• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Anatomie & Fysiologie | eerstejaar| SEM 1

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 49 pagina's

Dit is een samenvatting van het vak anatomie en fysiologie voor het eerstejaar, eerste semester vroedkunde. De samenvatting is gebasseerd op de powerpoint slides en de cursus. Ik behaalde een 18/20 door enkel deze samenvatting te studeren.

Voorbeeld van de inhoud

ANATOMIE & FYSIOLOGIE
HOOFDSTUK 5: DE HUID

De huidlagen

De twee verschillende lagen van de huid (van superficieel naar profundus)

1. Epidermis (opperhuid) 2. Dermis (lederhuid)

Elke laag van de verschillende sublagen (van superficieel naar profundus)

De huid bestaat uit verschillende lagen, elk met specifieke functies en eigen kenmerken

Epidermis/opperhuid = de meest oppervlakkige laag die bestaat uit meerlagig plaveiselepitheel

 Stratum corneum (hoornlaag)
o De buitenste laag van de epidermis
o Verschillende lagen afgeplatte, dode, onderling vergrendelde keratinocyten
o Waterbestendige laag, maar niet volledig waterdicht
 Stratum lucidum (doorzichtige laag)
o Glasachtig uiterlijk
o Alleen aanwezig in een dikke huidlaag  plaatsen waar eelt aanwezig is
o De dunne huid heeft deze laag niet en bestaat uit slechts 4 lagen
 Stratum granulosum (korrelige laag)
o Ligt onder het stratum lucidum
o Bevat keratinocyten die keratine (hoornstof) vormen
o Naarmate de cellen dunner en vlakker worden, ontwikkelen zich keratinevezels
o Geleidelijk verdikken de plasmamembranen zich, de organellen vallen uiteen en de cellen
sterven af
 Stratum spinosum
o Onder het stratum granulosum
o Keratinocyten zijn onderling door desmosomen verbonden
 Stratum basale (kiemlaag – stratum germinativum)
o Diepste laag van de epidermis
o Via hemidesmosomen stevig met de basale membraan verbonden
o De basale membraan scheidt de epidermis van het losmazig weefsel van de aangrenzende
dermis
o Stratum basale vormt epidermiskammen en dermale papillae
o Combinatie van kammen en papillen  contactoppervlak tussen de 2 gebieden groot 
versterkt verbinding tussen deze lagen en vergemakkelijkt de diffusie van nutriënten tussen
dermis en epidermis
o Deze laag bevat basale cellen (stamcellen) die voortdurend delen en melanocyten

Epidermis/lederhuid = dieper gelegen, bestaat uit het stratum papillare en het stratum reticulare

 Stratum papillare
o Bovenste laag van de dermis
o Gekenmerkt door papillen = kleine uitsteeksel die in de epidermis doordringen
o Stratum papillare bevat kleine bloedvaten (capillairen) en vrije zenuwuiteinden  draagt bij aan
voeding en sensorische functies van de huid
1

,  Stratum reticulare
o Diepere, dikkere laag van de dermis
o Bestaat voornamelijk uit dicht, onregelmatig bindweefsel met dikke bundels collageen- en
elastinevezels
 Deze vezels geven de huid haar stevigheid en rekbaarheid
o Bevat ook grotere bloedvaten, zenuwen, haarfollikels, talgklieren en zweetklieren
 Cruciale rol in thermoregulatie, bescherming en sensorische waarneming van de huid

De kleur van de huid

Factoren die invloed zijn op de kleur van de huid + van elke factor de kleur die ze bepaalt

Kleur bepaald door pigmenten en doorbloeding

De hoeveelheid/dichtheid + het type pigment in de huid

 Twee hoofdtypen pigmenten
1. Caroteen: een oranjegele kleurstof
2. Melanine: geproduceerd door speciale cellen die melanocyten worden genoemd – komt in 2 vormen
voor
o Feomelanine: roodgele vorm van melanine en geeft een lichtere tint aan de huid
o Eumelanine: bruinzwarte vorm van melanine en zorgt voor een donkere huidskleur

De doorbloeding van de huid

Kleur huid verandert  mate doorbloeding

2 manieren waarop dat kan gebeuren

1. Vasoconstrictie: de bloedvaten vernauwen  minder stroming bloed door de huid  huid lijkt witter
2. Vasodilatie: bloedvaten verwijden  meer bloed stroomt door de huid  huid wordt roder

De invloed van zonlicht op de huid

Positief gevolg van zonlicht op de huid (oudere persoon)

 Aanmaak van vit D
o Essentieel voor de gezondheid van botten
o Naarmate mensen ouder worden, moeilijker voor huid om vit D aan te maken  blootstelling
aan zonlicht extra belangrijk
 Vanuit vit D maakt lichaam hormoon calcitriol
o Helpt bij opname calcium en fosfaat uit voeding  essentieel voor opbouw en onderhoud
sterke botten en tanden

Fysiologisch mechanisme hiervan

 Huid wordt blootgesteld aan zonlicht, met name UV-B stralen  epidermiscellen zetten in het stratum
spinosum en basale een cholesterol om in previtamine D3
 Previtamine D3 wordt omgezet in vit D3 door warmte van lichaam
 Vit D3 door lever omgezet in calcidiol en daarna door nieren in actieve vorm calcitriol
o Calcitriol is de vorm van vit D die in het lichaam daadwerkelijk kan gebruiken




2

, HOOFDSTUK 10: HET ENDOCRIENE STELSEL

Zenuwstelsel en hormoonstelsel

Functie die beide orgaanstelsels gemeen hebben

Handhaven van homeostase: interne evenwicht van lichaam bewaren wanneer omgevingsomstandigheden
veranderen

 Hormoonstelsel: langzame, langdurige communicatie dmv hormonen die via het bloed worden
getransporteerd
 Zenuwstelsel: geeft snelle, directe signalen door via zenuwen

Beide werken samen om ervoor te zorgen dat cellen en organen in het menselijk lichaam goed met elkaar
kunnen communiceren en optimaal kunnen functioneren

Grote anatomische en fysiologische verschillen

Zenuwstelsel

 Bron en bestemming van signalen zijn zeer specifiek  cel die het signaal afgeeft (de vurende cel) en de
cel die het signaal ontvangt (de doelcel) direct met elkaar verbonden via 1 of meerdere zenuwcellen
 Effect van signalen = korte duur  reacties treden snel op en verdwijnen ook weer snel

Hormoonstelsel

 Regulering van lichaamsfuncties wordt verzorgd door chemische signaalstoffen = hormonen, via bloed
door lichaam vervoerd
 Effect van deze hormonen = langere duur  reacties treden trager op, maar houden langer aan

Hormonen en hun algemene werking

Wat is een hormoon?

= een chemische signaalstof die door cellen in het ene weefsel wordt afgegeven en door de bloedstroom naar
doelcellen in andere weefsels wordt vervoerd.

Hormoon is dus een endocrien klierproduct (rechtstreeks afgegeven in bloed)  wordt afgegeven aan een
extern of intern lichaamsoppervlak

Drie mogelijke scheikundige structuren van hormonen

1. Aminozuurderivaten
 Hormonen die qua structuur lijken op aminozuren
 Vb.: adrenaline, noradrenaline, melatonine, schildklierhormonen
 Spelen een belangrijke rol in verschillende lichaamsfuncties  reactie op stress, regulatie slaap-
waakcyclus
2. Peptidehormonen
 Bestaan uit ketens van aminozuren
 Geproduceerd door hypofyse en hypothalamus
 Vb.: ADH (antidiuretisch hormoon), oxytocine, verschillende hormonen hypofyse voorkwab:
ACTH (adrenocorticotroop hormoon), TSH (thyroïdstimulerend hormoon), FSH
(follikelstimulerend hormoon), LH (luteïniserend hormoon), PRL (prolactine), GH (groeihormoon)
en MSH (melanocyt-stimulerend hormoon)

3

,  Betrokken bij een breed scala aan fysiologische processen  groei, voortplanting en
waterhuishouding
3. Vetderivaten: omvatten steroïdhormonen en eicosanoïden
 Steroïdhormonen
o Opgebouwd op basis van cholesterol
o Geproduceerd door voortplantingsorganen en bijnieren
o Vb.: testosteron, oestrogeen en cortisol
o Gebonden aan transporteiwitten in het bloed  zijn niet oplosbaar in water
o Spelen een cruciale rol in de regulatie van voortplanting, immuunsysteem en
stressrespons
 Eicosanoïden
o Afgeleid van het vetzuur arachidonzuur
o Vb.: prostaglandinesn  hebben meestal een plaatselijk effect en zijn betrokken bij
ontstekingsreacties en pijnregulatie

Twee werkingsmechanismen waarmee hormonen inwerken op lichaamscellen – soorten hormonen

Niet-steroïde hormonen en hun interactie met receptoren op de celmembraan

 Niet-steroïde hormonen (naradrenaline, adrenaline, peptidehormonen en eicosanoïden) binden zich aan
receptoren op het oppervlak membraan van de doelcel
o Binding geen direct effect op activiteiten binnen cel
 Systeem met een eerste en tweede signaalstof
o Eerste signaalstof: hormoon zelf dat zich bindt aan een receptor op het plasmamembraan
 Deze binding activeert een G-eiwit, dat fungeert als schakel tussen de eerste en tweede
signaalstof
 G-eiwit wordt geactiveerd wanneer het hormoon-receptorcomplex gevormd is
o Tweede signaalstof: cyclisch AMP (cAMP) geproduceerd
 = een intermediair molecuul dat kan leiden tot de activatie/remming van enzymen
binnen de cel  cel reageert op de juiste manier op het hormoon

Steroïdhormonen en schildklierhormonen die door celmembraan heengaan om zich te binden aan
receptoren binnenin de cel

 Steroïdhormonen kunnen door diffusie celmembraan passeren en binden zich aan receptoren in
cytoplasma of celkern
o Deze binding leidt tot de activatie van transcriptie in celkern  specifieke genen worden
afgelezen en omgezet in RNA  worden gebruikt om eiwitten te maken
 Schildklierhormonen worden door celmembraan getransporteerd en kunnen op 2 manieren geactiveerd
worden
o Wanneer ze gebonden zijn aan een receptor in de celkern  activatie begint van transcriptie (net
als bij steroïdhormonen)
o Kunnen zich ook binden aan receptoren op mitochondriën (energiecentrales cel)  toename
productie ATP (energiemolecuul van de cel)

Manieren hoe hormonen worden getransporteerd in het bloed

Afhankelijk van hun oplosbaarheid




4

Documentinformatie

Geüpload op
29 september 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
19
Laatst verkocht
3 weken geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen