• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Verloskundige Methodiek en Vaardigheden 2 | eerstejaar| SEM 2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's

Dit is een samenvatting van het vak verloskundige methodiek en vaardigheden 2 voor het eerstejaar, tweede semester vroedkunde. De samenvatting is gebasseerd op de powerpoint slides en de cursus. Ik behaalde een 17/20 door enkel deze samenvatting te studeren.

Voorbeeld van de inhoud

VERLOSKUNDIGE METHODIEK EN VAARDIGHEDEN
HOOFDSTUK 1: DE BLOEDPUNCTIE
Belang

Resultaten van bloedanalyses kunnen een belangrijke hulp betekenen bij:

 Het stellen van de diagnose  Het evalueren en controleren van de
 Het instellen van een therapie evolutie van een ingestelde therapie
 Het verloop van een aandoening.

Bloedafname door punctie is een B2-handeling!

Bloedafname via een intraveneuze katheter in een perifere vene is een B1 handeling.

1) Het bloed

Bloedvolume: 1/13 van lichaamsgewicht (75 kg = 5.7l)

Functie van het bloed

1. Transportfunctie
 Vervoer stoffen en gassen in oplossing & in gebonden toestand
 Vervoer van warmte (bij afknellen bloedsomloop wordt lidmaat koud)
2. Afweerfunctie
 Bloedstolling  1e afsluiting van verwonding
 Leukocyten  onschadelijk maken van binnengedrongen MO
 Immunoglobulinen  in lichaam gevormde eiwitten die MO herkennen en opruimen

Samenstelling van het bloed

Het vast gedeelte

45% van bloed – bestaat uit bloedcellen/corpusculaire
fractie

Rode bloedcellen of erytrocyten

 Aanvoer O2 en afvoer CO2
 2 soorten eiwitten (hemoglobine en
koolzuuranhydrase) dat CO2 en H20 omzet in
bicarbonaat
 Levensduur: 120D
o In milt afgebroken – hemoglobine komt
vrij  verder afgebroken tot bilirubine

Normale waarden = man: 4.5-6.5 miljoen/mm3/vrouw: 3.5-5.6 miljoen/mm3

Waarden dalen bij anemie en hemolyse (= RBC gaan kapot)

Witte bloedcellen of leukocyten

 Geproduceerd in beenmerg vertrekkende vanuit stamcellen (differentiëren zich), afgebroken in milt
 Levensduur: enige uren tot enkele dagen

Normale waarde (afhankelijk leeftijd en geslacht) = 3000-10 000/mm 3

Verschillende soorten – aan- of afwezigheid granulen in cytoplasma (leukocytaire formule kan zeer
belangrijke gegevens verschaffen ivm acute of chronische infectietoestanden)
1

,  Granulocyten: granulen aanwezig, 3 soorten:
1. Neutrofielen (65%): eerste afweer bacteriële infecties en andere ontstekingsreacties
2. Eosinofielen (1-5%): parasitaire infecties en bepaalde allergieën
3. Basofielen (0-1%): door vrijmaken van histamines sterke allergische en –antigeenrespons,
stijgt bij ontstekingsreacties en intoxicaties
 Agranulocyten: geen granulen, 2 soorten:
1. Lymfocyten (20-50%): virale infecties
2. Monocyten (6%): rol bij fagocytose en vorming van antistoffen, macrofagen bij migratie
naar andere weefsels

Bloedplaatjes of trombocyten

Bloedstolling!

 Bloedplaatjes gaan aan beschadigde wand plakken – binding bloedplaatjes aan collageenvezels die
door beschadiging bloot komen te liggen + bloedplaatjes plakken aan elkaar, aggregeren en
vormen een prop
 Fibrine uit fibrinogeen gevormd = vezelachtige stof dat netwerk van draden vormt om bloedprop te
verstevigen
 Tromboplastine komt vrij uit beschadigde weefsel
 Ontstaan afsluitende bloedprop

Normale waarde = 140 000-400 000/ mm3

Trombocytopenie (tekort aan trombocyten)

 < 50 000/ mm3
 Spontane bloedingen
 Oorzaken:
o Verminderde productie  gebrek aan vit B12 en foliumzuur
o Leukemie
o Beenmergonderdrukking door bestraling en cytostatica
 Behandeling:
o Transfusie geen optie  bloedplaatjes overleven maar 10D
o Medicatie (Prednison)
o Miltverwijdering

Het vloeibare gedeelte = het plasma

55% van bloed

 Water: 90%
 Eiwitten: 7-8%
o Fibrinogeen: bloedstolling
o Globulinen: alfa (invloed op enzymen), bèta (transport), gamma! (afweer: Ig=g, IgA, IgM,
IgD, IgE)
o Albumine: osmose en transport
 Gluciden: 60-110% (= suikers opgelost in het bloed die dienen als energiebron)
 Vetten (cholesterol, HDL, LDL)
 Elektrolyten (biochemie): natrium, kalium, calcium, chloriden, bicarbonaat  afwijkingen kunnen
zware gevolgen
 Afvalstoffen: eindproducten van de stofwisseling (ureum, creatinine, urinezuur)
 Hormonen
 Enzymen
o Enkele zijn aanwezig in het bloed
2

, o Andere krijgen een hoge concentratie in pathologische toestand
 LDH bij hemolyse
 SGOT bij hartinfarct
 SGPT bij leverziekten
 Oligo elementen en vitamines: voeding

Onderscheid plasma en serum

Buisjes waarin anticoagulantia stolling tegengaan  bloed blijft in natuurlijke staat – suspensie van cellen
en plasma (= bloedcellen zweven in het vloeibare plasma zonder volledig op te lossen) ↔ bloedafname
zonder AC  onoplosbaar netwerk van fibrine, meeste cellen gebonden = de bloedkoek

- Stolsel trekt na een tijdje samen (retractie) en ontstaan vloeistof = het serum
- Serum = het waterige gedeelte van gestold bloed – bloedplasma waaruit stoffen verwijderd zijn die
nodig waren voor stolling
- Serum bevat geen fibrinogeen, plasma wel

De buffycoat = het dunne, bleke laagje tussen plasma en rode bloedcellen dat witte bloedcellen en
bloedplaatjes bevat

Plasma Serum
Bevat fibrinogeen Bevat fibrine (geen fibrinogeen, want gebruikt voor
je klonter) + bloedcellen = bloedkoek
Wordt bekomen door centrifugeren van onstolbaar Uit stolbaar bloed bekomen
gemaakt bloed door toevoeging anticoagulantia
Bevat protrombine Bevat trombine
Tube: mét anticoagulantia Gestold tube: geen anticoagulantia
Stollingsproces kan niet starten Stollingsproces vindt plaats
Obv hiervan buisjes bloedafname kiezen
Bloedanalyses geburen op plasma, gestold bloed of op serum


2) Het aanvraagformulier voor bloedanalyses

Het bloedaanvraagformulier moet voorzien zijn van:

 De identificatie van de aanvragende arts: naam, voornaam, identificatienummer (RIZIV),
stempel/handtekening
 Identificatie van de patiënt: vignet (met alle gegevens van patiënt) of minstens: naam, voornaam,
geboortedatum, adres
 Indien gegevens met de hand geschreven worden op formulieren en tubes: naam, voornaam, ed.
MET HOOFDLETTERS NOTEREN !!!
 Datum van afname/eventueel uur noteren
 Gewenste analyses aankruisen
 Eventueel noteren klinische informatie, antibiotica?
 Indien dringende aanvraag: dit vermelden op aanvraagformulier. Hier individualiteit ziekenhuis: al
dan niet een ander aanvraagformulier gebruiken (nazien op afdeling).




3) De bloedanalyses

Hematologie


3

, Complet

= telling van de bloedcellen (erytrocyten, leukocyten en trombocyten)

Sedimentatie of bezinkingssnelheid

= uitzaksnelheid van erytrocyten (snelheid mm/uur waarmee de RBC in een buisje bloed o.i.v. zwaartkracht
naar beneden zakken)

Binnen 4u bepalen op een natriumcitraatbuisje

Referentiewaarden

 Man: 1-5mm na 1u  Zwangere vrouw: waarde hoger door
 Vrouw: 3-8mm na 1u hoger fibrinogeengehalte

Factoren die bezinking beïnvloeden

Eiwitsamenstelling van het plasma

Acute fase (infectie/inflammatie)

 ↑ Fibrinogeen → ↓ afstoting tussen erytrocyten → ↑ onderlinge aantrekkingskracht → snellere
vorming van rouleaux (geldrolletjes) → ↑ soortelijk gewicht → snellere bezinking.
 BSE (bloed sedimentatie erytrocyten) stijgt traag omdat:
o Tijd nodig is om acute-fase-eiwitten te produceren
o Tijd nodig is om ze weer af te breken (4–6 weken)

Latere fase van infectie

 Fibrinogeen normaliseert, maar immunoglobulinen stijgen.
 BSE daalt licht maar blijft verhoogd (ook Ig binden aan erytrocytenmembraan).
 Pas na volledig herstel → eiwitten normaliseren → BSE normaliseert.

Viscositeit

 ↓ Plasmaviscositeit → erytrocyten zakken makkelijker → ↑ BSE.

Snellere marker dan BSE

 CRP (C-reactief proteïne) stijgt sneller dan BSE → betere vroege indicator voor infectie.

Botsingsfrequentie tussen erytrocyten

 ↓ Aantal erytrocyten (bv. anemie) → minder botsingen → erytrocyten zakken sneller → ↑ BSE.
 Ongewoon lage BSE kan wijzen op:
o ↑ stroperigheid van het bloed (polyglobulie, polycythaemie)
o Vormveranderingen van erytrocyten

Vorm van de erytrocyten

 Afwijkende vormen (bv. sikkelcelanemie) → erytrocyten stapelen moeilijker → ↓ aggregatie → ↓
BSE.




Hemoglobine (Hb)

Wat is hemoglobine?


4

Documentinformatie

Geüpload op
29 september 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
19
Laatst verkocht
3 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen