HOOFDSTUK 1: INLEIDING IN DE ANATOMIE EN DE FYSIOLOGIE
Verband tussen anatomie & fysiologie
Anatomie = de wetenschappelijke discipline die zich bezighoudt met de structuur van mensen
Interne & externe bouw
Microscopisch & macroscopisch niveau
Identificeren, beschrijven & classificeren verschillende delen lichaam (bv. Botten, organen, weefsels,
spieren) + hoe verbonden met elkaar
Fysiologie = de tak van de biologie die zich bezighoudt met de studie van de normale functies en processen die
plaatsvinden in het menselijk lichaam
Hoe verschillende systemen, organen, weefsels & cellen samenwerken om processen te reguleren
o Voor homeostase = evenwicht in het interne milieu lichaam
Voorbeeld invloed van anatomie op fysiologie
Veranderingen in bouw impact functioneren
1) Vingeramputatie
Anatomische verandering: amputatie van een vinger
Fysiologisch effect: vermindering tastzin, gripkracht & precisie handbewegingen
2) Septumcorrectie van de neus (septoplastiek)
Anatomische verandering: correctie van een scheef neusseptum
Fysiologisch effect: vergemakkelijkt luchtstroom door de neus, verbetering ademhaling,
vermindering risico sinusinfecties, algehele fysiologische balans herstellen
3) Tonsillectomie
Anatomische verandering: verwijderen amandelen (tonsillen) in keel
Fysiologisch effect: tonsillen deel immuunsysteem & helpen bij bestrijding infecties door mond
beïnvloedt immuunsysteem in mond, snurken verminderen
Voorbeeld invloed fysiologie op anatomie
Verandering in functie invloed bouw
1) Spieratrofi e & veranderingen spieraanhechtingen
Verandering functie: afname regelmatige spieractiviteit/langdurige immobiliteit
Invloed op anatomie: verlies aan spiermassa, spieren verbonden met botten via hun pezen te
weinig spierstimulatie veranderingen sterkte van pees & verzwakking aanhechtingspunten
van spieren op botten
2) Hartvergroting bij hypertrofi e
Verandering functie: langdurige hypotensie (hoge RR)
Invloed op anatomie: hartspier dikker om tegen hogere RR te werken, structurele verandering in
wanden van hart & beïnvloedt grootte hartkamers
3) Osteoporose & botstructuur
1
, Verandering functie: botdichtheid neemt af (aandoening)
Invloed op anatomie: directe invloed anatomie botten verlies botmassa & botstructuur
(botten vatbaarder breuken, wervelkolom inzakken bij wervelfractuur verandert algemene
anatomie wervelkolom)
Homeostase & terugkoppeling
a) Homeostatische regulering
Homeostase = het streven van een organisme naar het handhaven van een constante samenstelling van het
interne milieu
Dynamisch proces
Organismen houden hun interne omgeving stabiel ↔ veranderingen externe milieu
Natuurlijke processen van homeostase in menselijk lichaam:
o Stabiele lichaamstemp. o Ademhalingssnelheid
o Zuurgraad (pH) bloed o Evenwichtige elektrolytenbalans
o RR o Evenwichtige waterbalans
o Hartslag o Constante concentratie van
o Bloedsuikerspiegel essentiële stoffen in bloed
o …
Drie anatomische structuren noodzakelijk voor homeostatische regulering
1. Receptoren = sensorische structuren of cellen die veranderingen in de omgeving detecteren
Eerste stap
Informatie verzamelen parameters (temp., RR, concentratie stoffen in bloed)
Verschillende delen lichaam
Gespecialiseerd detecteren specifieke stimuli
2. Besturingssysteem
Vaak zenuwstelsel & endocriene systeem
Ontvangt informatie van receptoren analyseert
Bepaald of huidige omstandigheden afwijken van gewenste evenwicht (homeostase)
Zenuwstelsel reageert snel op acute veranderingen ↔ endocriene systeem reguleert
veranderingen op lange termijn – scheidt hormonen af
Samen sturen signalen naar effectoren
3. Effectoren = structuren (meestal spieren of klieren) die reageren op signalen van het besturingssysteem
om de omstandigheden te corrigeren
Actie om evenwicht te herstellen (bv. temp. stijgt zweetklieren)
Samen feedback-lus – receptor detecteert, besturingssysteem analyseert & effector
reageert
Essentieel voor behoud optimale omstandigheden voor cellulaire functies & welzijn
organisme als geheel
b) Negatieve terugkoppeling
= een regulerend mechanisme waarbij het resultaat van een proces de oorspronkelijke stimulus vermindert of
tegengaat
Doel: homeostase
2
, Voorbeelden
1) Temperatuurregulatie
Lichaamstemp. stijgt tijdens inspanning
Zweetklieren scheiden zweet af verdampt op huid & onttrekt warmte aan lichaam
Bloedvatensysteem verwijden (vasodilatie) – warmte wordt afgevoerd via huid
2) Bloeddrukregulatie
Bloeddruk stijgt receptoren detecteren
Besturingssysteem signalen naar hart & bloedvaten om bloeddruk te verlagen
Bv. minder vaak samentrekken (hartfrequentie daalt)
c) Positieve terugkoppeling
= een proces waarbij een verandering in een bepaalde variabele resulteert in een versterking van die
verandering, waardoor het systeem verder uit balans raakt
Mechanisme om snelle veranderingen te bevorderen & systeem naar bepaald doel duwen
Voorbeelden
1) Bloedstolling
Bloedvat beschadigd chemische reacties geactiveerd om bloedstolling te starten & bloeden te
stoppen
Bloedplaatjes naar plots verwonding getrokken + activeren andere bloedplaatjes ontstaan
pos. terugkoppeling
2) Oxytocineafgifte bevalling
Stimuleert samentrekkingen baarmoeder
Samentrekkingen sterker meer oxytocine vrijgegeven nog krachtigere samentrekkingen
d) Verband tussen homeostatische regulering en ziekte
Homeostatisch evenwicht cruciaal goed functioneren cellen, weefsels & organen. Homeostase verstoord
orgaanstelsels functioneren minder efficiënt/slecht toestand ziekte
Ziekte ontstaat dus wanneer homeostatisch evenwicht verstoord is
Anatomische oriëntatiepunten, vlakken & richtingen
Vetgedrukte anatomische oriëntatiepunten – fi g. 1.6
Anatomische lichaamshouding
= standaardreferentiehouding om positie menselijk lichaam te beschrijven
Staand rechtop Handpalmen wijzen naar voren
Voeten parallel aan elkaar en naar voren Duimen wijzen naar buiten, parallel aan
wijzend lichaam
Armen hangen langs lichaam
Primaire anatomische vlakken
1) Transversaal vlak (horizontaal): bovenste & onderste deel – loodrecht op sagittale & frontale vlak
2) Sagittaal vlak: linker & rechter deel – doormidden van lichaam = midsagittale/mediane vlak
3) Frontaal vlak (coronaal vlak): voorste & achterste deel – loodrecht op sagittale vlak
3