COMMUNICATIE
Definitie communicatie
“Communicatie is uitwisseling van symbolische informatie die plaatsvindt tussen mensen die zich van
elkaars onmiddellijke aanwezigheid bewust zijn. Deze informatie wordt deels bewust en onbewust gegeven,
ontvangen en geïnterpreteerd.”
Symbolische informatie
Proces verbonden aan symbolische informatie
Theorievragen die hierbij horen
Communicatie – bespreek alle elementen van het standaard communicatiemodel.
Symbolische informatie – verbale, non-verbale, paraverbale communicatie.
Het communicatiemodel
Schema
Zender → encoderen → boodschap → kanaal →
decoderen → ontvanger → feedback
Alles binnen context en beïnvloed door
referentiekaders.
Examenvraag: Bespreek alle elementen van het
standaard communicatiemodel en pas toe op een
casus.
Antwoord examenvraag + casus
Zender
De persoon die de boodschap uitstuurt. → Heeft een intentie, kiest woorden, lichaamstaal, toon.
Voorbeeld: vroedvrouw die info geeft over borstvoeding.
Encoderen
De zender zet gedachten/gevoelens om in symbolische informatie:
Verbale taal Non-verbale taal Paraverbale taal
Voorbeeld: zachte stem, open houding, duidelijke woorden.
Boodschap
Wat je wil overbrengen:
Inhoud (digitale taal) Gevoelens/relatie (analoge taal)
Voorbeeld: “Je doet het goed, borstvoeding vraagt tijd.”
Kanaal
Het middel waarlangs de boodschap gaat:
Auditief Visueel (lichaamstaal)
(spreken/horen) Tactiel (aanraking)
1
,Ontvanger
Persoon die de boodschap ontvangt en decodeert.
Decoderen
De ontvanger interpreteert de boodschap via:
Eigen emoties Eigen referentiekader Eigen ervaringen
Feedback
Reactie van de ontvanger:
Verbaal (“Ik begrijp het niet goed…”) Non-verbaal (tranen, wegkijken)
Feedback toont of de boodschap goed is aangekomen.
Context
Alles rond het gesprek:
Fysieke omgeving Cultuur
Privacy Emoties
Tijdsdruk
Referentiekaders
Zowel zender als ontvanger interpreteren vanuit:
Normen Ervaringen Overtuiginge
Waarden n
Ruis
Alles wat communicatie verstoort:
Fysiek Psychologisch Semantisch
Toepassing op een casus (stage materniteit)
Casus: Onzekere mama tijdens borstvoeding (G1, D2)
Tijdens mijn stage op de materniteit kwam ik bij een mama op dag 2 postpartum die worstelde met het
aanleggen. Ze zuchtte en zei dat ze dacht dat ze “dit niet kon”. In dat moment was ik de zender van een
ondersteunende boodschap. Ik bracht die over via duidelijke, eenvoudige woorden, een rustige stem en een
open houding (encoderen). De boodschap die ik wilde geven was zowel informatief als relationeel: dat we
dit samen zouden bekijken en dat ze niet faalde.
De mama ontving mijn woorden en lichaamstaal via auditieve en visuele kanalen en decodeerde ze vanuit
haar eigen referentiekader van onzekerheid en vermoeidheid. Ik merkte psychologische ruis door haar
faalangst, dus ik vermeed jargon en zorgde voor rust in de kamer. Haar feedback — ze keek op, ontspande
en vroeg om hulp — toonde dat mijn boodschap goed was aangekomen. Binnen deze context van
kwetsbaarheid en eerste-mama-ervaring zorgde het communicatiemodel ervoor dat er een veilige,
duidelijke en steunende interactie ontstond.
Casuslink: Casus 1, 2, 3: emoties beïnvloeden decoderen → risico op miscommunicatie.
2
, Ruis
Drie soorten ruis
Soort ruis Definitie Voorbeeld uit cursus Casuslink
Fysieke ruis Externe storingen “Lawaai van drilboor” Casus 5: gordijnen open, druk
tempo
Psychologische Vooroordelen, Voorbeeld Casus 2: faalgevoel blokkeert
ruis emoties alcoholverslaving luisteren
Semantische ruis Niet dezelfde “Pfannenstiel techniek” Casus 9: uitleg RhoGam zonder
codes/taal jargon
Examenvraag: We onderscheiden 3 soorten ruis. Bespreek deze en geef bij elke vorm een voorbeeld.
JOHARI-VENSTER – tekening + bespreking + voorbeelden
Bekend aan mezelf Niet bekend aan mezelf
Bekend aan anderen Open ruimte (open self) Blinde vlek (blind self)
Niet bekend aan anderen Verborgen gebied (hidden self) Onbekende zelf (unknown self)
Bespreking + voorbeeld per kwadrant
Open ruimte (bekend aan mezelf én aan anderen)
Dit zijn eigenschappen, gevoelens en gedragingen die ik zelf ken én die anderen ook zien.
Voorbeeld: Ik weet dat ik rustig communiceer met patiënten, en collega’s benoemen dat ook.
Blinde vlek (niet bekend aan mezelf, wel aan anderen)
Dit zijn dingen die anderen over mij opmerken, maar waar ik me zelf niet bewust van ben.
Voorbeeld: Collega’s merken dat ik soms te snel begin te helpen, terwijl ik denk dat ik voldoende
afwacht.
Verborgen gebied (wel bekend aan mezelf, niet aan anderen)
Dit zijn dingen die ik bewust niet toon of niet durf tonen.
Voorbeeld: Ik voel me soms onzeker bij technische handelingen, maar ik laat dat niet merken aan de
patiënten.
Onbekende zelf (niet bekend aan mezelf én niet aan anderen)
Dit zijn onontdekte eigenschappen, talenten of reacties die pas zichtbaar worden in nieuwe situaties.
Voorbeeld: Tijdens een onverwachte noodsituatie merk ik dat ik veel rustiger blijf dan ik ooit had
gedacht.
KERNKWADRANTEN – tekening + bespreking + voorbeeld van jezelf
Kernkwaliteit (pos. eigenschap)
Valkuil (door te veel van je Uitdaging (positief
kwaliteit) tegenovergestelde)
Allergie (te ver doorgeschoten
uitdaging bij anderen)
Bespreking + voorbeeld (met één eigenschap van jezelf)
3