INLEIDING
Wat is psychologie?
Wetenschap van het gedrag en mentale processen van het individu
Psychologie als wetenschap
Wetenschap Intuïtieve kennis of
pseudowetenschap
Gegevens verzamelen Zo objectief mogelijk Persoonlijke meningen of
Systematisch ideeën
Geen storende variabelen Losse, willekeurige
observaties
Storende variabelen
Theorie Herhaaldelijk toetsen Voor waar aannemen
DE WAARNEMING: CONSTRUCTIE VAN EEN AANGEPAST WERELDBEELD
Het waarnemingsproces in een vogelvlucht
Eigen constructie gebaseerd op informatie vanuit zintuigen à bewerkingen om vloed van gegevens tot
overzichtelijk en betekenisvol geheel te maken
Niet alle prikkels gebruikt, maar selectie
De lange weg van prikkel tot waarneming
Fysische prikkels bereiken de zintuigen.
Zintuigen bevatten receptoren (aparte cellen of gespecialiseerde uiteinden van zenuwvezels die een
specifieke gevoeligheid hebben ontwikkeld voor een bepaald soort energie).
Receptoren hebben als taak prikkels om te zetten in zenuwimpulsen = transductie. Die zenuwimpulsen zijn
de ruwe informatie die doorgestuurd wordt naar hersenen.
De hersenen moeten niet alleen zenuwimpulsen interpreteren, maar zullen ook zelf de hele ervaring van de
waarneming moeten creëren.
Waarneming = activiteit waar het hele individu bij betrokken is
o Informatie wordt vanuit verschillende zintuigen niet apart verwerkt, de gegevens worden
onderling vergeleken en op elkaar betrokken
Processen die een rol spelen in de waarneming
1. Motoriek: wachten niet passief af tot prikkels tot bij ons komen/soms zoeken we actief op en gaan
andere voorbij of wenden blik ervan af
2. Geheugen: zorgt ervoor dat we meteen woorden zien en betekenissen toekennen
3. Fantasie en het denken: puur vanuit ons verwachtingspatroon kunnen we dingen zien of horen die
er helemaal niet zijn
4. Behoeften, interesses en emoties: helpen mee selectie maken uit brede informatieaanbod + kunnen
aparte ‘kleur’ of betekenis geven aan wat we uiteindelijk waarnemen
1
,Gewaarwordingen en waarnemingen
Gewaarwordingen/sensaties : verwijzen naar de bewustzijnsinhouden die het onmiddellijke
resultaat zijn van een prikkeling van zintuigen
o Hebben enkel betrekking op wat je passief registreert wanneer bepaalde prikkels een of
ander zintuig beroeren
Waarnemingen/percepten : het resultaat van meer diepgaande verwerkingsprocessen, daar gaat
het om betekenisvolle gehelen die we in de binnenkomende informatie ontdekken
o Resultaat van een actieve verwerking van prikkels, waarbij een hoeveelheid elementaire
gewaarwordingen omgevormd worden tot een gestructureerd en zinvol geheel
Drie psychologische activiteiten
1. Selecteren: Wat dringt door tot mijn bewustzijn?
Gebruiken slechts een beperkt deel van de vele prikkels
Selectief proces
Merendeel van info blijft onderweg hangen en slaagt er niet in om tot volle tot bewustzijn
door te dringen
2. Structureren: Welke structuur zoekt mijn brein hierin?
Prikkels worden actief io elkaar betrokken à ontstaan gehelen (kenmerken niet terug te
vinden in oorspronkelijke materiaal waarmee ze opgebouwd zijn)
3. Interpreteren: Welke betekenis ken ik hieraan toe?
Geen inhoudsloze structuren, maar herkenbare dingen en situaties
Nemen objecten en gebeurtenissen waar die bepaalde herinneringen bij ons oproepen en die
ons vaak ook emotioneel niet onberoerd laten
Waarnemen is een zingevende activiteit
Verlopen niet per se chronologisch, lopen vaak door elkaar, worden met elkaar verweven en kunnen elkaar
ook wederzijds beïnvloeden
Waarnemen is selecteren
Wat we waarnemen hangt af van onze zintuigen
De verschillende zintuigen
Exteroceptieve zintuigen : de vijf klassieke zintuigen, ontvangen informatie van buitenaf
o Afstandszintuigen: zintuigen die ons waarschuwen voor eventuele gevaren, zelfs wanneer
die nog niet in onze onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn
o Nabijheidszintuigen : moeten in onmiddellijk contact met object staan
Interoceptieve zintuigen : ontvangen informatie van binnenin het lichaam (bv. honger,
misselijkheid, …)
Proprioceptieve zintuigen : lichten ons vooral in omtrent de positie van ons eigen lichaam
o Bewegingszin : betrekt informatie uit receptoren in bewegingsapparaat
o Evenwichtszin : betrekt informatie uit aparte orgaantjes in het binnenoor
Samen staan ze in voor allerlei gewaarwordingen in verband met de stand en
beweging van het lichaam
Het waarneembare spectrum
Ieder zintuig is gespecialiseerd in het opvangen en verwerken van een bepaald soort prikkels
Adequate prikkel : de energievorm waarvoor een receptor het meest gevoelig is ↔ gevoeligheid niet
onbeperkt
2
,Bv.
Zicht: kunnen enkel elektromagnetische stralen met golflengten tussen 380 en 700 nm waarnemen,
maar kunnen wel op een andere manier op ons inwerken
Geluid: frequenties tussen 20 en 20 000 Hz, maar kunnen bv. wel trillingen voelen
Enkel prikkels die wij kunnen waarnemen bevatten alle informatie die we nodig hebben om te overleven
De minimumintensiteit van de prikkels
Prikkels moeten voldoende intens zijn om ze effectief te kunnen waarnemen
Absolute drempel/detectiedrempel : de minimumintensiteit die een prikkel moet hebben opdat we hem
zouden kunnen waarnemen
Verschillen van persoon tot persoon + evolueert naargelang leeftijd (verhoging drempel met ouder
worden)
Maximumdrempel voor intensiteit is er niet echt, wel andere maximumgrens à pijndrempel
Pijngrens ligt doorgaans iets hoger dan punt waarop weefselschade optreedt
Andere beperking van onze zintuigelijke verwerkingscapaciteit à waarnemen van verschillen
Slechts wanneer prikkels voldoende van elkaar verschillen, kunnen het verschil merken
Differentiële drempel : het minimumverschil dat nodig is om 2 prikkels van elkaar te kunnen
onderscheiden
Sterkte van uitgangsprikkel: hoeveel moet er aan een bestaande prikkel moeten toegevoegd worden opdat
je het verschil zou merken
De selectieve aandacht
Aandachtsmechanisme: Zorgt voor een supplementaire, meer actieve selectie van wat al dan niet
waargenomen zal worden. Soort barrière die moet verhinderen dat we overdonderd zouden worden door de
massa prikkels die ons voortdurend overvallen
Van de vele indrukken die via zintuigen naar CZS gestuurd worden, dringt er op ieder moment slechts een
beperkte hoeveelheid werkelijk door tot de kern van ons bewustzijn. Andere blijven vaag op de
achtergrond, klaar om op een ander moment eventueel opgeroepen te worden, en nog andere nemen we
helemaal niet waar.
We zijn gewoon niet in staat om evenveel aandacht te besteden aan alle informatie die binnenkomt
Factoren die een invloed hebben op de aandachtsselectie
Externe factoren
Intensiteit of grootte van prikkels Verandering
Contrast Beweging
Vooral constante prikkels worden na een tijdje genegeerd door het bewustzijn = habituatie = het bewustzijn
went al snel aan onveranderlijk binnenkomende prikkels
Interne factoren
Behoeften en interesses Verwachtingen en emoties
Cocktailpartyfenomeen : het vermogen van je hersenen om één gesprek of geluid gericht te volgen, zelfs
wanneer er veel achtergrondlawaai is.
Bv: je bent op een druk feest, maar je hoort toch meteen je naam wanneer iemand die zegt.
3
, Blindzienfenomeen : wanneer iemand zegt niets te zien door schade aan de visuele hersengebieden, maar
toch onbewust visuele informatie verwerkt. Ze kunnen bijvoorbeeld bewegen ontwijken of de richting van
een lichtflits raden, ook al ervaren ze zelf geen zicht.
Waarnemen is structureren
Figuur en achtergrond
Zodra contact let zintuigelijke informatie, volstaat minste aanleiding om er een figuur tegenover een
achtergrond in te onderscheiden
Geen enkele differentiatie à opdeling verdwijnt
Zodra er ergens een verschil waarneembaar is in prikkelpatroon, wordt het waarnemingsveld meteen
opgedeeld in de vertrouwde figuur-achtergrondstructuur
De figuur maakt de meeste indruk: we merken er meer details in op, we zijn gevoeliger voor veranderingen
die erin worden aangebracht en ze wordt ook beter onthouden
Opdeling in figuur en achtergrond behoort niet tot de gegevens zelf. Op het netvlies is deze opdeling niet
terug te vinden
Opdeling ligt helemaal niet vast. Alle fysische gegevens op het netvlies blijven onveranderd
Omkeerbare figuren : beelden die je op twee (of meer) manieren kunt zien, waarbij je perceptie spontaan
kan wisselen tussen de verschillende interpretaties.
Structureringsfactoren
De bijdrage van de gestaltpsychologie – de gestaltwetten
1. Wet van de nabijheid: prikkels die dichter bij elkaar staan, beschouwen wij als bij elkaar horend,
geneigd om er onmiddellijk een structuur in te zien, kouter op basis van hun onderlinge afstand
2. Wet van de gelijkheid: elementen die op elkaar lijken, beschouwen wij als bij elkaar horend
3. Wet van het gemeenschappelijk lot: prikkels die eenzelfde lot ondergaan; beschouwen wij als bij
elkaar horend
4. Wet van de geslotenheid: we zijn geneigd om, bij voorkeur gesloten gehelen te zien à subjectieve
contouren
5. Wet van de continuïteit: we zijn geneigd om bij voorkeur continue patronen te herkennen
De cognitief-psychologische benadering
Wet van pregnantie: prikkels zouden er vanzelf toe neigen om samen te smelten tot een ‘goede figuur’ of
een gestalt
Zegt dat we dingen zien in de eenvoudigste, meest stabiele en meest georganiseerde vorm.
Onze hersenen kiezen automatisch voor de “beste” of meest logische interpretatie van wat we zien.
o Vb: uit een rommelige verzameling lijnen herkennen we toch meteen een cirkel of vierkant,
omdat dat eenvoudiger is.
Bottom-up-verwerking
Wanneer je waarneming start bij de prikkels zelf. Je hersenen bouwen stap voor stap een beeld op, van
kleine details → naar een volledig geheel, zonder dat je verwachtingen of kennis het proces sturen.
Vb: je ziet eerst lijnen, kleuren en vormen, en pas daarna herken je dat het een kat is.
Kenmerkdetectoren : cellen in de visuele centra van de cortex die gevoelig zijn voor zeer specifieke
aspecten van de binnenkomende informatie
4