DRUGSFENOMENEN – INLEIDING
Wat begrijpen we onder drugsbeleid?
Drugsbeleid = geheel van maatregelen, wetten en richtlijnen waarmee een overheid gebruik, productie,
handel en gevolgen van drugs (legaal en illegaal) probeert te reguleren (speelt op 2 niveaus)
1) Vraagzijde = mensen die drugs gebruiken
2) Aanbodzijde = producenten en handelaars
5 klassieke benaderingen van drugsbeleid
1) Preventie = informeren om gebruik te voorkomen
2) Hulpverlening = medische/psychologische zorg aan bij verslaving
3) Handhaving = controle en vervolging handel, productie en bezit
4) Regulering = bepalen onder welke voorwaarden iets legaal mag
5) Harm reduction (schadebeperking) = schade verminderen
Belangrijk; verslaving omvat in België niet enkel illegale drugs, maar ook tabak, alcohol, psychoactieve
medicatie, gokken/gamen (sinds 2016) en lachgas (sinds 2016)
Historische evolutie van het Belgisch drugsbeleid
Basis is Drugswet 1921 (ook ‘basiswet’) = maakt bezit/productie/handel verdovende middelen strafbaar
Aanvankelijk gericht op harddrugs, maar in jaren ’70 uitgebreid met cannabis, LSD en amfetamine
Belangrijk; wetgeving is onderdeel van beleid, niet omgekeerd – beleid bepaalt hoe je met die wet omgaat
Belangrijkste mijlpalen daarna
1995 Federaal Actieplan 10 – puntenplan, focus op preventie en hulp
Toxicomanie Johan van de Lannotte
1996 – 1997 Parlementaire Bottom-up, multidisciplinair voorstel naar regering doen
Werkgroep Drugs Starten met situatieschets (hoe is situatie op dit moment?)
Pleiten voor strafrecht als ultimum remedium
Gulden middelweg; (anti-)prohibitionistisch beleid
a. Prohibitionistisch = alles verbieden
b. Anti-prohibitionistisch = totale decriminalisering
Vermijden dat mensen in de strafrechtsketen komen
2001 Federale Beleidsnota Vertaling Parlementaire Werkgroep Drugs; laat want woelige jaren ’90
Drugs en heel wat hervormingen
Integraal (= rekening alle facetten) & geïntegreerd (één geheel)
3 pijlers
1) Preventie = zorgen dat niet-gebruikers geen gebruikers worden
2) Zorg = zorgen dat gebruik zo weinig mogelijk nadelen heeft
a. Hulpverlening = medische/psychologische hulp aan
verslaafden
b. Harm reduction = minimaliseren schade
c. Herintegratie = helpen re-integratie in samenleving
3) Repressie = bestraffen personen en organisaties betrokken bij
handel, productie en distributie
Aanpassing basisstructuren strafbaar (generieke wetgeving) NPS
Iedere keer KB maken om iets te implementeren in de drugswet
2002 Samenwerkingsakkoord Coördinatie tussen 25 ministers met drugsbevoegdheden; dus
, voor een globaal en oprichting Thematisch Vergadering Drugs van Interministeriële
geïntegreerd Conferentie Volksgezondheid met voorzitter minister van
drugsbeleid Volksgezondheid
Algemene Cel Drugsbeleid (2008) – onbepaalde duur
a. Documenten voor vergadering voorbereiden
Nationaal drugscoördinator (2023) – voor 5 jaar
a. Brugfuncties verschillende niveaus
b. Toezicht op samenwerking tussen actoren
2 onafhankelijke voorzitters
a. Nieuwe strategieën maken
Nationale drugscommissaris
a. Spreekbuis praktijk naar beleid, vertalen probleem naar beleid
2010 Gemeenschappelijke Update door veranderende drugshandel (drugkoeriers in plaats van
verklaring van de dealpanden)
interministeriële
Conferentie Drugs
2025 Interfederale Strategie Over verschillende niveaus heen, einddatum (periode van 2 jaar)
voor een globaal en Drugs professioneler, via internet…
geïntegreerd 6 pijlers; (1) preventie, (2) geïntegreerde zorg, (3) aanpak illegale
drugsbeleid markten, (4) aanpak legale markten, (5) monitoring, (6) versterken
internationale coördinatie
Inzetten op monitoring en coördinatie
Oprichting adviespanel (2024) – 13 leden uit wetenschap, praktijk en
ervaringsdeskundigheid evidence-informed drugsbeleid (wat missen
we in ons beleid?)
Cannabisbezit voor persoonlijk gebruik door meerderjarige krijgt laagste vervolgingsprioriteit
Onze drugswet gaat uit van een verbod
Beleid gaat beslissen hoe we omgaan met dat verbod
Drugbeleid; bottom-up, integraal, geïntegreerd, volksgezondheid, past binnen internationale en
Europese drugsbeleid
Mensen denken vaak dat er maar 2 opties zijn; war on drugs (= alles verbieden/hard bestraffen) of
legalisering (= alles toelaten), maar het Belgisch beleid kiest bewust een tussenweg
Preventie > zorg > repressie repressie is de laatste stap
DRUGSFENOMENEN – BROXLAER
,Inleiding
Er is een stijgende lijn in druggebruik, die nu aan het afvlakken is (status quo)
Plateau bereikt in gebruiksfrequentie
Aantal of soorten drugs is afgevlakt
Explosie nieuwe drugs en chemicaliën door professionalisering van syntheselabs
Klassiek ‘Big Five’
(1) Cocaïne, (2) cannabis, (3) amfetamine, (4) XTC, (5) heroïne
Sommige stoffen veroorzaken zeer snel afhankelijkheid, sommige zaken kunnen goed behandeld worden
Prevalentie (= hoe vaak iets voorkomt) van middelenmisbruik is hoog, maar het aantal echt verslaafden ligt
veel lager dan het aantal gebruikers (vuistregel; ongeveer 6% van gebruikers wordt afhankelijk)
Het 3-M model (Zinberg)
Verslaving hangt niet enkel af van het middel zelf
1) Drug (= middel)
2) Set (= factoren in het individu – de mens)
3) Setting (= fysieke en sociale omgeving – het milieu)
Vandaar de voorkeur voor de term psychofarmaca (= stoffen die op psyché inwerken) boven drugs; veel
van deze stoffen begonnen ooit als geneesmiddel
Drugs = producten die men zonder medische reden inneemt om gevoelens/bewustzijn te veranderen, met
als gevolg schade aan zichzelf en/of de gemeenschap
Indeling psychoactieve stoffen
Klassieke driedeling op basis van effect op CZS
1) Psycholeptica = onderdrukken CZS (tranquillizers, opiaten, GHB)
2) Psychoanaleptica = stimuleren CZS (cocaïne, amfetamine, cafeïne)
3) Psychodysleptica = verstoren het CZS (cannabinoïden, XTC, LSD)
Door explosie aan nieuwe stoffen en NPS gebruikt men nu het Drugwiel (Sciensano), met 7 categorieën
1) Stimulantia
2) Hallucinogenen
3) Cannabinoïden
4) Opioïden (dempende stoffen; psycholeptica)
5) Verdovende stoffen (dempende stoffen; psycholeptica)
6) Empathogenen
7) Dissociatieven
Twee kenmerken bepalen hoe gevaarlijk een stof is
1) Potentie = kracht per gewichtseenheid
2) Hoe snel ze de hersenen bereiken (doorheen de membranen)
Psycholeptica = onderdrukken CZS
, OPIATEN/OPIOÏDEN
Historiek
Opium is het extract van de papaverplant (papaver somiferum)
Het melkachtige sap dat vrijkomt bij kneuzing, gedroogd tot opiumbrood
Morfine (morfeus) is het belangrijkste actieve bestanddeel voor demping CZS
Codeïne (in hoestsiroop) ook een bestanddeel
Morfine Morfine = zuivere, witte poederstof (enkelvoudige stof)
Met uitvinding injectiespuit werd toediening veel efficiënter (= analgesie; pijnstilling
zonder bewustzijnsverlies)
Heroïne Heroïne = chemisch afgeleid van morfine (heroïne = diacetylmorfine) makkelijk te maken
Veel vet oplosbaarder passeert sneller hersenmembranen intensere, snellere roes
Oorspronkelijk als hoestdrank verkocht
Illegale heroïne is nooit zuiver (versnijden met vitamine C, lactose, talk, waspoeder…)
Vooral geïnjecteerd (fixing, IV, in ader) of skin-popping (subcutaan, onder de huid)
4 à 5 dosissen om de dag door te komen (eerste hele hoge dosis, gevolg door lagere)
zonder onthoudingsverschijnselen
Klonters injecteren littekenvorming
Soms ook snuiven (snorting) & inhaleren (of dampen, chinezen of chasing the dragon)
Soms via mond
Gebruik
Manier van innemen van bepaalde dosis, bepaalt mee de grote van het effect (oraal, snuiven, inhaleren,
subcutaan, intraveneus)
1) Intraveneus (fixing)
2) Inhaleren/roken
3) Snuiven
4) Oraal (werkt nauwelijks)
Manier van innemen verschilt ook in…
Hoeveelheid van de dosis die uiteindelijk bij het doelorgaan (hersenen) terechtkomt
Snelheid waarmee dit gebeurt
Piekconcentratie verschilt
Barrières van lipiden (= vetten)
a. Vertragen de opname EN stuk van de dosis blijft kleven
Ook diverse synthetische opiaten
Ontwikkeld om effecten pijnstilling en verslaving te scheiden
Pethidine – buprenorfine – peritramide – oxycodon – tramadol – fentanyl zeer krachtige pijnstillers
Methadon = substitutietherapie (onthoudingsverschijnselen)
a. Oraal ingenomen, geeft geen euforie/kick
b. Lange halfwaarde tijd (t1/2), dus blijft lang werken en voorkomt ontwenningsverschijnselen
c. 2 toepassingen
i. Ontgiftigingsbehandeling (reductieprogramma) = stapsgewijze afbouw naar 0
Relaps is omgekeerd evenredig met termijn in behandeling
ii. Onderhoudsbehandeling = onbepaalde tijd, harm-reduction-gericht
Houdt craving tegen en laat mensen weer normaal functioneren
Verhinderd ontwenningsverschijnselen
Na +/- 1 maand gestabiliseerde patiënt
Gebruik product A (methadon) om onthoudingsverschijnselen en gewenning tgv. product B (heroïne) te
behandelen is het gevolg van het fenomeen kruistolerantie
Tolerantie = steeds meer innemen voor zelfde effect, naarmate men langer en frequenter gebruikt
Wat begrijpen we onder drugsbeleid?
Drugsbeleid = geheel van maatregelen, wetten en richtlijnen waarmee een overheid gebruik, productie,
handel en gevolgen van drugs (legaal en illegaal) probeert te reguleren (speelt op 2 niveaus)
1) Vraagzijde = mensen die drugs gebruiken
2) Aanbodzijde = producenten en handelaars
5 klassieke benaderingen van drugsbeleid
1) Preventie = informeren om gebruik te voorkomen
2) Hulpverlening = medische/psychologische zorg aan bij verslaving
3) Handhaving = controle en vervolging handel, productie en bezit
4) Regulering = bepalen onder welke voorwaarden iets legaal mag
5) Harm reduction (schadebeperking) = schade verminderen
Belangrijk; verslaving omvat in België niet enkel illegale drugs, maar ook tabak, alcohol, psychoactieve
medicatie, gokken/gamen (sinds 2016) en lachgas (sinds 2016)
Historische evolutie van het Belgisch drugsbeleid
Basis is Drugswet 1921 (ook ‘basiswet’) = maakt bezit/productie/handel verdovende middelen strafbaar
Aanvankelijk gericht op harddrugs, maar in jaren ’70 uitgebreid met cannabis, LSD en amfetamine
Belangrijk; wetgeving is onderdeel van beleid, niet omgekeerd – beleid bepaalt hoe je met die wet omgaat
Belangrijkste mijlpalen daarna
1995 Federaal Actieplan 10 – puntenplan, focus op preventie en hulp
Toxicomanie Johan van de Lannotte
1996 – 1997 Parlementaire Bottom-up, multidisciplinair voorstel naar regering doen
Werkgroep Drugs Starten met situatieschets (hoe is situatie op dit moment?)
Pleiten voor strafrecht als ultimum remedium
Gulden middelweg; (anti-)prohibitionistisch beleid
a. Prohibitionistisch = alles verbieden
b. Anti-prohibitionistisch = totale decriminalisering
Vermijden dat mensen in de strafrechtsketen komen
2001 Federale Beleidsnota Vertaling Parlementaire Werkgroep Drugs; laat want woelige jaren ’90
Drugs en heel wat hervormingen
Integraal (= rekening alle facetten) & geïntegreerd (één geheel)
3 pijlers
1) Preventie = zorgen dat niet-gebruikers geen gebruikers worden
2) Zorg = zorgen dat gebruik zo weinig mogelijk nadelen heeft
a. Hulpverlening = medische/psychologische hulp aan
verslaafden
b. Harm reduction = minimaliseren schade
c. Herintegratie = helpen re-integratie in samenleving
3) Repressie = bestraffen personen en organisaties betrokken bij
handel, productie en distributie
Aanpassing basisstructuren strafbaar (generieke wetgeving) NPS
Iedere keer KB maken om iets te implementeren in de drugswet
2002 Samenwerkingsakkoord Coördinatie tussen 25 ministers met drugsbevoegdheden; dus
, voor een globaal en oprichting Thematisch Vergadering Drugs van Interministeriële
geïntegreerd Conferentie Volksgezondheid met voorzitter minister van
drugsbeleid Volksgezondheid
Algemene Cel Drugsbeleid (2008) – onbepaalde duur
a. Documenten voor vergadering voorbereiden
Nationaal drugscoördinator (2023) – voor 5 jaar
a. Brugfuncties verschillende niveaus
b. Toezicht op samenwerking tussen actoren
2 onafhankelijke voorzitters
a. Nieuwe strategieën maken
Nationale drugscommissaris
a. Spreekbuis praktijk naar beleid, vertalen probleem naar beleid
2010 Gemeenschappelijke Update door veranderende drugshandel (drugkoeriers in plaats van
verklaring van de dealpanden)
interministeriële
Conferentie Drugs
2025 Interfederale Strategie Over verschillende niveaus heen, einddatum (periode van 2 jaar)
voor een globaal en Drugs professioneler, via internet…
geïntegreerd 6 pijlers; (1) preventie, (2) geïntegreerde zorg, (3) aanpak illegale
drugsbeleid markten, (4) aanpak legale markten, (5) monitoring, (6) versterken
internationale coördinatie
Inzetten op monitoring en coördinatie
Oprichting adviespanel (2024) – 13 leden uit wetenschap, praktijk en
ervaringsdeskundigheid evidence-informed drugsbeleid (wat missen
we in ons beleid?)
Cannabisbezit voor persoonlijk gebruik door meerderjarige krijgt laagste vervolgingsprioriteit
Onze drugswet gaat uit van een verbod
Beleid gaat beslissen hoe we omgaan met dat verbod
Drugbeleid; bottom-up, integraal, geïntegreerd, volksgezondheid, past binnen internationale en
Europese drugsbeleid
Mensen denken vaak dat er maar 2 opties zijn; war on drugs (= alles verbieden/hard bestraffen) of
legalisering (= alles toelaten), maar het Belgisch beleid kiest bewust een tussenweg
Preventie > zorg > repressie repressie is de laatste stap
DRUGSFENOMENEN – BROXLAER
,Inleiding
Er is een stijgende lijn in druggebruik, die nu aan het afvlakken is (status quo)
Plateau bereikt in gebruiksfrequentie
Aantal of soorten drugs is afgevlakt
Explosie nieuwe drugs en chemicaliën door professionalisering van syntheselabs
Klassiek ‘Big Five’
(1) Cocaïne, (2) cannabis, (3) amfetamine, (4) XTC, (5) heroïne
Sommige stoffen veroorzaken zeer snel afhankelijkheid, sommige zaken kunnen goed behandeld worden
Prevalentie (= hoe vaak iets voorkomt) van middelenmisbruik is hoog, maar het aantal echt verslaafden ligt
veel lager dan het aantal gebruikers (vuistregel; ongeveer 6% van gebruikers wordt afhankelijk)
Het 3-M model (Zinberg)
Verslaving hangt niet enkel af van het middel zelf
1) Drug (= middel)
2) Set (= factoren in het individu – de mens)
3) Setting (= fysieke en sociale omgeving – het milieu)
Vandaar de voorkeur voor de term psychofarmaca (= stoffen die op psyché inwerken) boven drugs; veel
van deze stoffen begonnen ooit als geneesmiddel
Drugs = producten die men zonder medische reden inneemt om gevoelens/bewustzijn te veranderen, met
als gevolg schade aan zichzelf en/of de gemeenschap
Indeling psychoactieve stoffen
Klassieke driedeling op basis van effect op CZS
1) Psycholeptica = onderdrukken CZS (tranquillizers, opiaten, GHB)
2) Psychoanaleptica = stimuleren CZS (cocaïne, amfetamine, cafeïne)
3) Psychodysleptica = verstoren het CZS (cannabinoïden, XTC, LSD)
Door explosie aan nieuwe stoffen en NPS gebruikt men nu het Drugwiel (Sciensano), met 7 categorieën
1) Stimulantia
2) Hallucinogenen
3) Cannabinoïden
4) Opioïden (dempende stoffen; psycholeptica)
5) Verdovende stoffen (dempende stoffen; psycholeptica)
6) Empathogenen
7) Dissociatieven
Twee kenmerken bepalen hoe gevaarlijk een stof is
1) Potentie = kracht per gewichtseenheid
2) Hoe snel ze de hersenen bereiken (doorheen de membranen)
Psycholeptica = onderdrukken CZS
, OPIATEN/OPIOÏDEN
Historiek
Opium is het extract van de papaverplant (papaver somiferum)
Het melkachtige sap dat vrijkomt bij kneuzing, gedroogd tot opiumbrood
Morfine (morfeus) is het belangrijkste actieve bestanddeel voor demping CZS
Codeïne (in hoestsiroop) ook een bestanddeel
Morfine Morfine = zuivere, witte poederstof (enkelvoudige stof)
Met uitvinding injectiespuit werd toediening veel efficiënter (= analgesie; pijnstilling
zonder bewustzijnsverlies)
Heroïne Heroïne = chemisch afgeleid van morfine (heroïne = diacetylmorfine) makkelijk te maken
Veel vet oplosbaarder passeert sneller hersenmembranen intensere, snellere roes
Oorspronkelijk als hoestdrank verkocht
Illegale heroïne is nooit zuiver (versnijden met vitamine C, lactose, talk, waspoeder…)
Vooral geïnjecteerd (fixing, IV, in ader) of skin-popping (subcutaan, onder de huid)
4 à 5 dosissen om de dag door te komen (eerste hele hoge dosis, gevolg door lagere)
zonder onthoudingsverschijnselen
Klonters injecteren littekenvorming
Soms ook snuiven (snorting) & inhaleren (of dampen, chinezen of chasing the dragon)
Soms via mond
Gebruik
Manier van innemen van bepaalde dosis, bepaalt mee de grote van het effect (oraal, snuiven, inhaleren,
subcutaan, intraveneus)
1) Intraveneus (fixing)
2) Inhaleren/roken
3) Snuiven
4) Oraal (werkt nauwelijks)
Manier van innemen verschilt ook in…
Hoeveelheid van de dosis die uiteindelijk bij het doelorgaan (hersenen) terechtkomt
Snelheid waarmee dit gebeurt
Piekconcentratie verschilt
Barrières van lipiden (= vetten)
a. Vertragen de opname EN stuk van de dosis blijft kleven
Ook diverse synthetische opiaten
Ontwikkeld om effecten pijnstilling en verslaving te scheiden
Pethidine – buprenorfine – peritramide – oxycodon – tramadol – fentanyl zeer krachtige pijnstillers
Methadon = substitutietherapie (onthoudingsverschijnselen)
a. Oraal ingenomen, geeft geen euforie/kick
b. Lange halfwaarde tijd (t1/2), dus blijft lang werken en voorkomt ontwenningsverschijnselen
c. 2 toepassingen
i. Ontgiftigingsbehandeling (reductieprogramma) = stapsgewijze afbouw naar 0
Relaps is omgekeerd evenredig met termijn in behandeling
ii. Onderhoudsbehandeling = onbepaalde tijd, harm-reduction-gericht
Houdt craving tegen en laat mensen weer normaal functioneren
Verhinderd ontwenningsverschijnselen
Na +/- 1 maand gestabiliseerde patiënt
Gebruik product A (methadon) om onthoudingsverschijnselen en gewenning tgv. product B (heroïne) te
behandelen is het gevolg van het fenomeen kruistolerantie
Tolerantie = steeds meer innemen voor zelfde effect, naarmate men langer en frequenter gebruikt