Inleiding
- Heersende ideeën over pijn – stellingen
o Echte pijn heeft altijd een organische oorzaak = NEEN
pijn ≠ weefselschade
o Als de pijn van uw patiënt erger wordt, wijst dit erop dat de aandoening erger wordt =
NEEN
het kan een opstoot zijn van de aandoening, niet per se meer schade
o Vind je afwijkingen op ct-scan bij een patiënt met lage rugpijn dan zijn die afwijkingen
bewijzend en verklarend voor pijn = NEEN
centrale sensitisatie (pijn zonder prikkel)
o Pijn geneest niet door rust = JUIST
bij chronische pijn moet je ondanks de pijn de patient overtuigen om actief te
blijven
o Pijn bij bewegen moet je ten alle tijden vermijden = NEEN
graded activity bij chronische pijn
o De mate van pijn wordt volledig bepaald door ernst van het letsel = NEEN
geen linieaire relatie
o Het doorsnijden van de pijnbaan is geen ultiem redmiddel voor een chronische
pijnpatiënt = NEEN
pijnbaan = zenuwbaan van letsel naar hersenen
o Als je een patiënt een placebo behandeling geeft (nep-pilletje) en zijn pijn vermindert,
dan zat de pijn “tussen de oren” = NEEN
er gaan fysiologische processen opstarten zelfs als je gewoon gelooft dat de
pillen echt zijn
o Het ultieme doel van pijnonderzoek is het uiteindelijk compleet bannen van pijn =
NEEN
pijn heeft een beschermingsfunctie
o Ondanks de verwoede pogingen van geneeskunde en wetenschap om pijn weg te
krijgen, zal de chronische pijn problematiek niet afnemen = JUIST
chronische pijn = bio-psycho-sociaal model
o De pijnvezels degenereren tgv. verouderen, waardoor senioren minder pijn voelen =
NEEN
pijnvezels degenereren maar niet tot ze geen/minder pijn voelen
o Een persoon zijn humeur en gemoed kunnen de pijn verhogen = JUIST
- Pijn heeft vele dimensies
o Man met hamer
Slag op duim = gelaat vertrekt, vloek, houdt op met timmeren
Pijn
zinvol = duidelijke alarmfunctie
begrijpelijk
Prikkel, nociceptie en pijngewaarwording mooi in serie
o Automutilatie
Onbegrijpelijk
Waarom beschadigen mensen zichzelf?
Psychiatrische stoornis?
Sensibiliteitsstoornis? (bvb. voelt rustgevend aan ipv pijnlijk)
o Congenitale analgesie
Afwezigheid van pijnzin
Verwondingen vanaf eerste levensdagen
Hebben extreme medische zorg nodig
Pijnzin = vitale sensibiliteit
o Belang van pijn (zie documentaire toledo)
- Definitie van pijn
o Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die wordt opgewekt door
een (dreigende) weefselbeschadiging, of wordt beschreven in termen van een
weefselbeschadiging
o Kenmerken
Pijn is subjectief
Meten is moeilijk
, Pijn is een emotie
Weefselschade is niet noodzakelijk: pijnkabel model achterhaald, wel flexibel en
leerbaar pijnsysteem
- Indelingen van pijn
o Ideaal = indeling volgens ontstaansmechanisme (moeilijk bij chronische pijn)
o Plaats van de pijn
o Plaats van de oorsprong (somato-, viscero-, neuro-, psychogeen)
o Somatisch vs psychisch
o Nociceptief (duidelijke prikkel aanwezig) vs non nociceptief
o Tijdsduur = Acuut of chronisch
- Epidemiologie van pijn
o Het voorkomen van pijn in de samenleving bestuderen
Zo kunnen belangrijke verbanden ontdekt worden
bvb. stad of platteland, man of vrouw, kinderen en ouderen,…
Risicofactoren kunnen afgeleid worden die belangrijk zijn voor preventie
bvb. lichamelijke inactiviteit, roken, eetgewoonten, werkomstandigheden,
stress, …
o Incidentie
Aantal nieuwe pijn gevallen
laat toe om trends in ontstaan te studeren en dus belangrijk voor het
ontstaansmechanisme
o Prevalentie
aantal mensen met bepaalde pijn op bepaald ogenblik
leert ons de grootte van het probleem
o Meest voorkomende regionale pijnsyndromen
rug-, heup-, en nekpijn = 1/3 tot 1/4 mensen
widespread pain = 1/10
o Verschillende patronen
Vrouwen rapporteren meer ernstige pijn, meer frequent en aanhoudend
afhankelijk van de cultuur
pijn-gerelateerde beperkingen hoger bij lager maatschappelijke klassen
o grafieken
verklaringen voor pieken
op oudere leeftijd = degeneratie
op middelbare leeftijd = stressvolle periodes
op jonge leeftijd = meer kwetsbare immuniteit
Van pijnprikkel tot pijngewaarwording
- Pijnkabelmodel
o stimulus = pijnpikkel
o impuls transmissie = fImpuls transmissie door actiepotentialen op te wekke
o Dorsale hoorn = Actiepotentialen langs c en A-delta vezels naar dorsale hoorn
, o synaptische transmissie
Aankomst van AP veroorzaakt opening kanalen op uiteinden van perifere
afferente sensorische vezels.
Vesicles die neurotransmitters bevatten fuseren met presynaptisch membraan en
laten hun inhoud los in synaptische spleet
Neurotransmitters binden met receptoren op post- synaptische membraan
Postsynaptisch = Influx en efflux van stoffen die voortgang van AP langs axonen
van ruggenmerg naar brein toelaat
o Verwerking en perceptie
Pijninformatie wordt opgevangen en verwerkt door de hogere centra in de
hersenen
het individu ervaart pijn
- De nociceptoren en soorten afferente vezels
o vroeger dacht men = pijn door excessieve stimulatie van receptoren van andere
sensaties
o Nociceptoren = relatief ongespecialiseerde zenuwcel-uiteinden die de sensatie van
pijn opwekken
Cellichaam in dorsale ganglion (of trigeminal ganglion), axon naar de periferie,
axon naar ruggenmerg (of hersenstam)
o Nociceptoren-afferenten
C-vezels
Ongemyeliniseerd
Geleidingssnelheid = 0.4-1m/s
Polymodaal = hoge intensiteit mechanische, chemische, thermische prikkels
A-delta-vezels
Gemyeliniseerd
Geleidingssnelheid = 5 tot 30 m/s
Thermisch of mechanisch
- Primaire vs secundaire pijn
o Primaire pijn
Eerste felle pijnscheut bij een verwonding.
Pijn is scherp, kortdurend en goed gelocaliseerd
Aard van pijn zegt iets over aard van prikkel
Gaat gepaard met felle reacties = wegtrekken, vloek,…
Komt tot stand via A-delta-vezels
Testen met speldeprik
o Secundaire pijn
Begint later, is zeurend langdurig en diffuus gelocaliseeerd.
Sterk emotioneel getint, door deze pijn lijdt men.
Dwingt tot gedragsverandering
Hangt samen met activiteit van C-vezels
o Dualiteit van pijn
, Bij Ischemie = eerst verdwijnt primaire pijn, daarna secundaire pijn
Veroudering = a-delta vezels degenereren eerst, dus relatieve aandeel c-vezels is
groter
- De achterhoorn
o Achterhoorn = eerste besslisingssation
al dan niet gewijzigd doorsturen van binnenkomende impulsstroom
analogie toetsenbord
> normaal = je typed C en er verschijnt een C op je scherm
> pathologisch = je typed C en er verschijnt niks, 2 C’s, andere letter, …
op je scherm
Geen 1-op-1 relatie, wel divergentie en convergentie
o convergentie en divergentie
o Laminae van Rexed
Ter hoogte van dorsale wortel, ordening van vezels = c-vezels en A-delta-vezels
dorsolateraal
Binnenkomen van dorsale hoorn = vertakkingen over verschillende segmenten
tractus van Lissauer
Nociceptieve afferenten
laag I = marginal zone
laag II = substantia gelatinosa
laag V
Transmitters bij synapsen op achterhoorn
Substantia P en glutamaat voor c-vezels
Excitatoire aminozuren (glutamaat en aspartaat) voor A-delta vezels
o Soorten neuronen in achterhoorn
Zuiver tastgevoelig
Low threshold mechanic
Breed-gevoelige
wide dynamic range
Nocicepief specifiek
divers of alleen mechanische
Organisatie van afferente input in dorsale hoorn belangrijk voor interpretatie
van verschillende pijnsyndromen vb gerefereerde pijn
Projectieneuronen (vooral laag I en V)
Interneuronen
Exiterende
Inhiberende (pre- of postsynaptisch)
> Postsynaptische inhibitie = C remt N
> Presynaptische inhibitie = C remt invloed van B op N
Invloed op
> andere interneuronen
> opstijgende neuronen
> motorneuronen
- Heersende ideeën over pijn – stellingen
o Echte pijn heeft altijd een organische oorzaak = NEEN
pijn ≠ weefselschade
o Als de pijn van uw patiënt erger wordt, wijst dit erop dat de aandoening erger wordt =
NEEN
het kan een opstoot zijn van de aandoening, niet per se meer schade
o Vind je afwijkingen op ct-scan bij een patiënt met lage rugpijn dan zijn die afwijkingen
bewijzend en verklarend voor pijn = NEEN
centrale sensitisatie (pijn zonder prikkel)
o Pijn geneest niet door rust = JUIST
bij chronische pijn moet je ondanks de pijn de patient overtuigen om actief te
blijven
o Pijn bij bewegen moet je ten alle tijden vermijden = NEEN
graded activity bij chronische pijn
o De mate van pijn wordt volledig bepaald door ernst van het letsel = NEEN
geen linieaire relatie
o Het doorsnijden van de pijnbaan is geen ultiem redmiddel voor een chronische
pijnpatiënt = NEEN
pijnbaan = zenuwbaan van letsel naar hersenen
o Als je een patiënt een placebo behandeling geeft (nep-pilletje) en zijn pijn vermindert,
dan zat de pijn “tussen de oren” = NEEN
er gaan fysiologische processen opstarten zelfs als je gewoon gelooft dat de
pillen echt zijn
o Het ultieme doel van pijnonderzoek is het uiteindelijk compleet bannen van pijn =
NEEN
pijn heeft een beschermingsfunctie
o Ondanks de verwoede pogingen van geneeskunde en wetenschap om pijn weg te
krijgen, zal de chronische pijn problematiek niet afnemen = JUIST
chronische pijn = bio-psycho-sociaal model
o De pijnvezels degenereren tgv. verouderen, waardoor senioren minder pijn voelen =
NEEN
pijnvezels degenereren maar niet tot ze geen/minder pijn voelen
o Een persoon zijn humeur en gemoed kunnen de pijn verhogen = JUIST
- Pijn heeft vele dimensies
o Man met hamer
Slag op duim = gelaat vertrekt, vloek, houdt op met timmeren
Pijn
zinvol = duidelijke alarmfunctie
begrijpelijk
Prikkel, nociceptie en pijngewaarwording mooi in serie
o Automutilatie
Onbegrijpelijk
Waarom beschadigen mensen zichzelf?
Psychiatrische stoornis?
Sensibiliteitsstoornis? (bvb. voelt rustgevend aan ipv pijnlijk)
o Congenitale analgesie
Afwezigheid van pijnzin
Verwondingen vanaf eerste levensdagen
Hebben extreme medische zorg nodig
Pijnzin = vitale sensibiliteit
o Belang van pijn (zie documentaire toledo)
- Definitie van pijn
o Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die wordt opgewekt door
een (dreigende) weefselbeschadiging, of wordt beschreven in termen van een
weefselbeschadiging
o Kenmerken
Pijn is subjectief
Meten is moeilijk
, Pijn is een emotie
Weefselschade is niet noodzakelijk: pijnkabel model achterhaald, wel flexibel en
leerbaar pijnsysteem
- Indelingen van pijn
o Ideaal = indeling volgens ontstaansmechanisme (moeilijk bij chronische pijn)
o Plaats van de pijn
o Plaats van de oorsprong (somato-, viscero-, neuro-, psychogeen)
o Somatisch vs psychisch
o Nociceptief (duidelijke prikkel aanwezig) vs non nociceptief
o Tijdsduur = Acuut of chronisch
- Epidemiologie van pijn
o Het voorkomen van pijn in de samenleving bestuderen
Zo kunnen belangrijke verbanden ontdekt worden
bvb. stad of platteland, man of vrouw, kinderen en ouderen,…
Risicofactoren kunnen afgeleid worden die belangrijk zijn voor preventie
bvb. lichamelijke inactiviteit, roken, eetgewoonten, werkomstandigheden,
stress, …
o Incidentie
Aantal nieuwe pijn gevallen
laat toe om trends in ontstaan te studeren en dus belangrijk voor het
ontstaansmechanisme
o Prevalentie
aantal mensen met bepaalde pijn op bepaald ogenblik
leert ons de grootte van het probleem
o Meest voorkomende regionale pijnsyndromen
rug-, heup-, en nekpijn = 1/3 tot 1/4 mensen
widespread pain = 1/10
o Verschillende patronen
Vrouwen rapporteren meer ernstige pijn, meer frequent en aanhoudend
afhankelijk van de cultuur
pijn-gerelateerde beperkingen hoger bij lager maatschappelijke klassen
o grafieken
verklaringen voor pieken
op oudere leeftijd = degeneratie
op middelbare leeftijd = stressvolle periodes
op jonge leeftijd = meer kwetsbare immuniteit
Van pijnprikkel tot pijngewaarwording
- Pijnkabelmodel
o stimulus = pijnpikkel
o impuls transmissie = fImpuls transmissie door actiepotentialen op te wekke
o Dorsale hoorn = Actiepotentialen langs c en A-delta vezels naar dorsale hoorn
, o synaptische transmissie
Aankomst van AP veroorzaakt opening kanalen op uiteinden van perifere
afferente sensorische vezels.
Vesicles die neurotransmitters bevatten fuseren met presynaptisch membraan en
laten hun inhoud los in synaptische spleet
Neurotransmitters binden met receptoren op post- synaptische membraan
Postsynaptisch = Influx en efflux van stoffen die voortgang van AP langs axonen
van ruggenmerg naar brein toelaat
o Verwerking en perceptie
Pijninformatie wordt opgevangen en verwerkt door de hogere centra in de
hersenen
het individu ervaart pijn
- De nociceptoren en soorten afferente vezels
o vroeger dacht men = pijn door excessieve stimulatie van receptoren van andere
sensaties
o Nociceptoren = relatief ongespecialiseerde zenuwcel-uiteinden die de sensatie van
pijn opwekken
Cellichaam in dorsale ganglion (of trigeminal ganglion), axon naar de periferie,
axon naar ruggenmerg (of hersenstam)
o Nociceptoren-afferenten
C-vezels
Ongemyeliniseerd
Geleidingssnelheid = 0.4-1m/s
Polymodaal = hoge intensiteit mechanische, chemische, thermische prikkels
A-delta-vezels
Gemyeliniseerd
Geleidingssnelheid = 5 tot 30 m/s
Thermisch of mechanisch
- Primaire vs secundaire pijn
o Primaire pijn
Eerste felle pijnscheut bij een verwonding.
Pijn is scherp, kortdurend en goed gelocaliseerd
Aard van pijn zegt iets over aard van prikkel
Gaat gepaard met felle reacties = wegtrekken, vloek,…
Komt tot stand via A-delta-vezels
Testen met speldeprik
o Secundaire pijn
Begint later, is zeurend langdurig en diffuus gelocaliseeerd.
Sterk emotioneel getint, door deze pijn lijdt men.
Dwingt tot gedragsverandering
Hangt samen met activiteit van C-vezels
o Dualiteit van pijn
, Bij Ischemie = eerst verdwijnt primaire pijn, daarna secundaire pijn
Veroudering = a-delta vezels degenereren eerst, dus relatieve aandeel c-vezels is
groter
- De achterhoorn
o Achterhoorn = eerste besslisingssation
al dan niet gewijzigd doorsturen van binnenkomende impulsstroom
analogie toetsenbord
> normaal = je typed C en er verschijnt een C op je scherm
> pathologisch = je typed C en er verschijnt niks, 2 C’s, andere letter, …
op je scherm
Geen 1-op-1 relatie, wel divergentie en convergentie
o convergentie en divergentie
o Laminae van Rexed
Ter hoogte van dorsale wortel, ordening van vezels = c-vezels en A-delta-vezels
dorsolateraal
Binnenkomen van dorsale hoorn = vertakkingen over verschillende segmenten
tractus van Lissauer
Nociceptieve afferenten
laag I = marginal zone
laag II = substantia gelatinosa
laag V
Transmitters bij synapsen op achterhoorn
Substantia P en glutamaat voor c-vezels
Excitatoire aminozuren (glutamaat en aspartaat) voor A-delta vezels
o Soorten neuronen in achterhoorn
Zuiver tastgevoelig
Low threshold mechanic
Breed-gevoelige
wide dynamic range
Nocicepief specifiek
divers of alleen mechanische
Organisatie van afferente input in dorsale hoorn belangrijk voor interpretatie
van verschillende pijnsyndromen vb gerefereerde pijn
Projectieneuronen (vooral laag I en V)
Interneuronen
Exiterende
Inhiberende (pre- of postsynaptisch)
> Postsynaptische inhibitie = C remt N
> Presynaptische inhibitie = C remt invloed van B op N
Invloed op
> andere interneuronen
> opstijgende neuronen
> motorneuronen