificatie:
o Inzicht in het maken van verzamelingen door elementen te groeperen op basis van
één of meerdere gelijke eigenschappen
o Figuratief → voorbeeld: blokken verzamelen om een auto te maken
o Non-figuratief → voorbeeld: blokken sorteren naar kleur/vorm
o Inclusie van klassen → voorbeeld: blokken sorteren naar kleur en vorm
4