Les 1: Psychische gezondheid versus psychopathologie deel 1
Les 1 leerdoelen:
• Verklaar waarom iemand met een psychische stoornis ‘onvrij’ is.
• Met welke 4 zaken gaat een psychische stoornis gepaard? Licht deze kort toe a.d.h.v. een
voorbeeld
• Leg de verschillende componenten van een bio-psycho-sociaal model in eigen woorden uit
en illustreer elk component met minstens 2 voorbeelden
• Licht de begrippen ‘kwetsbaarheid’ en ‘veerkracht’ toe als kernbegrippen in de verklaring
van het ontstaan van psychische stoornissen.
• Geef 3 voorbeelden van hoe je kan werken aan het vergroten van veerkracht.
• Beschrijf het doel en de werking van het DSM5-classificatiesysteem
• Formuleer een kritische bedenking bij de DSM5
1 Psychisch (on)gezond
1.2 Vreemd afwijkend gedrag, niet normaal?
• Volgens iedereen
Abnormaal = afwijkend gedrag van de norm
Norm wordt cultureel bepaald en opgelegd aan de eigen maatschappij
Abnormaal # Psychisch gestoord
• Bv. Hoog IQ is ook afwijkend van de norm -> = niet psychisch gestoord
Naakt in het park is psychisch gestoord maar op een naaktstrand niet?
1.3 Psychisch lijden?
• Persoon is onvrij: (anders willen zijn, maar niet lukken)
→ Eigen keuzes niet meer op eigen kracht kunnen realiseren
→ Voelt zich wegdrijven van andere mensen, terwijl hij zich eenzaam voelt
→ Gevoelens van angst, wanhoop, schuldgevoelens, ...
→ Gevoel van leegte (soms suïcidegedachten)
• Vrijheid is... het realiseren van een bewuste en vrijwillige keuze
• Persoon kan psychische functies (kennen, voelen, willen) niet meer op harmonische wijze
gebruiken in relatie tot omgeving.
• Kennen = cognitief: denken, oriëntatie, geheugen, waarnemen
• Voelen = affectief: stemming en gevoelens
• Willen = conatief: wil, driften, motivatie, bewegen, handelen
3 Prevalentie – Psychische problemen in Vlaanderen
1
,Puur info
4 Eigenschappen van een psychische stoornis
Psychische stoornis (volgens DSM 5):
• Is een syndroom
• Een samengaan van verschillende symptomen
• Gekenmerkt door een klinisch betekenisvolle verstoring van het denken, de
emotieregulering of van het gedrag
• Weerspiegelt een dysfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen
die aan de basis liggen van het psychisch functioneren
Een psychische stoornis (volgens DSM 5) gaat meestal gepaard met:
• Betekenisvol lijden (psychisch)
• Beperking in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke activiteiten
• Gevoel van onvrijheid
• Psychische desintegratie (denken, voelen, willen zijn niet meer in harmonie)
→ = 3 factoren werken niet mooi met elkaar samen
2
,5 Ontstaan van psychische stoornissen
5.1 Bio-psycho-sociaal model
Multidimensionale benadering: bio-psycho-sociaal model
• Biologisch: Aanleg en erfelijkheid, lichamelijke conditie, voeding, leeftijd, hormonen, …
→ (In menopauze sneller psychisch kwetsbaar)
• Psychologisch: Persoonlijkheid en hoe je omgaat met dingen: denken, motivatie, emotie,
persoonlijkheid, leerprocessen, ontwikkeling, …
• Sociaal: Opvoeding, gezin, partner, leeftijdsgenoten, onderwijs, buurt, werk,
maatschappij, cultuur, levensomstandigheden, ...
→ (Levens)ervaringen maken je soms kwetsbaar = veerkracht kleiner
→ Als rekker breekt, sneller kwetsbaar -> veerkracht is op
3
, 6 Kwetsbaarheid en veerkracht
Kwetsbaarheid
= afhankelijk van samenspel van zowel risico- als beschermende factoren
Risicofactoren:
• Persoonsgebonden:
→ Neurobiologische factoren: erfelijkheid, gezondheidstoestand, gevolgen van
gezondheid, lichamelijke klachten, ziekten
→ Psychologische factoren: persoonlijkheid, zelfbeleving, temperament
• Omgeving gebonden:
→ Opvoedingsklimaat, gedrag van opvoeders, sociaaleconomische situatie van de
samenleving in de woonomgeving
Beschermende factoren:
• Persoonsgebonden:
→ Neurobiologische factoren: fysieke gezondheid, intelligentie
→ Psychologische factoren: tempramen, veerkracht, vaardigheid om met
moeilijkheden om te gaan
4