1.1. Beschrijving van begrip pedagogiek
● deeldiscipline vd pedagogische wetenschappen
● wetenschappelijke studie van kinderen
● door onderzoek wil pedagogiek
○ G van kinderen verklaren, voorspellen of begrijpen
○ vaardigheden en het handelen van opvoeder ondersteunen en verbeteren
● doel van pedagogiek
○ handvatten aan de opvoeders geven
○ om opvoedingssituatie vh kind te verbeteren
○ en zo de ontw vh kind te stimuleren
=> belang vh kind staat centraal
● pedagogiek vs orthopedagogiek
○ pedagogiek:
■ opvoedproblemen die preventief of met lichte ingrepen opgelost
kunnen worden
■ algemene opvoedingsvragen in gewone opvoedingssituaties
■ bij problemen: tijdelijk, mild, eerder kleine belemmeringen
■ bv: mijn kind weent heel veel, mijn puber zit te veel op zijn gsm,
hoeveel zakgeld krijgt een 12 jarige
○ orthopedagogiek:
■ handelen in verontrustende opvoedsituaties
■ specifieke gespecialiseerde ondersteuning is nodig
1.2. Wat verstaan we onder opvoeden
● opvoeden = een circulair en complementair proces
○ circulair proces: Het kind heeft een vraag en gaat deze vraag uiten in diens
gedrag. De ouders doen een aanbod, al dan niet afgestemd op de vraag vh
kind. De ouder handelt om de ontw vh kind te bevorderen
Het G vh kind (= pedagogische vraag) en de aanpak vd ouders (= pedagogisch
aanbod) beïnvloeden elkaar wederzijds
=> er is voortdurend interactie en beïnvloeding. Actie en reactie
○ complementair proces: opvoeder en kind dragen in gelijke mate bij aan het
proces
Opvoeden= een circulair en complementair proces en dit maakt opvoeden
een complex gegeven
, ● welke factoren beïnvloeden de ontw vh kind?
1. erfelijke aanleg (nature)
2. milieu (nurture)
3. zelfbepaling
1.3. Is opvoeden een zaak van de ouders alleen?
● opvoeden =/ uitsluitend een taak vd ouders
● de omgeving waar een kind opgroeit en die invloed heeft op diens ontw:
opvoedingsmilieu
1. primair: gezin
2. secundair: school en kinderopvang
3. tertiair: buurt en leeftijdsgenoten
4. quartair: de wereld (internet en sociale media)
, Hoofdstuk 2: Sociaal-ecologisch model van Bronfenbrenner
● ecologische visie op ontw
● ruime omgeving speelt een rol
● 5 niveaus
● wederzijdse beïnvloeding kind-omgeving
2.1. microsysteem
● dagelijkse directe omgeving vh kind
● in relatie tot vaste gesprekspartners
● wederzijdse beïnvloeding
● gekenmerkt door aantal aspecten:
○ fysische/materiële aspecten: de setting, locatie
○ sociale aspecten: onderlinge relaties, verwachtingen/eisen, vast patroon van
dagelijkse routines, gedragspatroon
2.2. mesosysteem
● onderlinge relaties tussen de microsystemen
○ goede afstemming; de ontw vh kind komt ten goede → werkt ondersteunend
○ minder goede afstemming: heeft een belemmerend effect op de ontw vh kind
○ verandering/gebeurtenis die zich afspeelt in 1 microsysteem zal een weerslag
hebben op een ander microsysteem
● wederzijdse invloed tussen microsystemen
● we kijken naar
○ kwaliteit relaties: kan variëren tussen heel goed of heel slecht
○ frequentie van relaties: hoe vaak er contact is tussen de verschillende
microsystemen
○ waardering voor elkaar
● verschillende manieren van omgang met het kind in elk systeem
● overgang tussen microsystemen: vlot of moeilijk
○ moeilijk: andere eisen, normen, waarden, verwachtingen
● kind kan nieuwe microsystemen krijgen
2.3. Het exosysteem
● invloeden van een context/omgeving waarvan het kind geen deel uitmaakt, maar die
wel de directe omgeving vh kind beïnvloeden en zo invloed hebben op de ontw vh
kind
2.4. Het macrosysteem
● invloed op de andere systemen en (in)direct op het kind vb wetgeving, cultuur,...
, 2.5. Het chronosysteem
● Bronfenbrenner wou hiermee 2 zaken aangeven
1. geschiedenis oefent invloed uit op het leven vh kind nu
2. levensfase waarin een kind zich begeeft mee bepalend is hoe belangrijke
gebeurtenissen beleefd worden
=> BESLUIT:
● dit model maakt het mogelijk om onderlinge samenhang tussen verschillende
factoren die invloed hebben op de ontw te belichten
● verschillende niveaus staan met elkaar in verbinding