• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Motorisch leren | Neuro anatomie en neurofysiologie | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's

Volledige samenvatting van ppt's, lesnotities en belangrijke info vanuit het handboek

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1
Motorisch leren
- Definitie
o Een reeks interne processen die verband houden met oefening of ervaring
o Relatief blijvende veranderingen in het vermogen om te reageren
o BELANGRIJK = plasticiteit (vervormbaarheid)
- Kenmerken
o Niet direct observeerbaar, maar wordt afgeleid uit de prestatie
o Het resultaat van specifieke ervaringen -> gerichte oefening
o Een relatief stabiele mogelijkheid om een antwoord te genereren (relatief permanent!)
 Geen kortstondige gedragsveranderingen
o Een afgeleide toestand van het organisme, niet direct observeerbaar
o Opslag en heroproepen van de relatief permanente gedragsveranderingen
o Duur van leren = resultaten moeten minstens dagen, weken of jaren blijven bestaan
- Relatie met geheugen
o Geheugen = opslag + retrieval van geleerde gedragsveranderingen.
o Leren = verwerven van permanente dispositie tot antwoorden.
o Herinnering = taak opnieuw kunnen uitvoeren.
o Vergeten = taak niet meer kunnen uitvoeren
- Leren bestuderen




o Links = onfahanklijke variabele
o Rechts = afhankelijke variabele
- Studie van motorisch leren
o Stappenplan
 Identificatie v/d afhankelijke variabele
 Manipulatie v/d onafhankelijke variabelen
 Opstellen van een leeromgeving
 Observatie van veranderingen in motorisch antwoord tgv oefening
 Tijdelijke/permanente veranderingen scheiden (prestatie versus leren)
 Verbetering van de nauwkeurigheid en consistentie van het antwoord → leren

Motorische controle
- Afbakening van het domein
o Motorisch leren ≠ motorische controle, maar ze zijn verwant
o Motorische controle = jonge discipline die onderzoekt hoe bewegingen tot stand
komen
o Focus op
 Posturale adaptaties
 Organisatie en controle van het motorisch apparaat
 Samenhang tussen sensorische en motorische processen
- Interdisciplinair karakter
o Disciplines = neurowetenschappen, kinesiologie, biomechanica, experimentele
psychologie
- Verschil met motorisch leren
o Motorische controle = hoe bewegingen ontstaan
o Motorisch leren = hoe controle verandert door leren

,- Centrale controverse = locus van motorische controle (Swinnen, 1994)
o Perifere visie
 Controle via feedback van
 Spieren en gewrichten
 Vestibulair systeem
 Auditief en visueel systeem
o Centrale visie
 Bewegingen worden vooraf gestructureerd.
 Feedback is niet noodzakelijk voor georganiseerde bewegingen
- Gesloten-lus theorie van Adams
o Bestaat uit
 Referentiemechanisme (doel: bv. 20°C)
 Feedback uit omgeving (bv. actuele temperatuur)
 Uitvoerende niveau (reductie van fouten)
o Wel feedback – trage gecontrolleerde bewegingen
o Kenmerken
 Centrale rol voor Kennis van Resultaten (KR)
 Motorisch leren = probleemoplossend gedrag.
 KR = cruciale bron van informatie
 Referentiemechanisme = wat is correct en niet correct
 Je moet de uitkomst weten (bvb. De bal moet in de goal)
 Bijsturing van beweging
 Detectie en correctie van fouten
 Trial en error
o 2 instanties – BELANGRIJK




 Perceptueel spoor (perceptual trace)
 Referentiemechanisme.
 Gebaseerd op herinneringen van feedback uit eerdere bewegingen.
 Interne representatie van sensorische ervaring.
 Sterkte = functie van ervaring met feedbackstimuli.
 Hoe vaardiger, hoe beter het spoor de juiste uitvoering definieert.
 Geheugenspoor (memory trace)
 Motorisch programma in beperkte zin.
 Doel = “To select and initiate the response, preceding the use of the
perceptual trace.”
 Komt vóór het perceptuele spoor in actie.
 Beide sporen zijn afhankelijk van oefening en KR, maar kunnen onafhankelijk
gemanipuleerd worden.
o Plasticiteit – als iets goed ingeoefend is dan creer je een dieper spoort (analoog aan
bospadjes)
o Kritiek
 Stockageprobleem?
 Voor elke specifieke beweging zou aparte motorische programma’s nodig
zijn
 Dit impliceert een onrealistisch grote hoeveelheid opgeslagen programma’s
in het brein
 Nieuwigheidsprobleem: transfercapaciteit?
 Als je leert gooien met een volleybal, kun je niet automatisch gooien met
een basketbal

,  Er moet een vorm van generalisatie zijn — een onderliggend motorisch
schema dat toepasbaar is op variaties van een beweging, niet 1 programma
per object of context

 Wat met snelle bewegingen?
 Theorie vooral gebaseerd op “trage” positioneringstaken
 Snelle, explosieve bewegingen (zoals reflexen of sprints) verlopen te snel
voor continue feedback of bewuste correctie
- Schema theorie van Schmidt (Open-lus)
o Doel van de theorie = diverse taken integreren
 Positioneringstaken
 Snelle ballistische taken
 Open en gesloten taken
o BEWIJS voor bestaan van centrale motorische programma’s
 Snelle bewegingen
 Initiëren, uitvoeren en stoppen van snelle bewegingen binnen de 150ms is
mogelijk
> 150ms = te kort om beweging bij te sturen
 Vooraf geplande bewegingen
 Bewegingen kunnen vooraf gepland zijn zonder tussenkomst van feedback
tijdens de bewegingsuitvoering > CPG voor stappen
 bvb. bevel tot bewegen is al gegeven → niet zomaar afbreekbaar
 Gedeafferentieerde individuen
 dieren en mensen kunnen vaardig motorisch gedrag vertonen
 Betekent dat afferente (sensorische) input naar het CZS is onderbroken of
afwezig
o Centrale representatie
 Motorische programma’s zijn meestal centraal gerepresenteerd (in de hersenen).
 Lokalisatie is moeilijk en vaak taakafhankelijk.
 Nieuwe aangeleerde bewegingen → geen vaste locatie in CZS.
 Motorische programma’s kunnen bestaan uit subprogramma’s op verschillende
plaatsen
o Centrale patroongenerator (CPG)
 Aangeboren ritmische patronen (bv. lopen, zwemmen, krabben) zijn wél
gelokaliseerd.
 CPG = netwerk van neuronen in CZS → genereert ritmische output met precieze
timing.
 Timing komt voort uit intrinsieke eigenschappen van CZS.
 Voorbeeld = CPG voor locomotie bij dieren → gelokaliseerd in verlengde merg
 Een autonoom oscillatorisch spinaal circuit verantwoordelijk voor de
alternerende flexie/extensie bewegingen van het been tijdens het stappen =
ritmisch patroon
 Studie op katten - transectie van ruggenmerg (verbinding met hersenen
verbroken)
> Observatie
 Achterpoten vertonen gecoördineerde stapbewegingen op een
loopband
> EMG-metingen
 Flexoren actief tijdens de zwaaifase.
 Extensoren actief tijdens de steunfase.
> Dit toont aan dat het spinale circuit zelf het ritmisch patroon kan
genereren.
 Wanneer afsnijding van afferente banen
> Bij kinderen met CP - te veel spanning in spieren
o Motorisch programma
 Definitie: gestockeerde spiercommando’s die op elk moment kunnen worden
opgeroepen
 Die gestructureerd zijn voordat een beweging begint

,  Die het toelaten om een sequentie van bewegingen uit te voeren zonder dat
hiervoor perifere feedback wordt gebruikt
 In Adams’ theorie = geheugenspoor (beperkte rol).
 In Schmidt’s theorie = kern van bewegingscontrole
 Feedback kan snel fouten corrigeren, maar:
 Alleen bij uitvoeringsfouten (errors in execution).
 Niet bij selectiefouten (errors in selection) → vereist nieuw programma →
kost tijd
o Gegeneraliseerd motorisch programma (GMP) - EXAMENVRAAG
 Een programma verantwoordelijk voor een klasse van bewegingen
 Geen stockageprobleem
 Oplossing nieuwigheidsprobleem (1 programma voor alle werp bewegingen)

 Parameters
 Worden vooraf geselecteerd door uitvoerder.
 Bepalen snelheid, kracht, amplitude, spierselectie.
 Laat toe om variaties in uitvoering te creëren zonder het basispatroon te
wijzigen
 Voorbeelden
> Totale bewegingstijd
> Totale kracht
> Antwoordgrootte (amplitude)
> Spierselectie
 Invariante karakteristieken
 Aspecten van beweging die ongewijzigd blijven bij variatie in parameters.
 Relatieve timing (fasering)
> Bij versnellen/vertragen blijft verhouding tussen segmenten gelijk.
> Fasering = invariant kenmerk van een klasse van gelijkaardige
bewegingen.
 Relatieve krachtverhoudingen
> Verhouding tussen spierkrachten blijft constant, ondanks variaties.
 Spierspecificiteit
> Spieren die beweging uitvoeren = parameter, niet invariant.
> Zelfde programma kan gebruikt worden voor verschillende ledematen.
> Motorisch programma is abstract, bevat geen specifieke
spiercommando’s
 Voorbeeld = vertragen van bewegingssequentie
 Gehele sequentie van contracties wordt vertraagd, doch fasering blijft gelijk
 Fasering = relatieve timing tussen spiercontracties
 Dit toont dat relatieve timing een invariant kenmerk is van het GMP




 Voorbeeld = Leren met rechter hand
> Beweging aangeleerd met rechterhand en overgedragen naar
linkerhand
> Relatieve timing behouden = GMP is handonafhankelijk (contralaterale
transfer)
> Spierselectie verandert = dit is een parameter, geen invariant kenmerk

Documentinformatie

Geüpload op
29 september 2026
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€11,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
1
Items
36
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen